vrijdag 15 februari 2019

Homo Deus


HARARI, N.Y., Homo Deus. Een kleine geschiedenis van de toekomst. (Vert. Homo Deus, 2015) A’dam, Thomas Rap, 2017, 447 pp.

Kun je een geschiedenis schrijven over wat nog komt? Net zomin als de geschiedenis zich herhaalt, laat de toekomst zich voorspellen. In dit boeiende boek probeert de historicus/filosoof Yuval Harari vat te krijgen op wat de toekomst voor ons in petto heeft.

Duizenden jaren lang hield iedereen zich bezig met dezelfde problemen: honger, ziekte, oorlog. Maar aan het begin van het derde millennium hebben we honger, ziekte en oorlog bijna onder controle. Wat komt er dan boven aan de menselijke agenda te staan? Dit is de hamvraag van dit boek.

Homo Deus bouwt verder op de gedachtegang van Sapiens. Dat de mens verhalen kan verzinnen maakt hem bijzonder en onderscheidt hem van de dieren. Die eigenschap stelde hem in staat om complexe menselijke samenlevingen te bouwen. Maar het geloof in deze verhalen zorgde er vaak voor dat de mens zich vooral inspande ter meerdere eer en glorie van fictieve entiteiten als goden en naties en er zelf nauwelijks beter van werd.

Dit veranderde met de opkomst van de moderne wetenschap. Het belangrijkste doel werd het verbeteren van het leven van echte, voelende mensen. Niet de goden of andere mythische wezens zijn het doel van alles, maar de mens zelf. Zo werd het humanisme de dominante wereldreligie. Het vormde de basis voor een liberaal pakket van individualisme, mensenrechten, democratie en vrije markt.

Met de spectaculaire vooruitgang van de wetenschap in de eenentwintigste eeuw, zal de mensheid waarschijnlijk serieus gaan streven naar onsterfelijkheid en geluk. In wezen komt het erop neer dat mensen zich proberen op te werken tot de status van goden.

De opkomst van posthumanistische technologieën en de biowetenschappen zou de humanistische revolutie echter teniet kunnen doen. Recent biowetenschappelijk onderzoek toont aan dat de vrije wil niet bestaat en het vrije individu een mythe is. En het is wellicht een kwestie van tijd voor de techniek zover is dat we de menselijke geest kunnen veranderen.

‘Nog even en we worden geconfronteerd met een stortvloed aan extreem nuttige apparaten, werktuigen en structuren die geen rekening houden met de vrije wil van individuele mensen.’ Zullen de democratie, de vrije markt en de mensenrechten die vloedgolf overleven? En wat zal er gebeuren als de mens gaat sleutelen aan de mens? Zal de mens zelf dat overleven?

Harari ziet drie bedreigingen: mensen zullen hun waarde verliezen, ze zullen hun individualiteit verliezen, en er zal een opdeling groeien tussen een kleine elite van supermensen en de onbetekenende massa. De belangrijkste economische vraag van de 21e eeuw zou weleens kunnen worden wat we aan moeten met alle overbodige mensen.

Welke religie zal het humanistische geloof in de mens dan opvolgen? De meest waarschijnlijke kandidaat is volgens Harari het geloof in de kracht van informatie of data. In de eenentwintigste eeuw zou het homocentrisch wereldbeeld op een zijspoor gezet kunnen worden en vervangen door een datacentrisch wereldbeeld. Daarin zijn menselijke ervaringen waardeloos. Het individu wordt een chipje in een gigantisch systeem dat niemand nog helemaal begrijpt. Zodra het mondiale dataverwerkingssyteem alwetend en almachtig is, wordt verbondenheid met het systeem de bron van alle zingeving.

Een zorgwekkende evolutie? Het is maar hoe je het bekijkt. Ze is trouwens al volop bezig. In de eenentwintigste eeuw zijn onze persoonlijke gegevens waarschijnlijk het waardevolste wat de meesten van ons nog hebben, en we geven ze zonder erg weg aan tech-giganten in ruil voor mailboxen en grappige kattenfilmpjes.

Miljoenen mensen leven nu al voornamelijk op sociale media. Ze checken om de haverklap hun smartphone om toch maar niets te hoeven missen, zijn van slag paniek als internet het laat afweten en geloven zonder meer wat hun daar voorgeschoteld wordt. De uitkomst van recente verkiezingen werd nu al grondig beïnvloed door fake news.

Het dataïsme kan het einde betekenen van de democratie en een totaal ander systeem inluiden. Maar we moeten niet in paniek slaan, zegt Harari, dit zal geleidelijk gebeuren.

Uiteraard blijft deze analyse speculatief. Maar ze is zeker niet uit de lucht gegrepen en zet op zijn minst aan het denken. Alleen al omwille van de originele en spitsvondige verbanden is dit boek echt de moeite van het lezen waard. En het is nog vlot geschreven ook.

© Minervaria

donderdag 10 januari 2019

Feitenkennis


ROSLING, H., ROSLING O. & A. R. ROSLING, Feitenkennis. 10 redenen waarom we een verkeerd beeld van de wereld hebben en waarom het beter gaat dan we denken. (Vert. Factfulness, 2018) Houten, Uitg. Unieboek/Spectrum, 2018, 343 pp. – ISBN 978 90 00 351220

Hoeveel meisjes in de lage-inkomenslanden maken de basisschool af? Wat is de gemiddelde levensverwachting in de wereld? Hoeveel mensen op de wereld hebben toegang tot elektriciteit? Hoeveel eenjarige kinderen zijn ingeënt tegen een ziekte?

De afgelopen decennia heeft Hans Rösling talloze mensen bevraagd over armoede, onderwijs, bevolkingsaanwas, gezondheid, levensverwachting, energie en milieu. Wat bleek? De meeste ondervraagden scoorden heel slecht. Ze dachten bijna allemaal dat het veel slechter gaat met de wereld dan werkelijk het geval is.

Voor het eerst in de wereldgeschiedenis bestaan er data over vrijwel elk aspect van de mondiale ontwikkeling. Statistieken tonen aan dat het wereldwijd veel beter gaat dan we denken. Toch bestaat er een enorme onwetendheid over hoe het met de wereld echt gesteld is. De meeste mensen houden vast aan een volledig achterhaald idee.

Wat houdt ons tegen om een waarheidsgetrouw, op feiten gebaseerd beeld van de wereld te vormen? Hoe komt het dat zoveel mensen denken dat de wereld angstaanjagender, gewelddadiger en hopelozer is dan ze feitelijk is?

Het ligt aan onze hersenen. Die zijn gespitst op alarmerende signalen en informatie die opvalt. Op basis hiervan trekken ze snel intuïtieve conclusies om gevaren te vermijden. Ons snel denkende brein en onze voorliefde voor drama leiden echter gemakkelijk tot misvattingen.

Zo delen we instinctief alles en nog wat op in twee afzonderlijke en vaak tegengestelde groepen, bv. rijk en arm. Deze sterke neiging tot binair denken - wij-zij, goed-slecht, vrij-onvrij – noemt Hans Rösling het kloofinstinct. In Feitenkennis maakt hij ons wegwijs in tien drama-instincten die de wereld in onze ogen slechter maken dan ze is.

Hij laat zien hoe je overdramatische verhalen kunt herkennen en doorprikt met cijfers en feiten een aantal veel voorkomende ideeën en meningen over de wereld. Hij maakt onder andere duidelijk hoe misleidend gemiddelden kunnen zijn en toont glashelder aan dat de doemscenario’s over de wereldwijde overbevolking helemaal niet kloppen.

Hij reikt bovendien een set eenvoudige denkgereedschappen aan om je drama-instincten te beheersen. Met een op feiten gebaseerd wereldbeeld laat je je minder verontrusten door de ingebeelde problemen van een overgedramatiseerde wereld. Je realiseert je dat de wereld niet zo slecht is als hij lijkt. Dit geeft ruimte om alerter te reageren op de echte problemen en hoe die opgelost kunnen worden.

‘Dit boek is mijn laatste gevecht in een levenslange strijd tegen onwetendheid over de wereld.’, schrijft de toen al doodzieke Hans Rösling. Samen met zijn zoon en dochter heeft hij een monument voor genuanceerd kijken neergezet. En het is tevens een persoonlijk, vaak ontroerend relaas hoe hij zelf in de valkuil van zijn instincten trapt.

Het voorbije jaar werd het overal in de pers omstandig bejubeld en aanbevolen. En dat was helemaal terecht.

© Minervaria

dinsdag 18 december 2018

De strijd om de stad

SOMERS, B., De strijd om de stad. A’dam/A’pen, Uitg. Houtekiet, 2018, 96 pp. – ISBN 978 90 8924 671 4

De laatste jaren hakken populisten verbeten in op de open samenleving en proberen ze de bouwstenen ervan los te wrikken. Ze werpen zich op als de enige en echte verdedigers van de ‘westerse’ waarden en de ‘vrijheid’, maar in de praktijk zijn ze bezig diezelfde waarden en de vrijheid uit te hollen en te verminken.

De toon is meteen gezet. De succesvolle liberale burgemeester van Mechelen windt er geen doekjes om. Liberalen staan regelrecht tegenover populisten. Vrijheid is de basis en kernwaarde van het liberale mensbeeld, het populisme wil die vrijheid vernietigen. Het is hoog tijd voor een liberaal en democratisch tegenoffensief.

Het liberalisme heeft immers de beste troeven in handen om tegenwind te bieden aan de populistische kernthema’s veiligheid, identiteit en waarden. Somers gaat de confrontatie aan. Hij gaat terug naar de wortels van zijn ideologie, de verdediging en versterking van de vrijheid, en legt de tegenstrijdigheden bloot in het populistische discours.

Zo toont hij aan dat vrijheid en veiligheid juist hand in hand gaan en elkaar versterken. Hij fileert het identiteitsdiscours van de populisten en toont aan dat vrijheid en diversiteit geen vijanden zijn van elkaar maar bondgenoten. En hij maakt duidelijk dat populisten zich wel sterk maken dat zij de westerse waarden verdedigen, maar dat zij de eersten zijn die deze willen beknotten in functie van hun agenda.

Nergens is het gevecht met het populisme zo intens als in de stad, waar mensen van allerlei pluimage samenleven. Het populisme verslaan in de stad is dan ook de historische en politieke opdracht van het liberalisme. Om de stad te veroveren moet het echter een doordacht beleid voeren dat die vrijheid verdedigt en versterkt.

Een liberaal stadsbeleid is niet bedoeld voor de happy few, zegt Somers, maar richt zich expliciet tot alle mensen. Bepaalde bevolkingsgroepen demoniseren en met de vinger wijzen werkt contraproductief. Een verstandig beleid probeert iedereen te mobiliseren voor een aangename en leefbare stad zonder criminaliteit en overlast. Dat dit mogelijk is bewijst Somers zelf al meer dan 15 jaar in Mechelen.

Dit dunne boekje kan misschien als een politiek pamflet beschouwd worden, maar het is zeker een van de betere. Het verheldert bondig en inzichtelijk waar de liberale democratie echt voor staat en het scherpzinnige betoog ontkracht effectief de aanspraken van het populisme. Je hoeft echt niet bij de liberale familie te horen om het te kunnen waarderen.

© Minervaria

donderdag 22 november 2018

De microben in ons

YONG, E., De microben in ons. (Vert. I Contain Multitudes. The Microbes Within Us and a Grander View of Life, 2016) A’dam, AUP/Uitg. Manteau, 2017, 394 pp. – ISBN 978 90 2233 393 8

Handen wassen, microben opkrassen!

U hebt het ongetwijfeld ook al opgemerkt in de toiletten van een eet- of drinkgelegenheid. Maar bent u werkelijk microbenvrij na een rondje handen wassen? En zo niet, hoe erg is dit dan?

Recent onderzoek toont aan dat het toetsenbord van mijn computer tot 400 keer meer bacteriën bevat dan de toiletbril. En met de computermuis is het niet veel beter gesteld. Zou ik dan niet best na ieder gebruik van de computer ook de handen wassen? En wat als ik mijn handen bij de mond breng als ik aan het nadenken ben?

Microben of bacteriën doen ons spontaan denken aan ziekte en dood. Niets is minder waar, zegt Ed Yong. De meeste microben maken niet ziek, maar zijn zelfs nuttig en vaak levensnoodzakelijk. Micro-organismen zijn essentiële bestanddelen van de wereld. Ze zijn alomtegenwoordig en onmisbaar. En dat toont hij met verve aan in dit meeslepende boek.

Elk levend wezen herbergt een krioelende massa microben of micro-organismen. Ieder van ons is een dierentuin op zich. Mensen bevatten ongeveer evenveel menselijke cellen als micro-organismen. Deze microscopische menagerie bevindt zich zowel aan de buitenkant als in ons lichaam en wordt ons microbioom genoemd.

Zonder micro-organismen zouden wij niet eens bestaan. Het complexe leven op aarde is slechts mogelijk dank zij miljoenen jaren oude interacties tussen micro-organismen onderling. Levende wezens hebben hun mogelijkheden te danken aan het samenleven met micro-organismen. Het lot van hele soorten en groepen hangt af van hun partnerschappen met microben. Sommige soorten bestaan zelfs slechts bij de gratie van bacteriën met wie ze in symbiose leven.

Er zijn talloze voorbeelden van de symbiose tussen bacteriën en dieren. Die wemelende verzameling van duizenden soorten die voortdurend met elkaar concurreren, met hun gastheer onderhandelen, zich ontwikkelen en veranderen, vormt een ingewikkeld en gevarieerd ecosysteem. Zo slikt de gemiddelde mens met iedere gram voedsel ongeveer een miljoen micro-organismen in, die op hun beurt in interactie gaan met de darmflora.

Van de miljoenen microben is slechts een minderheid potentieel schadelijk. En als bacteriën levensbedreigende infecties veroorzaken, dan komt dat vaak omdat het normale microbioom verstoord is geraakt. Een rijk, florerend microbioom is de basis voor een goed werkend immuunsysteem en daardoor een efficiënte barrière voor ziekmakende bacteriën. Men heeft bijvoorbeeld ontdekt dat sommige koraalriffen afsterven omdat hun microbioom uit balans is.

Een nieuwe kijk op ziekte en gezondheid dringt zich dus op. Ziekte is een verstoring van een ecosysteem en dus een ecologisch probleem. En met onze moderne voedingsgewoontes en het gebruik van antibiotica belagen we dat ecosysteem. Ook onze obsessie met hygiëne werkt averechts. Steriliteit is een vloek, want door onschadelijke organismen buiten spel te zetten geven we juist meer ruimte aan schadelijke micro-organismen.

Die inzichten stellen ons in staat om ziektes op een andere manier te bestrijden dan we gewend zijn. De kennis en technieken staan nog in de kinderschoenen. Maar ze bieden veelbelovende perspectieven en openen de weg naar de gepersonaliseerde geneeskunde van de toekomst. Zo maakt men er nu al gebruik van bij fecale transplantatie en voor het bestrijden van malaria.

In De microben in ons valt uiteraard nog heel wat meer te leren over het ongemeen boeiende universum van de micro-organismen op aarde. Met aanstekelijk enthousiasme leidt wetenschapsschrijver Ed Yong u door de fascinerende, onzichtbare wereld die ons bestaan regelt. Hij slaagt er bovendien met glans in om een hoog wetenschappelijk gehalte te combineren met een vlotte pen, zodat ook de niet-ingewijde het betoog vrij gemakkelijk kan volgen.

Het is bijna onbegrijpelijk dat dit boek uit 2017 hier nauwelijks bekendheid kreeg. Ik heb het toevallig in handen gekregen, maar het was meteen een voltreffer! En ik ben helemaal anders gaan kijken naar de wonderlijke wereld van microben.

© Minervaria

woensdag 31 oktober 2018

Griep


KOLATA, G., Griep. Het verhaal van de grote influenza-epidemie van 1918 en de zoektocht naar het dodelijke virus. (Vert. Flu: The Story of the Great Influenza Pandemic of 1918, 1999) A’dam, De Bezige Bij, 2000, 410 pp. – ISBN 978 90 234 3985 6

Alsof de eerste wereldoorlog nog niet genoeg ellende had gebracht, sloeg in de herfst van het laatste oorlogsjaar een dodelijke griep toe. De Spaanse griep eiste in 1918 binnen vier maanden bijna 5 maal meer mensenlevens dan de oorlog in vier jaar. Recente schattingen spreken van minstens 50 miljoen slachtoffers wereldwijd.

De plaag verspreidde zich razendsnel over de hele aarde, tot in de verste uithoeken van de wereld. Het was een griep zoals niemand die ooit had meegemaakt. Overal waar het toesloeg maakte het virus slachtoffers onder een groep mensen wie de vernietigende werking van een besmettelijke ziekte normaliter bespaard bleef, namelijk de jonge volwassenen.

Daarmee stelt de griepepidemie van 1918 alle andere epidemieën van deze eeuw in de schaduw. Er stierven zoveel mensen dat de gemiddelde levensverwachting in de meeste landen in één klap met 10 jaar daalde. Er hangt er echter een grote stilte over deze tragedie. Aan de verwoestende griepepidemie van 1918 is nauwelijks aandacht besteed en ze is opvallend schaars gedocumenteerd.

Toen de epidemie uitbrak had men nog geen idee van virussen en men beschikte evenmin over de kennis en technologie om de ziekteverwekker op het spoor te komen. Bijna 50 jaar na de uitbraak probeerden avontuurlijke en bevlogen microbiologen deze alsnog te vinden. Dit was uiteraard geen sinecure. Gina Kolata, zelf microbiologe, beschrijft hun verbeten zoektocht in verschillende continenten, tot de meest onherbergzame uithoeken van de wereld.

Ondanks alle vooruitgang die in de moleculaire biologie en de genetica sinds 1918 was geboekt, waren de raadsels aan het einde van het vorige millennium nog niet opgelost. Waarom doodde de griep bij voorkeur jonge, gezonde mensen tussen 20 en 40 jaar? En waardoor was de griep van 1918 zo dodelijk? Over het antwoord kon men in 1999, het jaar van publicatie, nog slechts hypothesen formuleren. Intussen lijkt het Mysterie van de Spaanse griep opgelost.

Voor een microbiologe is de speurtocht naar een onbekend virus natuurlijk ongemeen boeiend. Maar in haar ijver om van Griep een spannende detectiveroman te maken verliest de auteur regelmatig de noden van de doorsnee geïnteresseerde lezer uit het oog. Die heeft niet zozeer behoefte aan een uitgebreide biografie van de onderzoekers, hoe ze eruit zagen, welke kledij ze bij voorkeur droegen of hun liefhebberijen. Deze informatie leidt alleen maar af van de draad van het verhaal.

Vaak miste ik een duidelijke en behapbare uitleg over hoe onderzoekers op hun ideeën kwamen en welke methoden ze hanteerden. Laboratoriumprocessen worden onvoldoende uitgelegd en er ontbreekt een lijst van de gebruikte microbiologische terminologie.

Niettemin slaagt Gina Kolata erin om de bewogen avonturen van de onderzoekers met verve weer te geven. Ze zet een vlot leesbaar werk neer dat het midden houdt tussen non-fictie en fictie.

© Minervaria

maandag 8 oktober 2018

Ecomodernisme



VISSCHER, M., BODELIER, R. e.a., Ecomodernisme. Het nieuwe denken over groen en groei. A’dam, Uitg. Nieuw Amsterdam, 2017, 304 pp. – ISBN 978 90 468 21817

“Als we die groenen laten begaan, rijden we straks weer met paard en kar door de straat.”

Deze karikaturale uitspraak vertolkt de vrees van veel mensen voor de traditionele milieubeweging. Deze zet zich hardnekkig af tegen economische groei, die verwoestend zou zijn voor de natuur. En daarom is ze tegen kernenergie, tegen gentechnologie en tegen kunstmatige bemesting.

Het is net omgekeerd, zeggen ecomodernisten. Economische groei en modernisering hebben een gunstige invloed op de natuur. Ze zorgen voor meer welvaart en welzijn, en zijn voorwaarde voor sociale en culturele ontwikkeling. Rijke landen hebben de minste milieuproblemen, want vanaf een zeker niveau van welvaart gaan mensen beter zorgen voor de natuur.

De natuur wordt juist beschermd met alles wat onze westerse samenlevingen modern maakt. De vindingrijkheid van de menselijke soort maakte de afgelopen eeuwen een einde aan allerlei problemen die eerder nog werden gezien als onvermijdbaar en onoplosbaar. Dit betekent niet dat er geen problemen meer zijn. Nog steeds leven er mensen in armoede en voedselonzekerheid, er is nog steeds aanzienlijke milieuvervuiling.

Ecomodernisten ontkennen deze problemen niet, maar ze staan kritisch tegenover het nationale en internationale milieu- en natuurbeleid. Ze nemen een rationeel standpunt in en pleiten voor wetenschappelijke en technologische oplossingen die aantoonbaar werken. Niet ideologie, maar pragmatische oplossingen zullen de natuur beschermen.

In dit boek behandelen zeven auteurs kernachtig de belangrijkste ecomodernistische ideeën op het gebied van energie, landbouw, natuur en armoede. Ze maken duidelijk wat er mis is met wind en zon als bronnen van energie, verhelderen de voordelen van kernenergie en bespreken de energievoorziening in arme landen. Ze tonen aan waarom de intensivering van de landbouw niet alleen noodzakelijk is om de groeiende wereldbevolking te voeden, maar tevens te verkiezen boven biologische teelt als het aankomt op de bescherming en het behoud van de natuur.

Ecomodernisten zien overigens geen tegenstelling tussen natuur en cultuur. Menselijke activiteiten zijn niet noodzakelijk bedreigend voor de biodiversiteit, integendeel. En hoe belangrijk natuurbescherming en duurzaamheid ook mogen zijn, toch zijn er goede redenen waarom armoedebestrijding wereldwijd voorrang moet krijgen, ook als dit betekent dat energie wordt gehaald uit fossiele brandstoffen.

Natuurbehoud en –bescherming kan perfect zonder dat we onszelf tekort doen, menen ecomodernisten. Ze willen zich niet vastbijten in een onwrikbare overtuiging, maar open staan voor twijfel en hun meningen herzien op basis van wetenschappelijk bewijs. En ze maken zich sterk dat ze realistischer, wenselijker en ambitieuzer ideeën aanbieden dan de soms dogmatische oplossingen van de traditionele groene beweging.

Een jaar geleden had ik geen idee van het bestaan van het ecomodernisme. Het was een verrijkende kennismaking en ik hoop meer van hen te horen. De verschillende bijdragen zijn bovendien zeer vlot leesbaar en dus zonder meer toegankelijk voor de modale lezer. Een aanrader zonder meer!

© Minervaria

Noot:
Over dit boek zei Louise Fresco, voorzitter van Wageningen UR: ‘Dit frisse pleidooi van de ecomodernisten is een belangrijke bijdrage aan de zo noodzakelijke dialoog over duurzaamheid.’(Blog Marco Visscher)

dinsdag 18 september 2018

Spiegelzee. De zeespiegelgeschiedenis van de mens


KROONENBERG, S., Spiegelzee. De zeespiegelgeschiedenis van de mens. A’dam/A’pen, Uitg. Atlas Contact, 2017, 272 pp. – ISBN 978 90 450 3296 2

Had u ooit over het Eemien gehoord? Ik in ieder geval niet. Het is de warme periode tussen de twee laatste grote ijstijden, zo’n 120.000 jaar geleden. Toen stond de zeespiegel wereldwijd ongeveer zes meter hoger dan nu. Maar 18.000 jaar geleden, in het koudste gedeelte van de laatste ijstijd, stond de zeespiegel juist heel laag. Op sommige plaatsen kwam de zee tot wel 120 meter lager dan nu het geval is.

Wat is de oorzaak van die wereldwijde zeespiegelveranderingen en hoe weten wij dat? Wat gebeurt er precies als de zeespiegel stijgt of daalt? Hoe kan het dat, terwijl wereldwijd de zeespiegel stijgt, het land op bepaalde plaatsen ook stijgt? Hoe snel is alles gegaan? Hoe reageerden de mensen al die jaren op die veranderingen? En wat kunnen we daaruit leren voor de toekomst? 

Het antwoord op deze vragen is veel ingewikkelder dan vaak wordt voorgesteld. Het niveau van de zeespiegel hangt af van de opbouw of het smelten van de ijskappen. Dit is het gevolg van de natuurlijke klimaatcycli op aarde. Maar grondig geologisch onderzoek van aardlagen en afzettingen toont aan dat daarbij zeer uiteenlopende geologische processen in elkaar haken en elkaar beïnvloeden.

U gaat op reis door de woelige geschiedenis van de zeespiegel in de voorbije 120.000 jaar. En dat is verre van een luilekkervakantie, want u moet zich vertrouwd maken met een hele reeks geologische termen zoals het abrasieplat, het mariene terras en het tongbekken. U reist kriskras de hele wereld rond, van Nederland naar de koraalkusten van Aruba, over Groenland naar Jersey en vandaar weer naar Zuid-Afrika en Nieuw-Guinea aan de andere kant van de wereld.

De invloed van de uitlaat van broeikasgassen op de zeespiegelstijging is tot nu toe onzichtbaar, aldus Kroonenberg. De zeespiegel stijgt inderdaad wereldwijd, want we zijn nog steeds uit de vorige ijstijd omhoog aan het krabbelen. Maar de analyses tot nu toe laten geen versnelling van de zeespiegelstijging zien. Het is trouwens aannemelijk dat de aarde als gevolg van astronomische factoren op termijn weer op een ijstijd afstevent.

Er is volgens Samuel Kroonenberg vooralsnog geen reden tot paniekreacties. In de voorbije periode van afwisselende ijstijden en warmere interglacialen heeft Homo sapiens de aarde gekoloniseerd. Opgravingen geven een idee hoe mensen vroeger omsprongen met veranderingen in de zeespiegel en zich aanpasten aan de nieuwe omstandigheden. Er is geen reden om aan te nemen dat ze dit nu niet meer kunnen.

Als het echt nodig wordt is er nog het ‘woonbootprincipe’. Het laatste vind ik wel erg kort door de bocht. Het is juist dat Kroonenberg de opwarming van het klimaat niet minimaliseert. Maar al is een rampzalige situatie wellicht nog niet voor morgen, het voorstel om met zijn allen dan maar op woonboten te gaan wonen lijkt mij toch te simplistisch.

Niettemin is dit boek interessant omdat het licht werpt op het grotere plaatje. En alhoewel Kroonenberg zeer onderhoudend schrijft, moet u er echt wel de aandacht bij houden om te kunnen volgen. Gelukkig wordt het betoog overvloedig verlucht met illustraties, schetsen en grafieken.

© Minervaria

Over de stijging van de zeespiegel is het laatste woord nog niet gezegd: