zondag 2 augustus 2020

Wat bomen ons vertellen


TROUET, V., Wat bomen ons vertellen. Een geschiedenis van de wereld in jaarringen. (Vert. Tree Story: The History of the World Written in Rings, 2020) Tielt, Uitg. Lannoo, 2020, 296 pp. - ISBN 978 94 014 6675 2

Hebt u het al opgemerkt? Het snijvlak van een omgehakte boom staat vol concentrische cirkels. Hoe ouder een boom, des te dikker de stam en hoe meer cirkels. Ze worden jaarringen genoemd, omdat bomen ieder jaar zo’n ring vormen. De dendrochronologie telt en bestudeert deze jaarringen in bomen en houten voorwerpen.

Op het eerste zicht lijkt dit een vrij saaie bezigheid. Maar dit is het allerminst, wat Valerie Trouet betreft. En dat zult u geweten hebben. Gepakt en gezakt neemt ze u mee op haar avontuurlijke tochten naar verafgelegen en onherbergzame gebieden om er oeroude bomen te monsteren. En ze vertelt u hoe de dendrochronologie uit hun jaarringpatronen een schat aan informatie haalt.

Want die jaarringen leren ons heel wat. Hun samenstelling, vorm en dikte is immers afhankelijk van de omstandigheden waaronder de boom het afgelopen jaar verkeerde. Omdat een boom ieder jaar een nieuwe maakt, zijn jaarringen absoluut en op het jaar af nauwkeurig te dateren.

Bomen zijn dan ook ideale toegangswegen tot de reconstructie van het verleden. Ze kunnen zeer oud worden en blijven onder bepaalde omstandigheden prima bewaard, zelfs dood. Dank zij de dendrochronologie kennen we precies de jaren in het verre verleden waarin een aardbeving plaatsvond, een vulkaanuitbarsting, overstroming of andere natuurrampen.

Ook door de mens veroorzaakte rampen zijn in de jaarringen vastgelegd. Men is het er bijvoorbeeld over eens dat grootschalige ontbossing verantwoordelijk is voor een belangrijk deel van het broeikaseffect. Ontbossing is echter al heel lang bezig. Voor de kolonisatie door de mens waren de kale Paaseilanden en IJsland bedekt met bos.

De meeste pre-industriële samenlevingen maakten immers kwistig en voortdurend gebruik van hout om te bouwen, te koken en hun woningen te verwarmen en om kunstvoorwerpen te maken. Jaarringdatering van hout, gevonden bij opgravingen, maakt het mogelijk om archeologische vondsten zeer nauwkeurig te dateren. Zo levert de dendrochronologie tevens een essentiële bijdrage aan onze kennis over vroege menselijke nederzettingen, handelsroutes en historische gebeurtenissen.

Jaarringen van bomen verschaffen ons ook heel wat informatie over klimaatschommelingen in het verleden en de invloed ervan op ecosystemen en samenlevingen. De dendroklimatologie laat zien hoe samenlevingen in het verleden de invloed ondergingen van klimaatveranderingen. De bloei en het verval van het Romeinse Rijk werd, behalve door socio-economische factoren zoals corruptie, burgeroorlogen en invallen van de barbaren, bepaald door klimaatveranderingen. Ook de successen van Djenghis Khan en zijn veroveringstochten, de opkomst en verval van het Oeigoerse Rijk, de ondergang van de Maya-samenleving en van de Khmers in huidige Cambodja worden begrijpelijker als men ook klimatologische factoren in rekening brengt.

Kennis van de invloed van natuurrampen in het verleden kan ons bovendien helpen om toekomstige uitdagingen beter het hoofd te bieden. Zo kan herbebossing in de strijd tegen klimaatverandering vakkundig worden aangepakt. En kennis over aardbevingen in het verre verleden kan helpen om een aardbeving in de toekomst op te vangen.

Er valt uiteraard nog veel meer te leren in dit fascinerende boek. Ik had er geen vermoeden van dat bomen ons zoveel kunnen vertellen. Valerie Trouet is bovendien een zeer begenadigd schrijfster. Wat bomen ons vertellen vat niet alleen samen wat het jaarringonderzoek heeft opgeleverd, maar het is ook het persoonlijke verhaal van een wetenschapster die begeesterd is door haar vak.

De tekst is bovendien zeer goed gedocumenteerd met een uitgebreide index van boomsoorten en een handig register van de gebruikte termen.

©  Minervaria

vrijdag 26 juni 2020

De economie van list en bedrog

AKERLOF, G. & R. SHILLER, De economie van list en bedrog. Hoe de vrije markt ons voor de gek houdt (Vert. Phishing for Phools, 2016) AUP, 2017, 284 pp. - ISBN 9789048533855

Hebt u steevast meer mee naar huis dan u op uw boodschappenlijstje schreef? Staan er achteraan in een kast een paar keukentoestellen die u hooguit een paar keer gebruikt hebt wegens te ingewikkeld en teveel afwas? Krijgt u om de maand een catalogus in de bus die vol staat met geniale accessoires? U krijgt bovendien nog ‘exclusieve’ geschenken als u zich laat verleiden.

Die overvloed aan keuzemogelijkheden heeft u te danken aan de vrije markt. Die maakt het leven van mensen aangenamer en comfortabeler. Maar vrije markten produceren niet alleen wat we nodig hebben en echt willen. Ze creëren ook behoeften die ervoor zorgen dat we de dingen kopen die zij te verkopen hebben. Doel is u zover te krijgen dat u uw geld uitgeeft aan overbodige spullen waarvoor u gewoonlijk ook nog teveel betaalt.

Dit is natuurlijk niet nieuw. Iedere producent en handelaar probeerde altijd al zoveel mogelijk te verkopen. Het probleem is dat manipulatie en misleiding ingebakken kenmerken van het systeem geworden zijn. De vindingrijkheid waarmee de producenten ons het gevoel geven dat we hun producten echt nodig hebben kent nauwelijks grenzen. De auteurs noemen dit ‘phishing for phools’, meteen de oorspronkelijke titel van hun boek.

Phishing betekent mensen zover proberen te krijgen dat ze dingen doen die niet in hun belang zijn maar in het belang van de ‘visser’. Phishing in de reguliere handel is een gevolg van de werking van het economisch systeem. De concurrentiedruk drijft producenten tot misleiding en manipulatie. Als de ene de kans niet grijpt zal een andere het wel doen. Zelfs in moreel integere bedrijven worden leidinggevenden vaak gedwongen om mee te doen om te kunnen concurreren en te overleven.

De vrijemarkteconomie gaat ervan uit dat consumenten kiezen op rationele gronden en dus altijd de beste keuze maken. Maar dat verhaal klopt niet, want mensen beslissen in eerste instantie intuïtief. Daniel Kahnemann heeft overvloedig aangetoond dat wij daardoor gemakkelijk beslissingen nemen die niet in ons belang zijn. Er is veel zelfbeheersing nodig om alleen te kopen wat je echt nodig hebt en niet wat handelaars en fabrikanten willen dat je koopt.

In De economie van list en bedrog maken de auteurs duidelijk hoe sterk phishing for phools ons leven beïnvloedt. Geslepen afzetterspraktijken maken de dienst uit in zeer uiteenlopende domeinen. Dan denken we natuurlijk in de eerste plaats aan reclame en marketing. Maar ook in de huizen- en automarkt, de handel in creditcards, de voedings- en farmaindustrie vormen ze een lucratieve business. En ze ondermijnen de democratie in de politiek.

Gelukkig zijn er instanties en personen, zoals de consumentenorganisaties, die zich verzetten en de afzetterij proberen te doorprikken. Juist dankzij deze mensen kan het vrije marktsysteem zo goed functioneren als het doet, benadrukken de auteurs. Ze hebben al heel wat bereikt, maar er zijn ook aspecten waar ze geen greep op hebben.

Voor een goed begrip: Akerlof & Shilling kanten zich niet tegen het vrijemarktsysteem zelf. Mensen moeten vrij kunnen kiezen. Maar wat is die vrijheid waard als mensen zo gemakkelijk gemanipuleerd kunnen worden? Economieën zijn ingewikkelder dan het ‘gezonde’ vrije marktverhaal. De theorie van economische groei zou moeten rekening houden met phishing for phools. Economen negeren echter systematisch de rol van misleiding en bedrog.

In wezen heb ik in dit boek weinig nieuw geleerd. Maar het is nooit weg om daar weer bij stil te staan, al was het maar om mijn eigen koopgedrag onder controle te houden. De uitwerking van de voorbeelden is niet altijd herkenbaar, want ze hebben betrekking op toestanden in de VS. Daar wordt niet-scrupuleus gedrag zonder meer beloond. Gelukkig is het in Europa nog niet zo de spuigaten uitgelopen als daar, maar de essentie is herkenbaar.

© Minervaria

woensdag 27 mei 2020

De barbaren

BOGUCKI, P., De barbaren. Verloren beschavingen buiten Rome en Hellas. (Vert. The Barbarians: Lost Civilisations, 2017) Uitg. Omniboek, 2019,271 pp. – ISBN 978 94 0191 5717

Al zijn in de loop der eeuwen talrijke geschriften vernietigd of verloren gegaan, toch weten wij vrij veel over de klassieke beschavingen op de noordelijke kust van de Middellandse zee. De tegenstelling met de volkeren die ten noorden daarvan woonden, kan bijna niet groter zijn. De Grieken en Romeinen noemden hen ‘barbaren’ omdat ze ongeletterd waren en niet in steden woonden.

Auteurs als Herodotos en Tacitus schreven neer wat zij over hen wisten. Maar veel overgeleverde informatie moet met een korrel zout genomen worden, want is neergeschreven door de ‘tegenstrever’. We weten niet hoe zij zichzelf noemden en daarom gebruikt Peter Bogucki, archeoloog en antropoloog, consequent de term ‘barbaren’. 

De barbaren is de neerslag van 40 jaar archeologisch onderzoek naar de gemeenschappen die Midden- en Noord-Europa bevolkten vanaf de late steentijd tot en met de ijzertijd. Het verhaal van de Europese barbaren is er een van opmerkelijke innovatie, mobiliteit en sociale complexiteit.

Omdat ze zelf geen schriftcultuur kenden, hebben deze volkeren ons geen rechtstreekse getuigenissen nagelaten. Wij kennen hun verhaal alleen door archeologische vondsten van nederzettingen, offerplaatsen, monumenten en graven. Het is indrukwekkend hoeveel informatie daaruit door archeologen afgeleid kan worden. Hun vondsten ondersteunen het gangbare beeld van deze volkeren als gewelddadig en moordlustig niet. ­

Deze gemeenschappen, die tussen 2000 en 500 v.C. het Europa ten noorden van de Alpen bevolkten, konden zich in veel opzichten meten met de klassieke beschavingen. Hun samenlevingen waren met elkaar verbonden door gemeenschappelijke voorwerpen en gebruiken. Het leven was gewelddadig en hard, maar er was wel een belangrijke mate van technologische ontwikkeling.

De opgravingen onthullen heel wat over het leven van de gewone mens, zijn huizen, bezigheden, middelen van bestaan, zijn rituelen. De meeste mensen waren boeren en ambachtslui. Ze bedreven akkerbouw en veeteelt. Uit de vondsten leidt men af dat er een bloeiende handel was met de Griekse stadstaten en later met het Romeinse Rijk. Over hun eigen handels- en machtscentra weten we echter weinig. 

Als ze in contact kwamen met andere beschavingen maakten ze slim gebruik van de mogelijkheden die dit bood om maatschappelijk hogerop te komen. Rijke grafvondsten duiden op de opkomst van een rijke en machtige elite en dus veranderingen in de sociale politieke structuren. De talrijke veenlijken wijzen erop dat er mensenoffers werden gebracht.

De wereld van de barbaren veranderde heel vaak, onder andere onder invloed van klimaatveranderingen, maar na 500 n.C. werd hun de wereld helemaal door elkaar geschud. Onder invloed van de Romeinse invasies en later de opkomst van het christendom,kreeg hun samenleving een andere sociale organisatie. Ze werden geletterd en konden niet meer als ‘barbaren’ betiteld worden.

Toch leven deze barbaren op een of andere manier verder in de Europese beschaving, zegt Peter Bogucki. Zijn laatste hoofdstuk stelde mij echter teleur. Het gaat vooral over de wijze waarop zij nu voorgesteld worden en inspiratie geven aan tekenaars of films. Ik leerde echter niets over hoe hun wereld voortleeft in hedendaagse instituties of hoe de vermenging tussen de barbaarse en klassieke wereld een typisch Europese samenleving vormde. Dit is misschien voer voor historici?

Niettemin vond ik het een zeer boeiend werk. Ik kreeg een hele reeks tips voor bezoeken aan musea en sites. Het is bovendien zeer inzichtelijk geschreven en treffend geïllustreerd. Voor mij mocht het gerust twee keer zo dik zijn.

©  Minervaria

Aansluitend: dit boek wordt zeer goed aangevuld door Aan de rand van de wereld

donderdag 30 april 2020

Eeuwen van duisternis



NIXEY, C., Eeuwen van duisternis. De christelijke vernietiging van de klassieke cultuur. (Vert. The Darkening Age, 2017) Hollands Diep, 2018 (2e dr.), 398 pp. – ISBN 978 90 488 4718 1

In 2014 werd binnen het IS-kalifaat muziek verboden en werden boeken verbrand. Het jaar daarop begonnen IS-militanten met het systematisch verwoesten van de resten van de antieke steden Nimrud en Palmyra. ‘Valse afgoden’ moesten worden vernietigd. De wereld zag met afgrijzen hoe drieduizend jaar oude beelden omver gehaald werden en met mokers kapot geslagen.

Het was niet de eerste keer dat de stad Palmyra en haar heiligdommen aangevallen werd en verwoest. En waarschijnlijk hebt u nooit gehoord over de prachtige tempel van Serapis in het huidige Egypte. Dat hoeft niet te verbazen, want in 392 n.C. is hij door een bisschop, met de hulp van een troep fanatieke christenen, met de grond gelijk gemaakt.

Catherine Nixey heeft het voor u uitgeplozen. Ze schreef een beklijvend en uitstekend gedocumenteerd boek, ruim geïllustreerd, over de grotendeels onbekende tragedie achter de ‘triomf’ van het christelijke geloof. Er wordt, in haar eigen woorden, ‘ongegeneerd gerouwd over de grootste verwoesting van kunst die de mensheid ooit heeft meegemaakt’.

Ons werd altijd voorgehouden dat de kerk licht had gebracht in heel Europa. Mensen zouden zich massaal en graag tot het zachtmoedige christendom bekeerd hebben, dat mijlen verheven was boven de eeuwenoude godencultussen. Minder bekende geschriften, en veel objecten in musea en archeologische vindplaatsen, vertellen echter een ander verhaal.

In de polytheïstische klassieke samenlevingen heerste religieuze tolerantie. De goden bestonden gewoon naast elkaar en iedereen kon verschillende goden aanbidden en dienen. De Romeinse autoriteiten kregen echter te maken met een sekte die zeer recalcitrant was en overtuigd van het eigen grote gelijk. Wie een andere god aanbad, was niet gewoon anders, maar dwaalde en moest desnoods met geweld bekeerd worden. Groepjes fanatieke christenen verstoorden geregeld de openbare orde en gingen zich te buiten aan beschadiging en vernieling van gebouwen en kunstwerken.

Sommige keizers traden hardhandig op, maar dit waren uitzonderingen. Er zijn niet veel jaren geweest waarin christenen op last van een keizer zijn vervolgd. Het was de eerste 250 jaar n.C. officieel beleid van de meeste keizers om de christenen te negeren en te zeggen dat er niet actief jacht op hen mocht worden gemaakt. Martelingen en executies gebeurden niet zozeer omwille van hun geloof maar omdat zij de rust verstoorden.

Naarmate het aantal aanhangers van het christendom toenam, werden deze steeds driester. Christelijke moralisten spraken hun afkeer uit over alle aspecten van het ‘heidense’ leven. Ze trokken van leer tegen alles wat niet strookte met de christelijke leer. In de loop van de 4e eeuw nam de druk op de ‘andersgelovigen’ toe. Kunstenaars, filosofen en andersdenkenden werden op allerlei manieren geterroriseerd.

Toen met de eerste christelijke keizer Constantijn de christenen effectief aan de macht kwamen, werd het christendom staatsreligie. Meteen werden alle andere cultussen verboden en de cultusobjecten vernietigd. Beelden werden brutaal beschadigd en bij sommige werd een kruis in het voorhoofd gekerfd. Hele bibliotheken werden geplunderd en verwoest. De restanten van de grootste bibliotheek ter wereld, die van Alexandrië, zijn door christenen verwoest.

Er installeerde zich een gedachtencensuur. Iedereen moest desnoods met geweld tot het ware geloof bekeerd worden. Mensen werden verplicht zich te laten dopen en naar de kerk te gaan. Huizen werden doorzocht en geplunderd door fanatieke christelijke bendes. Filosofen werden mishandeld en vogelvrij verklaard, beroemde scholen gesloten. Ook feesten werden verboden.

Overal in de klassieke wereld stierven de oude religies uit en werd het christendom allesoverheersend. De repressie door het staatsgezag nam gestaag toe. In de 6e eeuw vaardigden de Romeinse keizers wetten en verboden uit die andersgelovigen viseerden. Een complete leefwijze was ten dode opgeschreven.

Een combinatie van onwetendheid, angst en waanzin bracht de vrijwel volledige verwoesting mee van alle Latijnse en Griekse literatuur. De geschriften van de Grieken zijn nagenoeg allemaal verdwenen. Naar schatting is minder dan 10 procent van alle klassieke literatuur tot in onze tijd bewaard gebleven. Het was het begin van de donkere middeleeuwen die Europa eeuwenlang in hun greep hielden.

Eeuwen van duisternis is een ware, maar droevige, revelatie.

© Minervaria

maandag 30 maart 2020

Terug naar de feiten

VAN CRAEYNEST, B., Terug naar de feiten. Hoe onze economie er echt voor staat. Uitg. Pelckmans/Polis, 2019, 228 pp. – ISBN 978 94 6310 400 5

België is een van de meest welvarende landen in de wereld. Opdat dit in de toekomst zo blijft, zijn echter flinke beleidsingrepen nodig. Alleen al de snelle vergrijzing van de bevolking stelt het land voor enorme economische en financiële uitdagingen.

In het publieke debat wordt daarover echter heel wat onzin verkocht, zegt Bart Van Craeynest, hoofdeconoom van VOKA. Politici van alle strekkingen spelen graag in op de onzekerheid van mensen over de toekomst. Hun uitspraken en stellingen steunen vaak niet op correcte feiten en objectieve analyses. Het gevolg is dat de oplossingen niet werken. De realiteit is immers veel genuanceerder dan men haar doorgaans voorstelt.

De uitdagingen voor België zijn niet min. Te weinig Belgen werken, ons belastingstelsel vertoont heel wat tekortkomingen, de begroting draait al jaren vierkant, de overheid werkt verre van efficiënt en er is een toenemend mobiliteitsprobleem.

Voor elk van die problemen maakt Van Craeynest telkens een analyse op basis van feiten en cijfers. Hij zoekt naar de oorzaak en evalueert de maatregelen die voorgesteld of getroffen worden. Die schieten volgens hem over het algemeen schromelijk tekort om het probleem ten gronde op te lossen.

Zo doorprikt hij een aantal gemeenplaatsen over overheidsschuld en -begrotingen. Hij relativeert het begrotingstekort en toont aan waarom een besparingsbeleid van de overheid doorgaans negatief is voor de economie. Heilige huisjes, zoals de ingewikkelde staatsstructuur en de salariswagens, worden niet gespaard.

 Ook misvattingen over economische groei worden vakkundig weerlegd. Zo maakt hij brandhout van de idee dat een economie zonder groei beter zou zijn. Als iemand er dan op vooruit gaat, is dat altijd ten koste van iemand anders. En hij toont aan waarom de overheid niet kan beheerd worden zoals een gezin en een bedrijf.

Tenslotte bespreekt hij een aantal mogelijke ingrepen om de uitdagingen dan wél ten gronde aan te pakken. Omdat economie geen exacte wetenschap is, geeft geen enkele economische analyse echter eenduidige antwoorden. Deze beperkingen hebben ook consequenties voor het beleid.

Voor niet-economen is de economie vrij ondoorzichtige materie. Daarom krijgt u een aantal tips om de economische analyses te interpreteren. Van Craeynest probeert economische begrippen en redeneringen bovendien zo inzichtelijk mogelijk te maken voor de modale lezer. Daar is hij naar mijn mening niet voor de volle honderd procent in geslaagd. Het kan hem echter niet kwalijk genomen worden, want economie blijft een ingewikkelde zaak.

Niettemin is het een vrij goed leesbaar werk geworden. En wellicht is het na de coronacrisis actueler dan ooit?

© Minervaria

zaterdag 29 februari 2020

Focus AAN/UIT

TIGCHELAAR, M. & O. de BOS, Focus AAN/UIT. Dicht de 4 concentratielekken en krijg meer gedaan in een wereld vol afleiding. A’dam, Uitg. Unieboek/Het Spectrum, 2019, 224 pp. – ISBN 978 90 00 35969 1

De hele dag druk bezig en ‘s avonds ontdekken hoe weinig er eigenlijk uit uw handen gekomen is. To-dolijstjes die alleen maar langer worden. Tijdens het lezen bedenken dat er nog drie klussen moeten opgeknapt worden. In bed liggen malen over wat er nog allemaal moet gedaan worden. Herkent u het ook?

Ik moet mijn dag beter indelen, denkt u dan. Neen, zegt Mark Tigchelaar, dat is niet de oplossing. Je moet je beter kunnen afsluiten voor afleiding en allerhande prikkels. Rust, overzicht en controle is wat je nodig hebt. Je moet beter kunnen focussen. De kwaliteit van ons werk hangt trouwens voor een groot deel af van onze focus.

Maar focussen is niet natuurlijk. Onze hersenen zijn afgesteld om alert te zijn op wat er om ons heen gebeurt. Ze nemen continu prikkels op die de aandacht afleiden. Gemiddeld hebben we zo’n 500 concentratielekken per dag. Ons concentratievermogen neemt bovendien af over de tijd. En zo zijn we dan ook geleidelijk minder productief. De vraag is dan ook: hoe leren we ons af te sluiten voor de prikkels om ons heen?

Tigchelaar onderscheidt 4 soorten concentratielekken en legt uit hoe ze ontstaan. Ze houden verband met de manier waarop onze hersenen omgaan met informatie. Als we daarmee rekening houden, dan kunnen we de concentratielekken beter dichten en onze focus zelf in handen houden. Dit maakt ons weerbaarder tegen stress en zorgt ervoor dat we structureel meer gedaan krijgen.

U krijgt tal van praktische tips om de concentratielekken te dichten. U leert onder meer hoe u minder snel moe wordt en waarom druk zijn niet samengaat met productief zijn. U krijgt tips om af te kicken als u verslaafd bent aan sociale media. U leert waarom multitasken goed is voor de focus en de concentratie. Had u er al aan gedacht dat er meer uit uw handen komt als u minder uren werkt per dag? En wist u dat bewegen de beste manier is om de aandacht weer op te laden?

Want om te kunnen focussen is het belangrijk om geregeld te ontfocussen. Focus is bovendien niet voor alle activiteiten geschikt. We streven immers niet alleen productiviteit na, er moeten ook oplossingen bedacht worden. Dit vraagt creativiteit en die is juist gediend met open aandacht. In Focus AAN/UIT krijgt u dus ook tips hoe u kunt ontfocussen.

Op de bijhorende website kunt u de tien belangrijkste tips downloaden en u krijgt er een gratis onlinetraining cadeau. Uiteraard kunnen bedrijven en instellingen de auteur inhuren voor het geven van workshops en lezingen. Het enthousiasme van de auteur is aanstekelijk. Ik kreeg meteen zin om alvast een paar tips toe te passen.

© Minervaria

maandag 10 februari 2020

De mythe van de moederliefde

BADINTER, E., De mythe van de moederliefde. Geschiedenis van een gevoel. Utrecht, Bijleveld, 1983, 271 pp. – ISBN 906 1318 017

In 1780 werden in Parijs van de 21.000 pasgeborenen 19.000 onmiddellijk na de geboorte uitbesteed bij een voedster. Dit was in Frankrijk al ettelijke eeuwen gebruikelijk. Pasgeboren baby’s werden ingebakerd en op open karren naar het platteland vervoerd. Om dit betaalde werk te verrichten had de voedster haar eigen kind vaak bij een andere voedster ondergebracht of ze gaf het een papje te eten.

Kinderen werden aan de lopende band uitbesteed en verlaten. Ze stierven in groten getale omdat hun ouders nauwelijks naar hen omkeken. Hoe moet een dergelijke achteloosheid worden uitgelegd, zeker in een tijd waarin borstvoeding van levensbelang was voor het kind? En hoe valt te verklaren dat de moeder van latere eeuwen onmiddellijk na de geboorte overweldigd werd door een instinctieve liefde voor haar kind?

In haar eerste boek uit 1980 presenteert Elisabeth Badinter, filosofe en militant feministe, een studie over de veranderende opvattingen over moederschap in de voorbije eeuwen. Hierin toont ze overtuigend aan dat de manier waarop moederliefde wordt geuit, varieert naargelang het moederschap door de maatschappij hoog of laag gewaardeerd wordt.

Voor het einde van de 18e eeuw telde het kind nauwelijks in het gezin. Het werd vaak als last beschouwd, als onbeduidend bekeken en in het beste geval geduld. Maar in de laatste dertig jaar van de achttiende eeuw kwam er een nieuwe filosofie op. Denkers zoals Rousseau hemelden de moeder-kindrelatie op en kenden aan de moeder een bijna goddelijke status toe.

Langzaam groeide het idee dat een koesterende, zorgende moeder onontbeerlijk was voor de overleving en het welzijn van het kind. Op allerlei manieren werd vrouwen aangepraat dat het moederschap een noodzakelijke en edele taak was, en een bron van menselijk geluk.  De moeder was ten volle verantwoordelijk voor de opvoeding van het kind. Ze had de plicht haar kind op te voeden tot een gelovig christen en gehoorzaam burger.

In de negentiende eeuw ging het moderne gezin zich groeperen rond de moeder. De vrouw aan de haard werd opgesloten in haar moederrol. Moeders waren bovendien ondergeschikt aan de man/vader. Veel vrouwen voelden zich daar goed bij, maar andere werkten hun frustratie hierover uit op hun  kinderen. Hun relatie kenmerkte zich niet zozeer door liefde, maar door controleren en macht uitoefenen.

Daar deed de psychoanalyse in de twintigste eeuw nog een schep bovenop. Als er met het kind iets mis ging, was de moeder schuldig. Ook al zijn hun teksten en inzichten nu achterhaald, de psychoanalisten hebben zeer veel invloed gehad op het moderne beeld van de ‘normale’ zorgende moeder.

Dank aan de feministische theorieën van de jaren 60 van de 20e eeuw kunnen vrouwen er voor de eerste maal in de geschiedenis zelf voor kiezen om huis en kinderen te verlaten en buitenshuis te gaan werken als mogelijkheid tot zelfontplooiing. Dit was uiteraard niet mogelijk geweest zonder efficiënte anticonceptie.

De moderne evolutie bewijst dat het moederschap niet altijd de voornaamste levensvervulling van de vrouw is en moet zijn. Meteen wordt duidelijk dat de gezinsverhoudingen zoals wij die kennen, niet vanzelfsprekend zijn. Ze zijn een Westerse uitvinding en niet zonder meer te extrapoleren naar andere samenlevingen.

Dit werk heeft bij verschijnen felle reacties uitgelokt. In haar antwoord, dat in de latere uitgaven opgenomen is, geeft Badinter haar doordachte visie op moederliefde. Moederliefde is geen allesoverheersende emotie die een vrouw overvalt na de geboorte van haar kind. Zoals ieder menselijk gevoel is het veranderlijk, broos en onvolmaakt. Misschien is het niet zo diep in de vrouwelijke natuur gegrift. Moeders geven het kind aandacht en genegenheid wanneer zij daar maatschappelijk voor beloond worden.

Elisabeth Badinter mag het nog meemaken dat ook vaders emotioneel veel nauwer betrokken zijn bij hun kinderen. We zien steeds meer jonge vaders actief bezig met de verzorging en opvoeding van hun kinderen. In veel landen kunnen ze gebruik maken van vaderschapsverlof. Alhoewel nog in een pril stadium, de thuisblijvende vader wordt niet meer met de nek aangekeken. En heel recent kunnen en mogen vrouwen (en mannen) tot uiting brengen dat zij geen kinderen willen of dat het leven zonder kinderen even en zelfs meer bevredigend kan zijn.

Heel wat boeken zijn snel verouderd, maar dat is zeker niet het geval voor De mythe van de moederliefde. Alleen al de studie van de gebruiken en het gedachtegoed uit de 18e eeuw maakt het de moeite waard. Dit geldt ook voor de kritische kijk op het ideeëngoed van de psychoanalyse, die in Frankrijk nog altijd veel invloed heeft.

Het thema blijft bovendien actueel. Alhoewel vrouwen in het Westen kunnen studeren en een carrière uitbouwen, is de feministische strijd nog niet gestreden. Veel werkende moeders moeten nog altijd genoegen nemen met een lager loon. Het vinden van een geschikte kinderopvang is vaak een heksentoer. En ze voeren nog altijd driekwart van de onbetaalde zorgtaken uit met een enorme impact op hun leven.

©  Minervaria