Posts tonen met het label Gender. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gender. Alle posts tonen

zaterdag 7 juli 2012

Het idee M/V


ten BROEKE, A., Het idee M/V.  Ontmaskering van een hardnekkig denkbeeld. A’dam, Maven Publishing B.V., 2010, 246 pp. – ISBN 978 94 9057 404 8

Jongens zijn beter in wiskunde dan meisjes. Mannen verwerken hun problemen liever op hun eentje, vrouwen willen vooral praten. Vrouwen kunnen beter multitasken dan mannen. Mannen weigeren de weg te vragen en vrouwen kunnen niet kaartlezen. Vrouwen zijn empathischer dan mannen en daardoor beter geschikt voor zorgende beroepen en bezigheden.

Verschillen tussen mannen en vrouwen blijven sexy en worden derhalve nog steeds breed uitgesmeerd in populaire bladen. Uiteraard verschillen mannen en vrouwen lichamelijk van elkaar. Dat is echter niet waar mensen op kicken. Ze blijven gefascineerd door emotionele en psychische verschillen. Maar zijn die wel zo groot als ze vaak voorgesteld worden? En waar komen ze vandaan?

Hierover wordt al een paar decennia lang door twee partijen geruzied. In het ene kamp zitten de feministen, die vinden dat alle man-vrouwverschillen aangeleerd zijn tijdens de opvoeding of bepaald worden door de cultuur. Het andere kamp herbergt diegenen die ervan uitgaan dat de verschillen tot stand gekomen zijn tijdens de evolutie en dus ingebakken zitten in onze natuur.

In dit uitermate vlot geschreven boek legt Asha ten Broeke deze populaire theorieën onder de loep. Talloze waarnemingen tonen aan dat het steentijdscenario van de uithuizige jagende man en de thuisblijvende zorgende vrouw niet klopt. Een kritische analyse van wetenschappelijke gegevens toont aan dat de stereotiepe denkbeelden over man-vrouwverschillen ons door onze omgeving ingeprent zijn. De verschillen tussen individuen zijn veel groter dan de groepsverschillen tussen mannen en vrouwen.

Maar hoe zijn die hardnekkige denkbeelden dan ontstaan? Asha ten Broeke heeft daar haar eigen visie op. Ze maakt duidelijk hoe die vooroordelen zich konden nestelen in de periode, inmiddels dertienduizend jaar geleden, waarin de mensheid het nomadische jager-verzamelaarbestaan ruilde voor een landbouwsamenleving. De landbouw veranderde de relatief egalitaire jager-verzamelaargemeenschap in een hiërarchische samenleving zoals we die nu kennen. En we rechtvaardigen die sociale ongelijkheid door haar uit te leggen als de onvermijdelijke consequentie van natuurlijke verschillen.

Die hardnekkige onbewuste ideeën beperken onze kansen en keuzevrijheid. We doen iedereen tekort met onze vooroordelen, omdat we de helft van het potentieel kortwieken voordat het aan hoogvliegen toekomt. Het goede nieuws is dat we niet tot die tradities veroordeeld zijn. In onze moderne maatschappij is er al veel meer gelijkheid tussen mannen en vrouwen dan pakweg 50 jaar geleden. Maar onze vooroordelen, ons onderbewustzijn, onze meningen en ideeën willen nog niet zo mee.

Hoe komen we af van die vooringenomen ideeën over mannen en vrouwen? Hoewel het niet gemakkelijk is en het moeite, tijd en oefening kost, zijn vooroordelen gewoontes die doorbroken kunnen worden. Daarvoor is alleen nodig dat mensen zich bewust anders gaan gedragen en op verschillende manieren hun stereotiepen te lijf gaan. Op termijn vormen we dan wellicht een samenleving waarin niet de sekseverschillen tellen, maar de échte verschillen tussen mensen. Die vinden we niet tussen groepsgemiddelden, maar tussen individuen.

Het optimisme van Asha ten Broeke is hartverwarmend. Als ik dan echter de commentaren lees op nieuwsberichten over maatregelen voor meer evenwichtige genderverhoudingen in bedrijven of aan universiteiten, ben ik heel wat minder hoopvol gestemd. Er is nog heel veel werk aan de winkel voor de ingebakken ideeën over man/vrouwverschillen en oude rolpatronen verleden tijd zullen zijn.

Voor dit warme pleidooi om onze vooroordelen over man-vrouwverschillen om te buigen heeft Asha ten Broeke zich gebaseerd op gedegen wetenschappelijk onderzoek. Ten behoeve van de leesbaarheid heeft ze geprobeerd om vaktaal zo veel mogelijk te vermijden. Ze is erin geslaagd om complexe kwesties zeer inzichtelijk en toegankelijk voor te stellen. Zelden heb ik een werk gelezen waarin bijvoorbeeld de werking van de genen zo duidelijk en inzichtelijk wordt voorgesteld.

Met zijn pittige en bijwijlen humoristische stijl heeft dit boek mij van begin tot eind weten te boeien. Het leest als een roman. Zo zouden er veel meer concurrenten moeten zijn voor  de verzameling Mars en Venusliteratuur.

©  Minervaria
Hou jezelf niet voor de gek, je kan niet alles hebben

dinsdag 17 april 2012

Vrouwen en mannen in België

Vrouwen en mannen in België. Genderstatistieken en genderindicatoren. Instituut voor de gelijkheid van Mannen en Vrouwen, 2011, 395 pp.

Zijn meer vrouwen dan mannen betrokken in een auto-ongeval? Hoeveel langer leven vrouwen gemiddeld dan mannen? Zijn plegers van geweld meestal mannen en de slachtoffers hoofdzakelijk vrouwen? Hebben vrouwen echt meer slaapproblemen dan mannen en hoeveel vaker lijden zij aan depressies? Hoeveel tijd besteden vrouwen en mannen aan taken in het huishouden en waaraan besteden zij het meeste tijd?

Op deze en nog veel meer vragen krijgen we een antwoord in deze publicatie van het Instituut voor de Gelijkheid van Mannen en Vrouwen. Hierin worden een groot aantal statistische gegevens samengebracht over de meest diverse aspecten van het leven van mannen en vrouwen in België. We krijgen een beeld van hun levensverwachting, hun meest voorkomende aandoeningen, hun familiale situatie, hun vrijetijdsbesteding, hun surfgedrag op internet, hun werksituatie, hun aandeel in de criminaliteit, het aantal mannen en vrouwen in topfuncties en nog veel meer.

Het Instituut voor de Gelijkheid van Mannen en Vrouwen is een federale overheidsinstelling. Het doel is de gelijkheid van vrouwen en mannen te beschermen en bevorderen. De verzamelde statistieken geven een objectief beeld van de positie van vrouwen en mannen in onze maatschappij. Beleidsmaatregelen moeten het immers in belangrijke mate hebben van statistieken.

De samenstellers focussen niet alleen op de man/vrouwverschillen. Die zijn immers afhankelijk van andere factoren, zoals de leeftijd, het opleidingsniveau of de gezinssituatie. Zo zien we bijvoorbeeld dat genderverschillen zich al op jonge leeftijd aftekenen en het aantal mannen resp. vrouwen dat betaalde arbeid verricht samenhangt met het opleidingsniveau.

Men heeft veel aandacht besteed aan de toegankelijkheid van de statistieken. De tabellen en grafieken zijn overzichtelijk en worden telkens bondig maar begrijpelijk toegelicht. Vooraan is een lijst opgenomen van veelgebruikte afkortingen en achteraan een index met trefwoorden voor het gericht zoeken.

De publicatie is gratis te bestellen op de website van het Instituut voor de Gelijkheid van Mannen en Vrouwen. Ze kan ook als PDF-bestand gedownload worden.

Dit is een interessant naslagwerk.

@ Minervaria

donderdag 20 november 2008

De onzichtbare vrouw

ADOVASIO, J.M., O. SOFFER & J. PAGE, De onzichtbare vrouw. De rol van mannen en vrouwen in de prehistorie. (Vert. The Invisible Sex: Uncovering the True Roles of Women in Prehistory) A'dam, Artemis & co, 2008, 301 pp. – ISBN 978 90 472 0039 0

Af en toe is een archeologische vondst opzienbarend genoeg om in de pers de voorpagina te halen. Eind 2004 werd de ontdekking bekend gemaakt van een tot dan toe onbekende soort mens. Op het Indonesische eiland Flores waren de schedel en enkele beenderen ontdekt van een vrouwelijke mens die 18.000 jaar geleden leefde en slechts 1 meter groot was. In Times Magazine werd deze ontdekking en de controverse erover geïllustreerd met een tekening van een man met een reusachtige dode rat op zijn schouder. Het beeld van de 'oermens' als onverschrokken en machtige mammoetjager zit blijkbaar nog steeds stevig verankerd.

Tot voor kort speelde de vrouw nauwelijks een rol in de geschiedschrijving over de prehistorie. Ze hield zich vooral onledig met eten koken en kinderen baren en zogen. Sedert vrouwelijke archeologen de groep van bijna uitsluitend mannelijke collega's hebben vervoegd is deze kijk veranderd. Een verfijnde onderzoekstechnologie stelt archeologen tegenwoordig ook in staat de overblijfselen van vergankelijke artefacten als weefsels en gevlochten voorwerpen op te merken en te analyseren. In de regel zijn dergelijke producten het werk van vrouwen.

Archeologie was lange tijd een soort mythologie van het menselijk verleden afkomstig uit de koker van mannelijke paleoantropologen. Van de prehistorie zijn immers hoofdzakelijk harde materialen overgebleven, die veel ruimte laten voor subjectieve interpretatie van de onderzoekers. Jim Adovasio en Olga Soffer, twee gerenommeerde paleoantropologen, en Jake Page, journalist, vonden dat het tijd werd voor een meer genuanceerde en veelzijdige interpretatie van de verschillende vondsten van menselijke overblijfselen vanaf de eerste hominiden tot en met de periode net voor de introductie van het schrift. Door een kritische analyse van de gangbare interpretaties willen ze de eenzijdige beeldvorming waarin de man centraal staat recht zetten.

Eerst komt de evolutie van de soort Homo aan de orde. In de vondsten van de vroegste hominiden, hoe gering ook, zijn er voldoende sporen te vinden van de rol van de vrouw. De auteurs bespreken en onderbouwen het verband tussen het lopen op twee benen en de gerenommeerde onderlinge en wederkerige zorg en het samenhorigheidsgevoel van vrouwen, en wellicht ook die van de mens als soort. Ze dragen ook stevige argumenten aan voor het verband tussen de oorsprong van de menselijke taal en de uniek menselijke moeder-kindrelatie. En volgens hen kunnen we op zijn hoogst gissen naar een rolverdeling tussen mannen en vrouwen inzake het vergaren van de kost.

Er zijn vervolgens veel aanwijzingen dat vrouwen een even belangrijke rol hebben gespeeld als mannen bij de uitzwerming van de moderne Homo Sapiens naar minder herbergzame gebieden. Vrouwen zijn bijna zeker de uitvindsters van belangrijke technologische vernieuwingen als trekken van draad, weven en vlechten. Deze vaardigheden stelden mensen in staat om kleding te naaien die bescherming bood in het barre klimaat van de ijstijden. Ook het jagen met netten, waarmee vooral vrouwen, kinderen en oudere mannen een aanzienlijk deel van de voedselvoorziening voor hun rekening namen, kon zonder deze technologie niet gebeuren. Het is waarschijnlijk dat de vrouwen die ze beheersten in hoog aanzien stonden. Adovasio c.s. verschaffen in dit verband een meer plausibele verklaring voor de Venusbeeldjes dan de klassieke godinnenhypothese.

Al is 'gender' waarschijnlijk reeds 30.000 jaar geleden uitgevonden, met een rolverdeling tussen mannen en vrouwen, toch zijn er veel aanwijzingen dat tot een heel eind in de neolithische of landbouwrevolutie beide seksen een gelijkwaardige positie hadden in de samenleving. Waarschijnlijk is de domesticatie van planten bijna geheel het werk van vrouwen geweest. De landbouwrevolutie heeft echter op veel plaatsen, maar zeker niet overal, de gelijkwaardige positie van de vrouw doen afbrokkelen. Adovasio c.s. leggen bondig uit hoe dit op basis van de vondsten te verklaren valt.

De meeste archeologen zijn het er nu wel over eens dat het beeld van de vrouw uit het verleden door generaties mannelijke archeologen ernstig is vertekend of volstrekt genegeerd. In werkelijkheid is de vrouw in de geschiedenis van de mensheid nooit onzichtbaar geweest. Als motor achter de opkomst van onze soort en ons succes bij het koloniseren van en leven op deze planeet waren vrouwen en gendervrouwen minstens even belangrijk als mannen. Er zijn bovendien ontelbare aanwijzingen dat gedurende het grootste deel van de ontwikkeling van de mens zowel mannen als vrouwen steeds hun best hebben gedaan voor elkaar te zorgen en samen te werken.

Met zijn originele en genuanceerde inzichten over de evolutie van de mens heeft dit werk mij van begin tot einde in zijn ban gehad. De stellingen van de auteurs zijn degelijk onderbouwd en gedocumenteerd. Er zijn niet veel, maar wel duidelijke en relevante illustraties. De tekst is zeer vlot leesbaar, ook al omdat de auteurs weinig vaktaal gebruiken. Achteraan het werk is ook een handig register opgenomen.

© Minervaria

maandag 17 november 2008

Onder mannen

VINCENT, N., Onder mannen. Anderhalf jaar undercover: een vrouw ontdekt wat het betekent man te zijn. (Vert. Self-Made Man) A'dam, Uitg. Balans, 2006, 302 pp. – ISBN 90 5018 803 6

Dit boek is het verslag van een uniek experiment. In de bibliotheek is het te vinden bij de fictie. Norah Vincent is journaliste en vertelt het verhaal van haar leven als man. Anderhalf jaar lang heeft ze zich vermomd als man in verschillende mannenbastions begeven. Als Ned is ze 8 maanden lid geweest van een bowlingclub, heeft ze verschillende stripteaseclubs bezocht, 3 weken in een mannenkloooster doorgebracht en een tijd gewerkt als venter-verkoper. Ze heeft aan dating gedaan met vrouwen en ze heeft zich aangesloten bij een mannengroep op zoek naar zichzelf.

Daartoe heeft ze zich grondig voorbereid. Ze heeft zich een geloofwaardig mannelijk uiterlijk aangemeten dat - eigenaardig genoeg - door geen enkele man werd doorprikt. Hoogstens werd vermoed dat ze homo was en werd ze als een verwijfde man beschouwd. Dit bevestigt in ieder geval dat de sociale perceptie van mensen zeer sterk door de verwachting bepaald wordt.

Met haar onofficieel onderzoek hoopte ze veel te weten te komen over de onuitgesproken mannelijke gedragscodes en de sociale verschillen tussen de seksen. En ze verwachtte ook dat het leuk zou zijn. Mannen hebben immers de macht in handen. Als man zou ze mogen doen wat als vrouw niet mocht, en waarop ze als meisje altijd jaloers was op geweest: kunnen genieten van vrijheid.

Ze heeft heel zeker veel geleerd. Natuurlijk is haar experiment geen wetenschappelijk of objectief onderzoek. Ze geeft zelf toe dat haar verslag een particuliere ervaring is en dat haar observaties persoonlijk zijn. Het biedt 'een vrouwelijke kijk op het globale leven van één man en is niet een gezaghebbende gids voor het hele, uitgestrekte en bontgeschakeerde landschap van het mannendom in de Verenigde Staten'. Meteen is ook een andere beperking aangegeven: men mag haar bevindingen niet veralgemenen tot de hele mannelijke helft van de wereldbevolking. Ook al zijn ze gebaseerd op biologische factoren, mannelijk gedrag en verwachtingen over mannen zijn ook cultuurgebonden.

Maar wàt ze heeft geleerd bleek erg teleurstellend. In plaats van te genieten van een ongekende vrijheid en macht en erop los te kunnen leven voelde ze zich ernstig belemmerd. Het leven als man was zwaar. Ze vond het niet leuk. De dwangbuis van de mannelijke rol zit niet minder strak dan die van de vrouw, zo besluit ze. De mannenwereld is – ook voor de mannen zelf – een harde wereld, waarin een man voortdurend wordt getoetst op zijn man-zijn. Man wordt, althans in de gegeven cultuur, gedefinieerd als niet-vrouw en alles wat naar vrouw zweemt – de meeste emoties bijvoorbeeld – wordt uit de mannengroep gebannen. Volgens Norah is "mannendom een loden mythologie die elke man op zijn schouders draagt".

Op het einde van de periode is Ned in een depressie verzeild. Het werd tijd dat Norah weer verscheen. Ook al moet haar verhaal binnen de specifiek Amerikaanse context worden gelezen, toch illustreert het hoe fundamenteel onze seksuele identiteit is en hoe verweven gender en sekse.

Haar boek is een ontnuchterend verslag. Een boeiend, maar schrijnend en soms ontroerend verhaal waaruit zowel vrouwen als mannen veel kunnen leren.
Ik heb het in ieder geval in één adem uitgelezen.

© Minervaria

zaterdag 30 augustus 2008

Je begrijpt me gewoon niet

TANNEN, D., Je begrijpt me gewoon niet. Hoe mannen en vrouwen met elkaar praten. A’dam, Uitg. Bakker, 2006 (16e dr.), 346 pp. – ISBN 978 90 351 3009 8

Conflicten en misverstanden tussen mensen uit verschillende culturen lijken ons vrij vanzelfsprekend. We weten onderhand dat ze te maken hebben met verschillende communicatiestijlen. Maar wanneer mannen en vrouwen met dezelfde culturele achtergrond met elkaar praten worden communicatieproblemen snel op rekening van persoonlijke tekortkoming of onwil geschoven.

De sociolinguïste Deborah Tannen toont in dit boek aan dat de schijnbaar onverklaarbare misverstanden tussen mannen en vrouwen echter evenzeer te maken hebben met verschillende conversationele stijlen als die tussen mensen uit verschillende culturen. Veel wrijvingen tussen mannen en vrouwen in relaties ontstaan doordat beide partijen behoren tot en opgroeien in wat in wezen verschillende culturen zijn. De wereld van mannen is een andere dan die van vrouwen. De spreekstijl van partners is de reflectie van een ander systeem.

Mannen groeien op en leven in een hiërarchische maatschappelijke orde, waarin je als individu een hogere of lagere positie inneemt. Het leven is een krachtmeting met onafhankelijkheid en status als inzet. Menselijke relaties worden als asymmetrisch beleefd en verschillen worden benadrukt. In deze wereld zijn gesprekken onderhandelingen waarin mensen zo mogelijk de overhand proberen te krijgen en te behouden, en zichzelf beschermen tegen pogingen van anderen om hen te overheersen en met hen te sollen. Mannen zijn dan ook eerder geneigd zich in een gesprek in een statuspositie te manoeuvreren en te domineren.

Vrouwen daarentegen benaderen de wereld als een netwerk van verbindingen, waarin het belangrijk is een levensgemeenschap te scheppen en in stand te houden met intimiteit en verbondenheid als doel. In deze wereld zijn gesprekken onderhandelingen met intimiteit als doel en waarbinnen mensen bevestiging en steun zoeken en geven en tot overeenstemming komen. Vrouwen letten in een gesprek op subtiele verschuivingen in verbondenheid en streven naar vriendschap en gelijkheid in bondgenootschappen.

Dit betekent niet dat onafhankelijkheid en status voor vrouwen onbelangrijk zijn, of dat mannen geen intimiteit of verbondenheid nastreven. Over het algemeen vinden zij deze respectieve doelen echter minder belangrijk. Het gaat dus om een verschil in gradatie.

Met dit uitgangspunt bespreekt Tannen een aantal vaak voorkomende misverstanden in en over communicatie van mannen en vrouwen. Als mannen spreken zijn ze bijvoorbeeld vooral gericht op het geven van informatie, vrouwen op het leggen van contact. Mannen zijn daardoor bij openbare gelegenheden vaak veel langer aan het woord, ook omdat ze status willen verwerven. Omwille van het contact zijn vrouwen geneigd gevoelens en geheimen te delen, wat door mannen vaak neerbuigend kletsen genoemd wordt. Vrouwen zijn over het algemeen, omdat ze verbondenheid nastreven, ook minder geneigd op de voorgrond te treden en worden daardoor vaker als incompetent en hulpeloos gezien. Vrouwen en mannen gaan op een andere manier om met conflicten en meningsverschillen. En vrouwen in Westerse maatschappijen geven eerder de voorkeur aan indirecte, mannen aan directe communicatie.

Die specifieke communicatiestijlen zijn reeds vroeg in de ontwikkeling aanwezig en blijven opmerkelijk constant doorheen de verschillende leeftijdsfasen. Opvallend is dat, over de culturen heen, de communicatiestijl van vrouwen systematisch lager gewaardeerd wordt dan die van mannen. Spreekstijlen die als mannelijk worden beschouwd, associeert men met leiderschap en gezag. Met als vrouwelijk geassocieerde spreekstijlen gebeurt dit niet. Daarom wordt van vrouwen bijna overal als vanzelfsprekend verwacht dat zij zich zullen aanpassen. En dat doen ze ook.

Man-vrouw conversatie is volgens Tannen dus communicatie tussen verschillende culturen. Daardoor praten mannen en vrouwen heel vaak langs elkaar heen. Een sociolinguïstische benadering van man-vrouw conversaties als communicatie tussen twee verschillende culturen verklaart gerechtvaardigde ongenoegens zonder iemand ervan te beschuldigen ongelijk te hebben of gek te zijn. Een verklaring doet de ongenoegens niet verdwijnen maar kan wederzijds onbegrip en kritiek uit de wereld helpen.

Deborah Tannen hoopt door haar werk ook de ongelijke waardering te counteren. Met haar analyse en in verschillende voorbeelden benadrukt zij dat mannen en vrouwen een verschillende maar volkomen gelijkwaardige spreekstijl hebben. Hiermee gaat ze in tegen de algemeen gekoesterde opvatting dat vrouwen een moeten proberen om mannen te begrijpen. Als we weten dat iedere spreekstijl waardevol is binnen een bepaald systeem, dan kunnen we ons beide aanpassen en leren van elkaars stijl.

Dit is een wel zeer optimistische visie. Ik betwijfel of het werkelijk zo eenvoudig ligt. In de eerste plaats is het streven naar hiërarchie en status in elke maatschappij veel agressiever en opvallender en levert het onmiddellijke en openlijke maatschappelijke voordelen op. In de tweede plaats zijn de meeste mannen niet zo geïnteresseerd in relationele en intermenselijke thema’s, en informeren ze zich daar niet over.

Vrouwen zullen zich dus, net omdat zij dit belangrijk vinden, blijvend meer moeten aanpassen als ze verbondenheid en intimiteit willen bereiken en een meer harmonieuze omgang met hun mannelijke partners. Tenzij ze zich daarbij neerleggen zullen ze dus ook vaker gefrustreerd en teleurgesteld blijven. Gelukkig zijn de meeste vrouwen sterk in het opbouwen van een hecht sociaal netwerk van vrouwen bij wie ze wel terecht kunnen.

Voor wie dit allemaal te seksistisch lijkt, is het wel goed te weten dat Tannen beseft dat ze generaliseert. Er zijn immers vrouwen die een communicatiestijl hanteren die aansluit bij die van de meeste mannen, en er zijn ook mannen met een meer vrouwelijke communicatiestijl. Het indelen van vrouwen en mannen in categorieën veegt individuele verschillen niet weg. Op talloze manieren is ieder mens volkomen verschillend van een ander en ook verschillend van de velen die tot dezelfde categorie behoren.

De spreekstijl die in het Westen algemeen door mannen resp. vrouwen gehanteerd wordt, kan bovendien in een andere cultuur best de algemene communicatiestijl zijn. Zo is in de meeste niet-westerse culturen een indirecte stijl gebruikelijk, die in het Westen als vrouwelijk wordt bestempeld.

De inzichten van Tannen zijn gebaseerd op studies in verschillende onderzoeksgebieden. Regelmatig blijft het bewijsmateriaal toch eerder anekdotisch. De vraag is of dit is gebeurd omwille van de leesbaarheid van het boek, dan wel dat er geen ander materiaal voorhanden was. Alhoewel haar theorie ook zonder dit bewijsmateriaal zeer goed herkenbaar is in de realiteit, mag dit niet de toetsteen worden voor de juistheid ervan.

Niettemin toch een aanrader, omdat begrip inderdaad veel ongenoegens minder zwaar doet wegen. En het is bovendien heel vlot leesbaar want geschreven in een eenvoudige taal.

© Minervaria

Kijk me aan terwijl je spreekt

woensdag 16 april 2008

Mannelijkheid

MANSFIELD, H.C., Mannelijkheid. (Vert. Manliness) A’dam, Meulenhoff, 2008, 388 pp. – ISBN 978 90 290 8019 4

Wij leven in een maatschappij waarin rechten, plichten of positie niet door sekse bepaald worden: de sekseneutrale samenleving. Nooit eerder in de geschiedenis heeft een dergelijke terechte gelijkheid tussen de seksen bestaan.

Toch zijn daarmee de maatschappelijke verschillen tussen mannen en vrouwen niet geheel verdwenen. Alle pogingen ten spijt om mannen en vrouwen als gelijken te beschouwen en te behandelen, blijven seksegebonden stereotypen en rolverdeling voortbestaan. Er zijn nog altijd veel meer mannen in hogere maatschappelijke functies dan vrouwen, en de meeste mannen blijven een afkeer hebben van ‘vrouwenwerk’. Seksespecifiek gedrag en seksestereotypen blijken hardnekkig en haast niet uit te roeien. Hoe komt het dat ze stand houden in een sekseneutrale samenleving? Wat heeft dit met mannelijkheid (en vrouwelijkheid) te maken?

Volgens Harvey Mansfield heeft sekse in deze maatschappij haar diepere betekenis verloren. De sekseneutrale samenleving zoals we die nu kennen berust op de overtuiging dat mannelijkheid resp. vrouwelijkheid niet bestaan. Vooral mannelijkheid wordt negatief bekeken. Het woord mannelijkheid roept misbruik op, agressie, onderdrukking, minachting. Is dat werkelijk zo, of moeten wij mannelijkheid beter definiëren en herwaarderen? En hoe moet dat gebeuren, welke kapstokken hebben we hiervoor?

In zijn boek poogt Mansfield een zinvolle discussie op gang te brengen over mannelijkheid - en dus ook vrouwelijkheid. Hij is van mening dat een beter begrip van echte mannelijkheid hiertoe een essentiële voorwaarde is. En die is meer dan wat gewoonlijk voor mannelijkheid doorgaat. Hij wil een pleidooi houden voor de waarde van beschaafde mannelijkheid.
Wat een natuurlijke eigenschap is moet immers bijgeschaafd worden wil ze maatschappelijk waardevol kunnen worden. Mannelijkheid noch vrouwelijkheid in ongepolijste vorm stemmen immers vrolijk.

Mansfield gaat dus op zoek naar wat bijgeschaafde mannelijkheid kan betekenen. Hiervoor gaat hij eerst te rade bij de wetenschap. Alle wetenschappelijke onderzoeken bevestigen de geldigheid van seksestereotypen. Toch verschaft de wetenschap geen bruikbaar antwoord op zijn vraag. Ze ontleedt mannelijkheid wel in verschillende eigenschappen, maar verbindt ze niet. Ze analyseert maar synthetiseert niet en komt daardoor niet bij de ‘ziel’ van mannelijkheid resp. vrouwelijkheid. Mannelijkheid (en vrouwelijkheid) is meer dan een verzameling eigenschappen.

Vervolgens verdiept hij zich in literatuur en filosofie. Hier vindt hij andere antwoorden, waarin hij zichzelf en zijn ideeën beter terug vindt. Volgens hem wordt mannelijkheid gekenmerkt door zelfvertrouwen en leidinggeven. Bij mannelijkheid staat het belang van het individu centraal. Mannen moeten zich belangrijk kunnen voelen, en dat kan problemen geven als een man dit zonder meer wil bereiken. De waarlijk in hogere zin mannelijke man is immers niet iemand die zichzelf laat gaan, maar iemand die zichzelf weet in te tomen. Daaronder verstaat hij onder andere hoffelijkheid, respect voor zwakkeren, ondernemingszin en verantwoordelijkheidszin. Hij gaat deze visie toetsen bij verschillende denkers en schrijvers.

Wat moeten we nu met mannelijkheid in de sekseneutrale samenleving? De verschillen tussen mannen en vrouwen zullen blijven bestaan en kunnen dus niet genegeerd worden. De erkenning van mannelijkheid zal ons echter toelaten om die te polijsten en bij te schaven, zodat ze een deugd kan worden en niet een hinderlijke eigenschap. Dit geldt mutatis mutandis voor vrouwelijkheid, en is volgens Mansfield een taak van de feministische beweging. In hun deugden vullen mannen en vrouwen vullen elkaar perfect aan. Ze dienen niet in alles elkaars evenknie te zijn.

Voor de sekseneutrale samenleving betekent dit volgens Mansfield dat de terecht verworven gelijkheid tussen de seksen enkel zin heeft in het publieke domein. In het privédomein zouden mannen en vrouwen keuzes moeten kunnen maken in overeenstemming met hun natuurlijke seksespecifieke voorkeuren. Dit zou volgens hem leiden tot meer tevredenheid zowel bij mannen als bij vrouwen.

Er valt iets voor deze stelling te zeggen, omdat de erkenning van de eigenheid van mannen resp. vrouwen meer ontspanning kan brengen in de man-vrouwrelaties in het privéleven. Maar ze zitten ook gevaren in.

Ze kan een excuus vormen voor mannen om het huishouden en een meer eerlijke taakverdeling daarin gewoon naast zich neer te leggen. Vrouwen die in het publieke domein ook willen meetellen worden hierdoor weer opgezadeld met een dubbele taak.
Mansfield laat ook de politiek-economisch-maatschappelijke implicaties van zijn standpunt buiten beschouwing. Zolang bestaanszekerheid en leefomstandigheden van individuele burgers en gezinnen vooral afhangen van buitenhuisarbeid, zullen vrouwen in een moeilijke positie blijven als het gaat om de keuze tussen en combinatie van gezin en werk.

Als, beweert Mansfield, het huishouden echter meer eer zou meebrengen, zouden vrouwen zich er met plezier op toeleggen. Dan heeft Mansfield zich waarschijnlijk zelf nog niet vaak ingelaten met repetitief en geestdodend werk als strijken en poetsen. Zolang het huishouden en de zorgtaken in het gezin maatschappelijk en financieel nauwelijks gewaardeerd worden en als vanzelfsprekend worden beschouwd, zal het met de eer ervan wel treurig gesteld zijn. En zijn argument riekt toch heel sterk naar het discours van de vrouw aan de haard.

Mansfield schreef naar eigen zeggen echter geen praktijkboek maar een boek voor denkers, en dit is op zich een verdienste. Toch is het een ronduit elitair boek, ontoegankelijk geschreven in een zeer ingewikkelde taal. Je moet al heel veel literaire en filosofische achtergrond bezitten om zijn betoog een beetje te kunnen volgen. In ieder geval geen goede werkwijze als je wil dat je opvattingen invloed krijgen.

© Minervaria

vrijdag 6 oktober 2006

Wat vrouwen willen en mannen niet willen weten

GURIAN, M., Wat vrouwen willen en mannen niet willen weten. (Vert. What Could He Be Thinking: How a Man's Mind Really Works) Vianen/A'pen, The House of Books, 2004, 319 pp. – ISBN 90 443 0918 8

"Dat is echt iets voor een man."
Of: "Typisch een mannenredenering."
Mutatis mutandis wordt hetzelfde over vrouwen gezegd.

Blijkbaar voelen we intuïtief aan dat mannen en vrouwen niet alleen verschillend handelen maar ook anders denken en voelen. Toch is onze cultuur de laatste 30 jaar heel erg 'gefeminiseerd': de ideale mens is vrouwelijk geworden. We leven in een cultuur die op romantiek gebaseerd is en we denken in termen van het vervolmaken van intimiteit en nabijheid. Intimiteit van welk soort dan ook wordt altijd als middel tegen alle kwalen beschouwd. Maar toch blijkt de zogenaamd 'nieuwe man' geen succesnummer. Je ziet wel meer jonge vaders dan vroeger met kinderen zeulen, maar de taak- en tijdsverdeling in huishoudens ziet er in het algemeen nog hetzelfde uit als 20 jaar geleden.

Dit boek gaat over de mannelijke hersenen en psyche. Gurian baseert zich in gezins- en huwelijkstherapie op de inzichten uit de biologie over het verschil tussen vrouwelijke en mannelijke hersenen. Volgens hem brengt de biologie de menselijke natuur in kaart, en dus ook de vrouwelijke en de mannelijke. Hij noemt het laatste de 'wetenschap van het man-zijn'. Die kan ons op het spoor brengen van de 'mannelijke natuur'. Een hachelijke onderneming. Een beetje scepticus is meteen op zijn/haar hoede.

Toch vind ik het uitgangspunt van Gurian terecht. Volgens hem is een van de grootste gevaren voor de man-vrouwrelatie en het huwelijk van tegenwoordig, dat onze populaire cultuur ideologieën over mannen en vrouwen huldigt die geen rekening houden met de biologie. Mannen en vrouwen zitten niet alleen anatomisch anders in elkaar, hun hersenen verschillen in bouw en werking. Deze verschillen komen tot stand onder invloed van seksespecifieke hormonen. Mannen en vrouwen denken en voelen anders omdat hun hersenen anders in elkaar zitten. Het laatste is ondertussen aangetoond door middel van hersenscans.

In dit boek werkt Gurian deze stelling uit. De thema's in volgorde van uitwerking: hoe zitten de mannelijke hersenen in elkaar, welke consequenties heeft dit voor de mannelijke psyche, welke invloed heeft dit voor de wijze waarop een doorsnee man omgaat met gevoelens, (vaste) relaties en vaderschap. Hij besteedt telkens ook aandacht aan wat hij 'bruggenbreinen' noemt: mannen die uitzonderingen vormen op de regel, de mannen die voldoen aan het beeld van de 'moderne man'. Volgens Gurian blijven dat echter uitzonderingen.

Wat mij in zijn zienswijze bijzonder heeft aangesproken is de theorie van de nabije afstand. In langdurige relaties zijn er natuurlijke ritmes voor verbinding en losmaking, die steunen op de werking van de hersenen en die we moeten respecteren. In de afgelopen 30 jaren ging men er stilzwijgend van uit dat stress verminderde door intimiteit en dat menselijke liefde erdoor toenam. Maar onderzoek van de hersenen wijst uit dat het natuurlijk patroon in menselijke relaties een ritmische afwisseling vertoont tussen verbinding en loslaten. Gurian noemt dit relationele intelligentie. Komen we te dicht bij elkaar dan ervaart het brein stress, raken we te ver van elkaar af, dan ervaart het brein ook stress. Het brein is op zoek naar evenwicht tussen nabijheid en afstand.

Dit is trouwens in overeenstemming met observaties van baby's. Er wordt gemeenzaam aangenomen dat baby's zich vooral hechten en nabijheid zoeken. Maar als je zo'n hummel goed observeert zie je toch ook zo'n patroon van afwisseling tussen nabijheid en contact zoeken en zich afwenden. De baby moet dan even tot rust komen. Als hij daarin verhinderd wordt gaat zo'n kind wenen. Dit is een uiting van stress.

Een belangrijk verschil in de wijze waarop doorsnee mannen en vrouwen zich in relaties voelen en gedragen is, dat vrouwen eerder nabijheid zoeken en mannen geneigd zijn meer afstand te houden. Als we hiermee rekening houden, hebben we een veel grotere kans dat man-vrouwrelaties lukken.
Gurian besteedt dan ook in elk hoofdstuk aandacht hoe vrouwen en mannen door het zorgvuldig hanteren van dat evenwicht kunnen komen tot een beter begrip voor elkaar.

Bij de uitwerking van het thema heb ik een paar bedenkingen.

In de eerste plaats ergerde ik me gaandeweg meer aan het onnauwkeurig gebruik van terminologie. Het is natuurlijk niet gemakkelijk om de complexe werking van de hersenen en het verband met gedrag in een dergelijk bestek exact weer te geven. Maar toch worden termen als brein en hersensysteem te slordig gehanteerd. Ten onrechte 'psychologiseert' Gurian biologische functies en processen. Dit geeft de indruk alsof de mens samenvalt met zijn hersenen, en suggereert een onverantwoord reductionisme. Op p. 229 zegt hij bijvoorbeeld: "Het menselijk brein heeft evenzeer behoefte aan onafhankelijkheid als aan afhankelijkheid." Het is echter niet het brein dat hieraan behoefte heeft, wel de mens. Het brein is ook niet op zoek naar een evenwicht tussen nabijheid en afstand (zie hoger), maar er zijn wel processen waarneembaar die wijzen op verhoogde stress wanneer er teveel van het ene of het andere is voor die specifieke mens.

Een tweede bedenking gaat over de polarisatie van de behoefte aan intimiteit en afstand. Mannen mogen dan wel in doorsnee meer afstand willen dan vrouwen, het is net als bij de vele andere eigenschappen waarin ze van elkaar verschillen. Er zijn vrouwen die meer van afstand houden en mannen die zich beter voelen bij nabijheid. De sekse mag het gedrag van mensen wel in hoge mate bepalen, ze vallen er niet mee samen en zijn in de eerste plaats een individu met een eigen persoonlijkheid.

Tenslotte heb ik moeite met de nadruk die gelegd wordt op de verantwoordelijkheid van vrouwen. Omdat vrouwen zich beter kunnen inleven in de gevoelswereld van andere mensen, zouden zij meer begrip moeten tonen en zich aanpassen. Vrouwen moeten volgens Gurian hun verwachtingen naar mannen op het gebied van verbondenheid en intimiteit bijstellen en zich voor deze zaken meer richten tot andere vrouwen. Daar zit wel iets in, maar het lijkt mij te eenzijdig. Als je dergelijke redenering doortrekt kom je tot uitspraken als: "Waarom zou ik moeite doen, ik ben nu eenmaal zo gemaakt."

Naarmate ik verder kwam in het boek kreeg ik steeds meer een déja-vu gevoel. Eenmaal de hoofdzaken uitgelegd, komt er eigenlijk niet veel nieuws meer. De basisinzichten worden alleen nog toegepast op de verschillende domeinen van het leven (van mannen). Een belangrijk gebied is hierbij onderbelicht gebleven: mannenvriendschappen. In het licht van recent onderzoek lijkt mij dat een interessant en maatschappelijk relevant thema. Het is wellicht een goede zaak als ook mannen meer werk zouden maken van een sociaal netwerk 'onder gelijken', en dan niet alleen met professionele doeleinden. In niet-westerse culturen is dit gemeengoed. In onze maatschappij wordt dit vaak als achterhaald beschouwd, maar het kan man-vrouwrelaties wel minder beladen maken.

De titel van de Nederlandse vertaling tenslotte is bijzonder slecht gekozen, en geeft helemaal niet weer wat in dit boek besproken wordt.

Ondanks deze bedenkingen heb ik in dit boek veel geleerd. Vrouwen durven nogal eens meewarig doen over mannen en typisch mannelijke bezigheden, en die als onvolwassen bestempelen. Gurian geeft ons echter een ander beeld, menselijk, volwassen en bijwijlen ontroerend.

© Minervaria

maandag 16 januari 2006

Een toekomst zonder mannen

SYKES, B., Een toekomst zonder mannen. Wordt de man met uitsterven bedreigd? (Vert. Adam’s Curse, 2003) Baarn, Uitg. De Kern, 2004, 351 pp. – ISBN 90 325 0942 X

De auteur van het boek De zeven dochters van Eva, hoogleraar genetica in Oxford, is er weer in geslaagd een helder en onderhoudend werk te schrijven. Dit keer gaat het niet over de stamboom van de mensheid langs vrouwelijke lijn, maar over mannen, of liever het Y-chromosoom.

Sekse is ons voornaamste kenmerk, de eerste karakteristiek van onze persoonsbeschrijving. Het feit dat wij mensen in twee gedaanten bestaan, maakt zozeer deel uit van ons leven van alledag dat we er zelden bij stilstaan ons af te vragen waarom dat zo moet zijn. Maar toch verdeelt het simpele onderscheid tussen man en vrouw onze soort in twee eeuwig gepolariseerde kampen, die zich aan weerszijden van een diepe kloof bevinden. We gebaren wel naar elkaar, maar kunnen nooit aan de overkant komen.

De auteur heeft deze titel gekozen omdat het experiment van de natuur, dat ons mannen heeft opgeleverd, voor hen niet bepaald gunstig uitpakt. Mannen staan afgetekend aan de leiding in de statistieken van gewelddadigheden en agressieve handelingen. In zijn werk onderzoekt Sykes de genetische verklaring daarvan, en wijst daarvoor naar het enige stukje DNA dat mannen wel bezitten en vrouwen niet: het Y-chromosoom. Maar eigenaardig genoeg blijkt net dat chromosoom hoogst onstabiel te zijn en op termijn met verdwijnen bedreigd. Mannen lopen een reële kans om uitgestorven te raken, en daarmee meteen ook de mensheid zelf.

In zijn boek vertelt hoe hij tot deze conclusie komt. In zijn betoog maakt hij gebruik van de meest recente inzichten uit verschillende disciplines w.o. de biologie, de genetica, de embryologie, en de evolutietheorie. Het leeuwendeel van het boek gaat over de basismechanismen van seks, de fundamentele oorzaken van seks als voortplantingswijze (de strijd tegen parasieten), het principe achter de evolutie van twee seksen en de kracht van seksuele selectie als belangrijke verklaring voor de snelle opkomst van de mens. Belangrijke evenementen in de menselijke geschiedenis (de invasie van de Vikingen, het ongewoon groot aantal afstammelingen van Djenghis Khan en MacDonald) worden door Sykes geduid en verklaard aan de hand van de resultaten uit genetisch onderzoek.

Een belangrijke conclusie lijkt mij dat de opkomst van de landbouw de waarde van bezit, macht en rijkdom onevenredig groot heeft gemaakt, en een frappante maatschappelijke ongelijkheid in de hand heeft gewerkt. Daardoor is de seksuele selectie eenzijdig geworden: vrouwen kregen steeds minder zeggenschap in de keuze van hun partner. Maar dit fenomeen heeft zeer negatieve gevolgen gehad voor de aarde: de hang naar steeds meer bezit heeft het menselijk en natuurlijk leefmilieu reeds in die mate vernietigd, dat het voortbestaan zelf van het Y-chromosoom bedreigd wordt.

Tenslotte nog dit: een heel interessant hoofdstuk wordt gewijd aan de verklaring van (het doorgeven van) homoseksualiteit. Het was een plezier om dit boek te lezen. Sykes is een begenadigd schrijver, en is erin geslaagd om moeilijke materie te gieten in wat leest als een avonturenroman. De gedachtegang is helder en zelfs didactisch te noemen.

Een boek om regelmatig ter hand te nemen. Achteraan is een uitgebreid register opgenomen. Wat ik mis: een bronnenlijst.

© Minervaria

maandag 9 januari 2006

Waarom wij liefhebben

FISHER, H., Waarom wij liefhebben. De aard en chemie van verliefdheid. A’dam/A’pen, Uitg. Contact, 2005, 304 pp. – ISBN 90 254 1876 7

Dit boek gaat over één van de 3 componenten van de liefde: de romantische liefde of verliefdheid. Dit is de aantrekkingskracht tussen 2 specifieke personen in dienst van de voortplanting. De andere aspecten zijn: lust en verbondenheid.

Antropologe Helen Fisher heeft zich gespecialiseerd in de antropologie van de liefde. Voor haar studie over de liefde hanteert zij een wetenschappelijke invalshoek: hersenscans gecombineerd met gestandaardiseerde vragenlijsten.

Volgens de auteur is de romantische liefde een universele menselijke ervaring. Het vermogen tot verliefdheid is diep in de menselijke hersenen genesteld. Het is geen emotie maar een drift die even basaal is als honger.

Zij motiveert deze stelling vanuit verschillende invalshoeken: de seksuele aantrekkingskracht tussen dieren, de chemie van de hersenen en de seksuele selectie. Verder beschrijft zij ook wat er in onze hersenen gebeurt wanneer de liefde ‘over gaat’ of afgewezen wordt, en waarom wij ons dan depressief en kwaad voelen. Vanuit haar onderzoek fundeert zij de beste strategieën om hiermee om te gaan. In het laatste hoofdstuk heeft zij het nog over hoe mensen de romantische liefde kunnen aanwakkeren of herwinnen, wanneer de relatie in rustiger vaarwateren is gekomen.

Het is een boeiend boek, zeer vlot leesbaar en goed onderbouwd. Naar het einde toe wordt het betoog echter wat slordiger. Toch zijn haar stellingen goed herkenbaar.

De tekst is voorzien van uitgebreide voetnoten, een degelijke bronnenlijst en een namenregister.

© Minervaria

zaterdag 30 juli 2005

Over cultuurverandering en betere doorstromingskansen voor vrouwen en mannen in organisaties en bedrijven

DRAULANS, V. & M. SMET, M/V. Over cultuurverandering en betere doorstromingskansen voor vrouwen en mannen in organisaties en bedrijven. Tielt, Lannoo, 2005, 278 pp. – ISBN 90 209 6099 7

Ook al is man-vrouw-diversiteit de meest uitgesproken en meest voorkomende vorm van diversiteit in organisaties, toch blijken loopbaanprofielen en doorstromingskansen van vrouwen en mannen behoorlijk te verschillen.

In het eerste deel van dit boek lichten de auteurs een aantal factoren toe die hiertoe bijdragen. Theoretische inzichten worden afgewisseld met verslagen van verschillende vrouwen die een topfunctie bekleden in een bedrijf of organisatie. Het tweede deel bevat suggesties om daadwerkelijk methodisch gepland m/v-diversiteit in een bedrijf aan de orde te stellen en zodoende een cultuurverandering te bewerkstelligen.

Een aantal interessante invalshoeken (o.a. gender, gendermainstreaming) worden wel aangeraakt, doch nooit grondig uitgediept. Hierdoor komt het geheel nogal oppervlakkig en anekdotisch over. De samenvatting van de interviews is van dezelfde orde.

Het sterkste deel vond ik het hoofdstuk waarin een plan voor verandering voorgesteld wordt. Dit schema kan ook in andere situaties gebruikt worden waarin verandering is gewenst.

© Minervaria

zondag 3 juli 2005

Darwin voor dames

VANDERMASSEN, G., Darwin voor dames. Over feminisme en evolutietheorie. A'dam, Uitg. Nieuwezijds, 2005, 240 pp. – ISBN 90 5712 204 9

Tussen het feminisme en de biologische wetenschappen heeft het nooit echt geboterd. Veel feministen beschouwen het darwinistische denkkader als een uiting van genetisch determinisme en seksisme. Op hun beurt verdenken wetenschappers feministen ervan te ideologisch en anti-wetenschappelijk te werk te gaan.

In Darwin voor dames brengt Vandermassen dit conflict in kaart. Het feminisme presenteert geen eenduidige visie op de vrouw en haar positie. De wijze waarop veel feministen omgaan met wetenschappelijke bevindingen is inderdaad ideologisch gekleurd. Maar volgens de auteur snijden feministen daarmee in eigen vel.

In de eerste plaats bestaat er geen feministische wetenschap. Wetenschap is in principe sekseneutraal en hanteert een universele methode. Dat wetenschap vooral mannelijke visies op de werkelijkheid presenteert heeft eerder te maken met het feit dat lange tijd alleen mannen zich met wetenschap bezig hielden. In de biologische wetenschappen is er echter de laatste decennia veel veranderd. Met de inbreng van vrouwelijke biologen, en vooral primatologen, heeft de visie op vrouwelijke evolutionaire kenmerken veel meer aandacht gekregen. Vrouwelijke dieren, waaronder ook mensen, hebben een even actieve rol als mannelijke dieren, al kan die inhoudelijk verschillen.

Vandermassen toont aan hoe de feministische stromingen, die een sociaal-constructivistische visie aanhangen, de naturalistische drogredenering (zoals de natuur is, is het goed), waartegen zij zich zo verzetten, zelf blijven hanteren. Dit blijkt toch echt niet overbodig, want velen voor haar (o.a. S. Pinker, Sarah Hrdy) hebben dat al gedaan, maar deze redenering blijft hardnekkig voortbestaan.

Zij gaat verder in op wat de sociobiologie en de evolutionaire psychologie ons leren over typisch mannelijk en vrouwelijk gedrag, en hoe we deze bevindingen kunnen interpreteren.
Tenslotte verbindt ze aan deze bevindingen een paar politieke en ideologische conclusies.

Sterke kanten in dit boek zijn vooral de kritische analyse van het feminisme en de samenvatting van een aantal belangrijke bevindingen van de sociobiologie en de evolutionaire psychologie.
Ik had verwacht meer te kunnen lezen over de gevolgtrekkingen voor de maatschappelijke en politieke organisatie van een samenleving.

Het werk is vlot geschreven, zeer degelijk en gevarieerd gedocumenteerd. Voorzien van een lijst noten, een uitgebreide bibliografie en een handige index.

© Minervaria

zaterdag 28 mei 2005

Bij gelijke geschikheid

BARNETT, R. & C. RIVERS, Bij gelijke geschiktheid. Waarom mannen en vrouwen hetzelfde zijn. (Vert. G.J. de Vries: Same difference. 2004) A'dam, Uitg. Archipel, 2005, 320 pp. – ISBN 90 6305 165 4

Mannen zijn jagers. Vrouwen zijn zachtaardige leiders. Mannen en vrouwen spreken een verschillende taal. Volgens populaire boeken, zoals die van John Gray, is dit allemaal vastgelegd in onze genen en is daar niks aan te veranderen. Maar klopt dat wel?
Nee, mannen en vrouwen zijn gelijk, zeggen Barnett en Rivers.

De Nederlandstalige titel van dit boek is echter misleidend. De auteurs ontkennen niet dat mannen en vrouwen in bepaalde opzichten verschillen, maar deze spelen een veel geringer rol dan de meeste mensen denken. Essentialistische theorieën à la John Gray praten ons aan dat mannen en vrouwen fundamenteel van elkaar verschillen.

Barnett & Rivers stelden zich tot doel gesteld om de slordige wetenschap, de populaire psychologie en de mediaflauwekul te overstijgen en te kijken naar wat waar is en, wat niet. Zij geven een overzicht van de meest recente onderzoeksbevindingen naar de verschillen tussen mannen en vrouwen. Ze stellen dat de meeste van die zogenaamde verschillen meer bepaald zijn door omstandigheden dan door sekse. Er is een immense diversiteit tussen individuele mensen en niet zozeer tussen welomschreven groepen mensen als mannen en vrouwen.
Zij werken dit uit voor 3 domeinen van het menselijk leven: relaties, werk en ouderschap.

Hun onderzoek brengt hen tot de conclusie dat allerlei factoren de wijze beïnvloeden waarop wij ons in deze domeinen bewegen. Sekse is er slechts één van, en niet eens de belangrijkste.

Macht is volgens de auteurs de sleutelfactor. Dit is volgens hen ook de oorzaak dat in een tijd waarin vrouwen en mannen meer gelijkheid in macht verworven hebben, de essentialistische theorieën weer volop weerklank vinden.

Zij tonen ook aan hoe deze invalshoek verregaande consequenties heeft voor het dagelijks leven van veel mensen. Ook de 'vrouwen zijn beter'-theorieën hebben nefaste gevolgen voor de keuzes van zowel mannen als vrouwen en de wijze waarop zij hun leven (willen) inrichten.

De auteurs hebben 8 jaar aan het boek gewerkt, en hun stellingen zijn degelijk onderbouwd en gedocumenteerd. Toch vind ik hun betoog misleidend: ook al ontkennen zij niet dat er verschillen zijn, zij trekken (op zijn Amerikaans?) toch wel erg rechtlijnige en ongenuanceerde conclusies uit wetenschappelijke onderzoeken. De populaire 'psychologie' doet natuurlijk hetzelfde, maar ik had van dit boek een meer genuanceerde aanpak verwacht.

Ondanks de beweringen van de schrijfsters stelt men zelfs bij dieren toch belangrijke verschillen vast tussen mannetjes en vrouwtjes in de werking van de hersenen, de wijze waarop deze informatie verwerken en dus het gedrag reguleren. Mensen maken van deze verschillen echter gendercategorieën, die vrouwen resp. mannen vastpinnen op bepaalde gedragspatronen. Hierop baseren zij zich vervolgens om specifieke verwachtingen te hebben en normen te stellen m.b.t. mannelijk en vrouwelijk gedrag.
Ik ben van mening dat de schrijfsters hier te weinig aandacht aan besteden: zij zetten zich vooral af tegen de categorisering van sekseverschillen (gender).

Ik denk niet dat Europa in dezelfde mate het slachtoffer is van de Amerikaanse hype-mentaliteit, en dat de goeroes van het verschil hier niet zoveel invloed hebben. Maar het kan verkeren en het is dus zeker geen verloren moeite dit boek te lezen om hun beweringen op zijn minst te relativeren en zelfs te kunnen ontkrachten.

Dit boek was een welkome aanvulling op dit van Griet Vandermassen. Het biedt een gedeeltelijk antwoord op het tekort ervan: hoe we met al die gegevens verder kunnen/moeten.

Het werk leest heel vlot en de verschillende theorieën worden op een zeer begrijpelijke manier voorgesteld en treffend geïllustreerd. Het is voorzien van een uitgebreide notenlijst.

© Minervaria

maandag 17 mei 2004

Vrouwenkloosters in Venetië

LAVEN, M., Vrouwenkloosters in Venetië. Slotzusters en gebroken geloftes in de Renaissance. A'dam, Contact, 2004, 320 pp. – ISBN 90 254 1500 8

Tussen 1500 en 1700 behoorde Venetiê tot de 10 grootste steden in Europa. Aan bijna elk kanaal stond een vrouwenklooster en nonnen doken overal op in het dagelijks leven. Niet alleen vrouwen met een religieuze roeping werden non; ook dochters van de Venetiaanse upper class werden in een klooster gedumpt om versnippering van het familiefortuin te voorkomen. Zij kregen dan een jaarlijkse toelage van de familie.

Het dagelijkse leven in een klooster was daardoor ook doortrokken van familiale belangen, en de onderlinge verhoudingen tussen de nonnen was een weerspiegeling van de sociale verhoudingen buiten de kloosters. Er werd feest gevierd, gedanst en men ging er modieus gekleed.

In de loop van de zestiende eeuw werden de vrouwenkloosters, als gevolg van de Contrareformatie, veel strenger. Er werden visitatiecommissies georganiseerd, en de nonnen werden streng beperkt in hun mogelijkheden. Dit had vooral desastreuze gevolgen voor zij die onvrijwillig in het klooster hun leven moesten slijten.

Aan de hand van deze visitatierapporten en rechtbankverslagen schetst de auteur een beeld van de verborgen wereld van de nonnen. Het boek is zeer goed gedocumenteerd, met een uitgebreide noten- en bronnenlijst. De auteur slaagt er ook in om de lezer even te laten aanvoelen hoe de leefsfeer in die tijd kan geweest zijn: o.a. het tijdsbesef, de referentiepunten die de mensen toen hanteerden, de mentaliteit.
Leest vlot.

© Minervaria

woensdag 4 februari 2004

De man het zwakke geslacht

JONES, S. De man. Het zwakke geslacht. A'dam, Anthos, 2003, 310 pp. – ISBN 90 414 0665 4

Dit boek vertelt het verhaal van de speurtocht naar de aard van het man-zijn. Het gaat over de biologische basis van mannelijkheid, niet alleen bij de mens, maar in het hele dierenrijk.

Zoals de titel suggereert: volgens de auteur is de man (mens en dier) het zwakke geslacht, in tegenstelling tot de vroeger wijd verspreide idee van de gereduceerde vrouw. Deze stelling wordt overvloedig geïllustreerd met een enorme variëteit aan gegevens uit de biologie en uit de genetica.

In het laatste hoofdstuk van het werk wordt ook aandacht besteed aan het belang van sociaal-economische omstandigheden voor de mannelijke levensloop (levensverwachting, ziektes, vruchtbaarheid, …).

Een uitgebreide bronnenlijst en register sluiten het werk af.
Er zijn veel gegevens, ik had graag meer samenhang gezien en de verwerking in een theoretisch concept. Bovendien is niet altijd duidelijk hoe de besproken gegevens de stelling van de auteur ondersteunen.
Jones is echter voorzichtig: veel gegevens kan men tot nog toe niet verklaren.

Het boek leest redelijk vlot. De auteur gaat er echter, zoals hij zelf zegt, van uit dat de lezer enige (biologische) basiskennis bezit.

© Minervaria

zaterdag 2 augustus 2003

De overbodige man

CLARE, A., De overbodige man. Mannelijkheid in crisis. A'dam, Wereldbibliotheek, 2002, 288 pp. – ISBN 90 284 1944 6

Als mannen niet uitkijken, maken ze zichzelf overbodig. Ze worden steeds minder serieus genomen als kostwinner, beschermer, vader en zelfs als verwekker. Er bestaat bijna niets meer in de hedendaagse maatschappij dat niet door vrouwen kan worden gedaan. Welke plaats is er dan nog voor de man in de maatschappij en welke betekenis heeft 'mannelijkheid'?

De auteur gaat in op verschillende facetten van dit probleem: de betekenis van testosteron, geslachtsidentiteit, agressie en geweld. Clare wijst op de schadelijke psychologische scheiding die veel mannen maken tussen hun verlangens en onzekerheden enerzijds en hun publieke optreden en successen anderzijds. Hij pleit voor een 'oud' manbeeld , waarbij de man geworteld is in vriendschappen, gezinsleven en liefde.

Een kritische benadering van het reilen en zeilen van de hedendaagse maatschappij en de gangbare opvoeding.

Het is een zeer degelijk gedocumenteerd boek en over het algemeen vlot leesbaar.

© Minervaria

maandag 27 augustus 2001

Vrouwen in mannenkleren

DEKKER, R. & L. van de POL, Vrouwen in mannenkleren. De geschiedenis van een tegendraadse traditie. Europa 1500-1800. A'dam, Wereldbibliotheek, 1998, 167 pp.

In dit vlot leesbare boek wordt een fenomeen belicht, dat ons nu vrijwel onbekend is: travestie van vrouwen. In de besproken periode was dit echter helemaal niet zo uitzonderlijk. Op basis van rechtbankverslagen proberen de auteurs, beiden historici, een licht te werpen op de verscheidene achtergronden waartegen dit fenomeen begrijpelijk wordt.

Ook al worden die achtergronden naar mijn mening niet diepgaand besproken, toch maken zij ons duidelijk hoe onze vanzelfsprekendheden, bv. m.b.t. seksuele relaties en identiteit, helemaal niet zo vanzelfsprekend zijn. Dit is meteen de waarde van historisch onderzoek naar het dagelijks leven van de gewone mens: dat het ons laat stilstaan bij onze huidige opvattingen, ons deze in vraag doet stellen, maar tegelijkertijd ons ook aantoont, hoe menselijke gevoelens en drijfveren toch ook universeel zijn.

© Minervaria