Posts tonen met het label Intelligentie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Intelligentie. Alle posts tonen

zaterdag 26 januari 2008

De kneedbare geest

GARDNER, H., De kneedbare geest. Over het veranderen van eigen en andermans gedachten. (Vert. Changing minds – The Art and Science of Changing Our Own and Other People’s Minds) A’dam, Uitg.

Waarom doen goeroes en kwakzalvers het zo goed? Waarom hebben sommige personen meer invloed op de opvattingen van mensen dan anderen? Hoe komt het dat we ‘van gedachte veranderen’ en wat gebeurt er dan?
Howard Gardner, hoogleraar cognitieve psychologie en ‘ontdekker’ van de meervoudige intelligenties, bestudeert in dit boek hoe mensen hun gedachten of opvattingen over belangrijke onderwerpen veranderen, en hoe we mensen daartoe kunnen brengen.

Belangrijke veranderingen in onze gedachten leiden ook tot veranderingen in ons gedrag: we gaan anders eten, we stemmen op een andere partij, we geven of onthouden geldelijke steun aan bepaalde organisaties. Veel aspecten van ons leven zijn juist daarop gericht: ouders willen graag invloed hebben op gedrag en opvattingen van hun kinderen, we proberen een collega te overtuigen een taak anders uit te voeren, of we willen van een eigen vooroordeel af. Sommigen onder ons zijn professioneel betrokken bij gedachteverandering: de therapeut beïnvloedt het zelfbeeld van zijn patiënt, de docent introduceert zijn studenten in nieuwe denkwijzen over een vertrouwd thema, de verkoper of reclamemaker haalt consumenten ertoe over een ander merk te kiezen. Leiders zijn bijna per definitie mensen die anderen van gedachten doen veranderen. Ook mensen bij wie ongewenste gedachten angst oproepen willen maar al te graag weten hoe ze die gedachten kunnen veranderen.

Gedachteveranderingen zijn meestal het resultaat van een langzame, bijna onmerkbare verschuiving van perspectief, en niet van één enkel argument of een plotselinge openbaring. Af en toe veranderen we uit onszelf van gedachte, maar meestal spelen andere personen – leiders, leraren, mediapersoonlijkheden – een beslissende rol bij het veranderen van opvattingen.

Gedachten zijn mentale representaties van de werkelijkheid. Ze hebben een inhoud en een vorm. De inhoud is het kernidee, de vorm of structuur is de specifieke taal of het symbolensysteem waarin de inhoud wordt gepresenteerd. Eenmaal je daar zicht op hebt, kan je volgens Gardner beter inschatten op welke manier een gedachte kan veranderd worden. In de eerste hoofdstukken bespreekt hij daarom de factoren of hefbomen die belangrijk zijn bij het veranderen van de gedachte zelf en de theorie van de meervoudige intelligenties.

In de volgende hoofdstukken exploreert hij zes verschillende soorten situaties waarin aan gedachteverandering wordt gedaan: van een mentaliteitsverandering bij een grote heterogene groep, zoals de hele bevolking van een land, tot een verandering van gedachte bij een individu. Hij besteedt daarbij vooral aandacht aan geslaagde pogingen van leiders en intellectuelen om mensen van gedachte te laten veranderen, maar onderzoekt ook een aantal mislukkingen. Bij deze verkenning gaat hij na hoe de protagonisten het instrumentarium voor het veranderen van gedachten hebben gebruikt.

Van dit boek had ik veel meer verwacht. De eerste hoofdstukken zijn de meest interessante. Hier vond ik een heldere samenvatting van de theoretische inzichten van Gardner over denken, gedachten en meervoudige intelligenties. In de daaropvolgende hoofdstukken beperkt hij zich tot een analyse van de pogingen van belangrijke leiders om de gedachten van mensen(groepen) te veranderen of hoe bekende denkers zelf tot andere opvattingen zijn gekomen. Hij beschrijft en illustreert hierin hoe het al dan niet slagen van deze pogingen te verklaren is door het gebruik van de hefbomen om gedachten te veranderen. Slechts in het laatste hoofdstuk krijgt de lezer enkele handvatten om bewust en doelgericht gedachten (van zichzelf en anderen) te veranderen.

© Minervaria

zondag 13 januari 2008

Sociale intelligentie

GOLEMAN, D., Sociale intelligentie. Nieuwe theorieën over menselijk gedrag. (Vert. Social Intelligence. The New Science of Human Relationships) A’dam/A’pen, Uitg. Contact, 2007, 430 pp. – ISBN 978 90 254 1796 3

In dit boek belicht Daniel Goleman de bevindingen van de sociale neurowetenschappen. De meest fundamentele ontdekking van deze nieuwe discipline is dat mensen ook biologisch ingesteld zijn op contact. Onze hersenen zijn in aanleg sociabel en gaan onmiddellijk een brein-tot-breinverbinding aan zodra we contact maken met een andere persoon. Door middel van die neurale brug beïnvloeden we het brein, en daarmee het lichaam, van iedereen met wie we omgaan en omgekeerd.

Tegenwoordig beginnen we een beetje te begrijpen hoe de hersenen ons sociale gedrag sturen en hoe onze sociale wereld weer onze hersenen en onze biologie beïnvloedt.
Deze nieuwe ontdekkingen laten zien dat onze relaties een subtiele, maar krachtige en levenslange uitwerking op ons hebben. Zelfs onze meest routinematige ontmoetingen roepen neurale processen op en derhalve emoties. Hoe sterker we met anderen verbonden zijn, hoe groter de wederzijdse wisselwerking. De gevoelens die daaruit voortvloeien hebben een enorme impact op ons lichaam. Meer dan we tot voor kort dachten vormen onze relaties niet alleen onze ervaring maar ook onze biologie. Goede relaties hebben een gunstige uitwerking op onze gezondheid, moeizame relaties kunnen als een langzaam gif op ons lichaam inwerken. Hoe anderen met ons omgaan, maar ook hoe wij met anderen omgaan is dus van zeer groot belang.

In zijn interessante boek Emotionele intelligentie hield Goleman het bij de persoonlijke capaciteiten van een individu. Nu verkent hij de mogelijkheden van de mens om zich te verbinden met anderen en wat er gebeurt wanneer wij daarin al dan niet slagen. Sociale intelligentie omschrijft hij als verstandig denken over en handelen binnen menselijke relaties. In tegenstelling tot zijn vorige boek behandelt hij echter niet systematisch wat wij hieronder dienen te verstaan.

Het bevat een ruim overzicht van de bevindingen van de sociale neurowetenschappen op de meest verschillende gebieden: criminaliteit, ziekte, onderwijs en leidinggeven, affectie, opvoeding en zorgzaamheid. Goleman geeft ons een blik op de biologische achtergronden van onze sociale relaties. Mensen zijn immers een sociale diersoort, voor wie het onderhouden en koesteren van relaties bijna letterlijk van levensbelang is. Met de nodige Amerikaanse pathos en belering houdt Goleman hiervoor een krachtig pleidooi. Zijn conclusie luidt dat we ruim aandacht moeten besteden aan het cultiveren van kwaliteiten die een positieve bijdrage leveren aan onze persoonlijke relaties, zoals empathie en zorgzaamheid.

Het nadeel van zo’n overzichtswerk is dat er nogal wat herhaling voorkomt. Naarmate ik verder kwam in het boek kreeg ik steeds meer een déjà-vu gevoel. Niettemin is het ook goed dat bepaalde neurologische begrippen regelmatig herhaald worden. Het is jammer dat het boek geen afbeeldingen bevat van de hersenen en de relevante gebieden en circuits.

Het betoog van Goleman is inzichtelijk geschreven en vlot leesbaar. Hij heeft zich, getuige de uitgebreide notenlijst, degelijk gedocumenteerd. Er is een handig trefwoordenregister opgenomen.

© Minervaria