Posts tonen met het label Psychologie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Psychologie. Alle posts tonen

vrijdag 27 juli 2018

De kracht van geld


HAMMOND, C., De kracht van geld. (Vert. Mind Over Money, 2016) A’dam/A’pen, Uitg. Atlas Contact, 2017, 384 pp. – ISBN 978 90 450 2587 2

Wilt u weten wat u allemaal kunt doen met uw geld? Zoekt u interessante beleggingsmethodes of investeringen die veel opbrengen? Kijkt u uit naar een manier om veel geld te verdienen of hoe u het meeste waar kunt krijgen voor uw geld? Als dit het geval is, dan hebt u met dit boek de verkeerde keuze gemaakt.

De kracht van geld gaat niet over wat u met uw geld kunt doen maar over wat geld met u doet. Op zichzelf waardeloze stukjes papier of metaal en getallen op een scherm blijken een buitengewone macht over u te hebben. Het maakt duidelijk hoe moeilijk het kan zijn om te bereiken dat geld u niet in zijn macht houdt maar dat u de macht blijft houden over geld.

De psychologie van sparen en geld uitgeven leert ons hoe geld motiverend kan werken en ons gelukkiger kan maken. Geld kan mensen helpen om ongezonde gewoontes op te geven. Geld kan mensen uiteraard helpen om de armoede te ontstijgen maar ook om beter te kunnen nadenken en doordachter te handelen.

In sommige omstandigheden werkt geld echter averechts. Zo kunnen ‘geweldige aanbiedingen’ kortsluiting veroorzaken in ons gezond verstand. Zoals we allen tot onze schade en schande al mochten ondervinden wordt daarvan gretig gebruik gemaakt in reclame en verkoop. De exuberante bonussen van bankiers werken juist roekeloosheid en gemakzucht in de hand. In bepaalde omstandigheden gebruiken mensen het niet om hun situatie te verbeteren maar rijden zichzelf ermee in de vernieling.

U maakt kennis met de resultaten van maar liefst 263 ingenieuze experimenten over onze ingewikkelde relatie met geld. Deze tonen overvloedig aan dat onze beoordeling van geld niet zuiver rationeel is. Minstens even boeiend is de opzet van deze experimenten door vooraanstaande onderzoekers in de economische psychologie zoals Daniel Kahnemann.

Een deel van de vergissingen die we begaan met betrekking tot geld zijn echter gemakkelijk te voorkomen als we ze kunnen herkennen, zegt Claudia Hammond. Geld geeft immers alleen vervulling als we weten wat we ermee moeten doen en als we weten dat het niet al onze problemen zal oplossen. Ze besluit haar boek dan ook met liefst 32 tips om geld in onze macht te blijven houden.

©  Minervaria

donderdag 23 februari 2017

Waarom iedereen altijd gelijk heeft

MERSCH, R., Waarom iedereen altijd gelijk heeft. A’dam, Uitg. De Bezige Bij, 2016, 271 pp. – ISBN 978 90 234 3804 5

Hoe sereen ze ook beginnen, debatten en discussies ontaarden snel in een uitzichtloze strijd tussen twee kampen. Die zijn er beide van overtuigd dat de feiten hen overduidelijk gelijk geven. Hoe kan dat nu? Zijn feiten dan niet objectief? Je kunt er toch niet naast kijken?

Als u zich dit ook al afvroeg, dan is dit werk een must read. Ruben Mersch dook in de wetenschappelijke literatuur en vlooide het voor u uit. Hij verheldert het antwoord in een buitengewoon helder en meesterlijk geschreven werk. Hij is niet aan zijn proefstuk toe, want hij in 2013 kreeg hij reeds de Zesde Vijs van Skepp, de trofee voor de verspreiding van kritisch denken.

Talloze experimenten tonen aan dat onze standpunten niet steunen op rationele argumenten of op feiten maar op morele oordelen. En die zijn niet beredeneerd maar berusten op gevoel. We zijn immers niet moreel geworden door lang nadenken, maar door onze evolutionaire geschiedenis.

Waarschijnlijk is moraliteit ontstaan ten behoeve van samenwerking binnen de eigen groep. Mensen kunnen beter overleven in een groep waar empathie en wederkerigheid heersen en waar de leden van een groep loyaal zijn aan elkaar. Sociale status en sociale druk hebben dus evolutionaire voordelen.

We nemen dan ook gemakkelijk de morele opvattingen over van de groep waartoe we behoren. En we omringen ons bij voorkeur met mensen die er dezelfde waarden en normen op na houden. Zo vormen we ‘morele stammen’ die zich zo ver mogelijk houden van groepen en individuen met andere opvattingen.

Die morele opvattingen kleuren onze kijk op de werkelijkheid. Als we eenmaal een positief of negatief etiket op de feiten geplakt hebben, dan zien we uitsluitend voor- of nadelen. De realiteit wordt dus niet in de eerste plaats beoordeeld door onze ratio maar door emoties. Kennis is niet noodzakelijk, een etiket volstaat.

En om onze morele oordelen bevestigd te zien gebruiken we verschillende strategieën. We voelen ons ongemakkelijk bij feiten die indruisen tegen onze opvattingen. Dus aanvaarden we de feiten die stroken met onze oordelen en houden geen rekening met wat er niet bij past. We hebben een voorkeur voor argumenten die bevestigen wat we al meenden te weten. En we gebruiken onze kennis als munitie om de argumenten van anderen af te schieten.

Daarvan zijn we ons echter niet bewust. Zo overschatten we allemaal onze eigen kritische ingesteldheid en dreigt menige discussie in een welles-nietes strijd te verzanden. Tegenstanders in een debat staven hun standpunt ieder met hun eigen feiten. Deze dienen niet om het eigen standpunt te verifiëren maar om het te onderbouwen.

De werkelijkheid valt echter zelden netjes uit elkaar in goed of slecht. Hoe kunnen we dan constructiever van mening verschillen? Als we onze eigen morele intuïties onderkennen en kritisch beschouwen, kunnen we leren om open te staan voor de argumenten van de tegenpartij en die op hun echte waarde beoordelen.

Ruben Mersch breekt een lans voor wetenschappelijk denken. Hij maakt u op een zeer toegankelijke wijze vertrouwd met de inzichten uit divers wetenschappelijk onderzoek over moraliteit en redeneren. Spitsvondige vergelijkingen en voorbeelden uit het dagelijks leven maken zijn betoog luchtig en licht verteerbaar. Als u dit werk gelezen hebt weet u niet alleen waarom u met bepaalde mensen altijd in de clinch ligt, maar ook hoe u dit kunt vermijden.

© Minervaria

woensdag 25 januari 2017

Stil

CAIN, S., Stil. De kracht van introvert zijn in een wereld die niet ophoudt met kletsen. (Vert. Quiet. The Power of Introverts in a World that Just Can’t Stop Talking, 2012) A’dam, Uitg. De Arbeiderspers/Rainbow, 2016, 391 pp. – ISBN 978 90 417 1215 8

Maak jezelf het populairst van je vriendengroep! 
Laat iedereen denken dat jij de perfecte vakantie hebt gehad. 
Laat iedereen zien dat jij het leukste weekend hebt gehad.

Als dit jou aanspreekt dan kun je terecht bij The Good Life Agency. Tegen ruime betaling zorgen zij dat je belevenissen glamour krijgen en bekendheid op sociale media. Het bleek over een reclamestunt te gaan, maar het idee is niet zo gek als het lijkt. In de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk bestaan ze immers al. Rent a Crowd bijvoorbeeld is een succesvol bedrijf waar je supporters kunt huren om je populariteit een boost te geven.

Een van de meest duurzame aspecten van de persoonlijkheid situeert zich op het continuüm introversie-extraversie. Minstens dertig procent van de mensen houdt van rust en stilte, vindt het prettig om tijd alleen door te brengen en verkiest een diepgaand gesprek met een vriend boven een party.

Introverte mensen leven tegenwoordig echter vaak onder de knoet van een extravert ideaal. Veel belangrijke instituties in het moderne leven zijn afgestemd op mensen die plezier beleven aan sociale activiteiten en drukke evenementen. Er rust een enorme druk op mensen om populair te zijn en sociale uitstraling te hebben. Nagenoeg alle zelfhulpboeken huldigen extraversie als ideaal.

In Stil gaat Susan Cain in tegen de vanzelfsprekendheid van het extraverte geweld en breekt ze een lans voor introversie. Ze beschrijft hoe het extraverte ideaal een bijproduct is van de industrialisatie in Amerika, dat niet door alle culturen gedeeld wordt. Ze exploreert het wetenschappelijk onderzoek naar de achtergrond van extraversie en introversie. Het wordt duidelijk dat extraverte en introverte mensen dan tegengesteld in de wereld mogen staan, ze kunnen elkaar prima aanvullen zowel in persoonlijke als professionele relaties.

Maar hoe ben je introvert in een extraverte wereld? De talenten van introverte mensen raken immers gemakkelijk ondergesneeuwd in het lawaai van een wereld die niet ophoudt met kletsen. Susan Cain benadrukt de sterke punten van introverte mensen en toont aan hoe zij een onschatbare bijdrage kunnen leveren in de verschillende sectoren van het maatschappelijke leven. Veel van de grootste uitvinders en kunstenaars waren introvert.

Wie zelf liever geen spetterend leven leidt, vindt in Stil een bemoedigend boek. Aan extraverte mensen maakt het duidelijk hoe het is om introvert te zijn en wat ze van hun tegenpolen kunnen leren. En wie een introvert kind heeft, vindt er opvoedingsadviezen.

Dit alles wordt gepresenteerd als een uitgesponnen causerie en is dus vlot te lezen. In het omslachtige betoog zit er naar mijn mening echter veel ballast. Dit is blijkbaar een stijl die Amerikanen aanspreekt. Het boek is trouwens helemaal geënt op de Amerikaanse realiteit, die ook op dit gebied extremer is dan de Europese.

Verder wordt er vaak onzorgvuldig omgesprongen met terminologie. Het was dan ook niet de bedoeling om een wetenschappelijk werk te presenteren, al maakt de auteur wel gebruik van wetenschappelijke inzichten. De kritische lezer krijgt helemaal aan het einde wel een bondige verantwoording van de gebruikte terminologie.

© Minervaria

vrijdag 3 juli 2015

Ons feilbare denken

KAHNEMAN, D., Ons feilbare denken. (Vert. Thinking, fast and slow, 2011) A’dam, Uitg. Business Contact, 2013, 527 pp. – ISBN 978 90 4700 060 0

Komt overspel meer voor bij politici dan bij advocaten of natuurkundigen? Als u denkt dat overspel vaker voorkomt bij politici, dan bent u in ieder geval in goed gezelschap. Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman had er zelfs een aannemelijke verklaring voor. Tot hij besefte dat de uitstapjes van politici gewoon veel vaker in de media komen dan die van juristen of fysici. Zelfs Nobelprijswinnaars blijken niet immuun voor denkfouten.

De bron ligt in de ongemakkelijke samenspraak tussen twee denkbeeldige systemen in onze geest. Systeem 1 beoordeelt een situatie snel en intuïtief op basis van onmiddellijk zichtbare kenmerken. Systeem 2 daarentegen is actief bezig met ingewikkelde berekeningen, planning en besluitvorming.

Maar aandacht investeren vraagt energie en daarmee springt Systeem 2 behoedzaam om. Het controleert de interpretaties van Systeem 1, maar stelt er zich gemakkelijk mee tevreden. Systeem 1 is dan ook veel invloedrijker dan men op grond van ervaring zou denken. Wanneer er situaties moeten beoordeeld worden, legt het intuïtieve Systeem 1 het logische Systeem 2 telkens weer in de luren.

We gaan voort op een subjectieve ervaring van zekerheid en handelen vaak op basis van oordelen die niet gestaafd worden door feitelijke gegevens. We hebben het aartsmoeilijk om statistisch te denken en te oordelen. Wij beschouwen de wereld als ordelijker, eenvoudiger en voorspelbaarder en samenhangender dan ze is en we onderschatten de rol van toeval en geluk.

Krijgen we een moeilijke vraag, dan antwoorden we met behulp van de informatie die op het gegeven moment meteen beschikbaar is en dat merken we niet eens op. Ons wereldbeeld wordt bepaald door zeldzame gebeurtenissen zoals vliegtuigongevallen, aardbevingen, tsunami’s en bomaanslagen en dit leidt tot het overwaarderen van onwaarschijnlijke uitkomsten.

Belangrijke keuzes worden vaak gemaakt onder invloed van volstrekt irrelevante kenmerken van de situatie. En anders dan je zou denken zijn mensen geneigd om juist meer risico’s te nemen als ze dreigen te verliezen. Deze bevindingen gaan regelrecht in tegen de economische standaardtheorie. Deze gaat er vanuit dat mensen beslissen op basis van een rationele afweging van alle aspecten van de situatie.

Intuïtieve opvattingen en voorkeuren zijn de norm in ons mentale leven. In het dagelijkse leven is dit doorgaans gerechtvaardigd en levert het niet veel problemen op. Maar voor beslissingen met verreikende gevolgen varen we best niet blind op het eigen intuïtieve oordeel. Als we algemeen voorkomende beoordelings- en keuzefouten herkennen en begrijpen, zowel bij anderen als onszelf, hebben we meer kans ze te vermijden.

Daniel Kahneman heeft met zijn team talloze experimenten uitgevoerd om deze verkeerde inschattingen of heuristieken beter te doorgronden. Hij toont aan hoe gemakkelijk we ons laten leiden door intuïtieve opvattingen en voorkeuren. Zijn werk leverde een belangrijke bijdrage aan de gedragseconomie, die de rol van emoties centraal stelt.

In Ons feilbare denken maakt u kennis met de intrigerende resultaten die dit opleverde. Ze zijn niet alleen toepasselijk in de economische en financiële wereld. Ze hebben belang voor zeer uiteenlopende domeinen van het leven, zoals de rechtspraak, de bedrijfswereld, de gezondheidszorg en het overheidsbeleid. Zo vormen ze een onderbouwing voor libertair paternalisme, dat mensen beschermt tegen de kortzichtigheid van hun denksysteem.

U krijgt bovendien een boeiende inkijk in de interne keuken van wetenschappelijk onderzoek. U leert hoe de tekortkomingen van een bestaande theorie worden ontdekt, hoe men tot een nieuwe vraagstelling komt, hoe ingenieuze proefopstellingen bedacht worden om deze te toetsen, hoe problemen aangepakt worden en de resultaten verwerkt en geïnterpreteerd.

Het is inderdaad een verbazingwekkend rijk boek, zoals op de voorflap wordt aangekondigd. Maar het is wel een boek voor doorzetters, want het is niet erg onderhoudend geschreven. Geregeld verliest Kahneman zich bovendien in details die er voor de doorsnee lezer niet echt toe doen. Wie er echter in slaagt om vol te houden heeft ongetwijfeld enkele fascinerende ontdekkingen gedaan.

© Minervaria

woensdag 9 april 2014

David en Goliath

GLADWELL, M., David en Goliath. De overwinning van de underdog. (Vert. David and Goliath, 2013) A’dam/A’pen, Uitg. Business Contact, 2013, 299 pp. – ISBN 978 90 470 0627 5

In de oudheid werd de strijd soms beslecht door een duel tussen de beste krijgers van beide legers. In het Bijbelse verhaal nam een onbeduidende Israëlitische herdersjongen het op tegen Goliath, de trots van het Filistijnse leger. Op het eerste zicht maakte David geen enkele kans. Maar in een mum van tijd werd de zwaarbewapende reus geveld. Volgens alle verwachtingen had David helemaal niet moeten winnen. Maar zijn die verwachtingen wel juist en wat vertelt ons dat?

Wij staren ons blind op de voordelen van fysieke grootte en kracht. Maar juist de kwaliteiten waaraan reuzen hun kracht lijken te ontlenen zijn vaak bronnen van zwakte. Tegelijk zien we de nadelige aspecten van een handicap of tegenslag als verlies en slechter af zijn. Toch is dat niet noodzakelijk het geval. Want zoals voordelen ook nadelen hebben, kunnen nadelen voordelig uitpakken.

Nadelen kunnen immers ‘wenselijke’ moeilijkheden opleveren, die de underdog de kans geven om van de nood een deugd te maken. Wanneer mensen moeite moeten doen zetten ze meer middelen in om de problemen op te lossen. Sommige mensen hebben door hun hindernissenparcours in het verleden geleerd om juist in de zwaarste omstandigheden het hoofd boven water te houden en kansen te benutten. Een traumatische ervaring kan een bron van moed worden.

Als het erop aankomt valt van de bevoorrechten daarentegen vaak geen echte hulp te verwachten. Aan macht zitten nog andere beperkingen vast. Ze moet erkend worden, anders roept ze weerstand op. En wie zich kost wat het kost wil laten gelden of wraak nemen kan veel kapot maken, met inbegrip van het eigen leven.

In David en Goliath vertelt Malcolm Gladwell de verhalen van mensen die de confrontatie met misère met succes hebben aangegaan. Deze illustreren dat vermeende voordelen soms helemaal niet gunstig zijn. Rampspoed is uiteraard niet te verkiezen, maar pakt niet altijd negatief uit. Nadelen kunnen juist een uitdaging vormen om er sterker van te worden.

Een groot deel van wat mooi en waardevol is in deze wereld is afkomstig van diegenen die het zwaar te verduren kregen, die ogenschijnlijk geen kans van slagen hadden, maar hun kracht aanwendden. Underdogs winnen voortdurend. Hun overwinning wordt echter vaak niet op waarde geschat.

Dit meeslepende boek doet dat wel. Het kan een hart onder de riem zijn voor mensen die op een of andere manier beproefd worden. Deze goednieuwsshow belicht echter slechts één kant van de medaille. Persoonlijke inzet is niet voldoende om een nadeel in een voordeel om te buigen. Mensen kunnen dat alleen als de omstandigheden meezitten, en dat heeft men niet in de hand.

© Minervaria

vrijdag 28 februari 2014

Wilskracht

BAUMEISTER, R.F. & J. TIERNEY, Wilskracht. De herontdekking van de grootste kracht van de mens. (Vert. Willpower. Rediscovering the Greatest Human Strenght, 2012) A’dam, Uitg. Nieuwezijds, 2012, 294 pp. – ISBN 978 90 5712 347 4

Slagen in een opleiding, een vaardigheid onder de knie krijgen, je conditie op peil en je gewicht onder controle houden. Zonder wilskracht lukt het niet. De meeste maatschappelijke en persoonlijke problemen - dwangmatig geld uitgeven en lenen, impulsief geweld, slechte schoolprestaties, uitstelgedrag op het werk, alcohol- en drugsmisbruik - draaien om een gebrek aan zelfbeheersing. Wilskracht is een essentiële sleutel tot succes in het leven.

Iedereen onderkent de voordelen van zelfbeheersing maar het lijkt alsof die onder de bevolking juist afneemt. In een easy living society is wilskracht geen populaire deugd. Er zijn meer verleidingen dan ooit tevoren en het is zo gemakkelijk om je geest te laten ontsnappen. Je kunt urenlang surfen op het internet en elke taak voor je uit schuiven door je mail te checken of op sociale media te vertoeven.

Toch toont wetenschappelijk onderzoek aan dat het vergroten van je wilskracht de zekerste manier is om je leven niet alleen productiever en bevredigender te maken, maar ook gemakkelijker en gelukkiger. En het is niet eens aartsmoeilijk. Dit boek reikt haalbare strategieën aan om thuis en op het werk beter te presteren en je gedachten, emoties en impulsen onder controle te houden.

Eerst maken de auteurs duidelijk wat onder wilskracht kan verstaan worden. Uit vindingrijke experimenten blijkt dat zelfbeheersing beroep doet op beschikbare energie. Bij alle opgaven waarvoor wilskracht nodig is, wordt uit die voorraad geput. Hoe meer er gebruikt wordt des te minder er voorradig is. Er moet dus doordacht mee omgesprongen worden. Hoe doe je dat?

Uit het wetenschappelijk onderzoek naar wilskracht valt daarover heel wat te op te steken. In de eerste plaats kom je te weten hoe je je voorraad tijdig kunt aanvullen en op peil houden. Je verneemt hoe je realistische en haalbare doelen kunt stellen en aan welke criteria goede to-dolijstjes beantwoorden. Je wordt gewaarschuwd voor de addertjes onder het gras van ambitieuze goede voornemens. Je leert waarom je wilskracht het begeeft als je shopt tot je erbij neervalt en waarom ze sterker wordt als je je eigen prestaties bijhoudt.

Er valt ook veel te leren van mensen met een buitengewone zelfbeheersing zoals stuntmannen en ontdekkingsreizigers. Zij passen mentale trucjes en strategieën toe die helpen om wilskracht te sparen voor wanneer ze onmisbaar is. Wilskracht heeft immers veel minder te maken met eenmalige heroïsche prestaties dan met het vormen van goede gewoontes en met doelen stellen op lange termijn.

De auteurs nemen ook de rage van zelfwaardering in de opvoeding op de korrel. Die belemmert kinderen juist om deze te ontwikkelen. Het gaat immers net andersom: ze ontwikkelen geen zelfwaardering door buitensporige lof maar door het aanleren van discipline. Ook hiervoor levert het wetenschappelijk onderzoek een aantal waardevolle tips op.

En natuurlijk kan ook de moeder aller uitdagingen niet onbesproken blijven. Het verband tussen afvallen en zelfbeheersing blijkt veel minder eenduidig dan algemeen wordt gedacht. Er bestaan echter enkele eenvoudige methodes waarmee je een efficiënt strijdplan kunt ontwerpen tegen de overtollige kilo’s en om je gewicht in de hand te houden, zonder dieet of stress.

Voor het gemak krijgt u alle zelfbeheersingspraktijken uit het boek in het laatste hoofdstuk nog eens op een rij. Maar alle methodes om weerstand te bieden aan verleidingen en je doelen te bereiken zijn pas effectief als je ze niet uitsluitend gebruikt om crisissen te beheersen. Ze werken alleen goed als je ze aanwendt om te voorkomen dat je in de problemen komt op het kritieke moment.

Roy Baumeister, hoogleraar sociale psychologie, heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar wilskracht en zelfbeheersing. Dit boek presenteert dus wetenschap uit de eerste hand. Het biedt niet alleen een schat aan inzichten en bruikbare tips, maar ook een boeiende inkijk in de keuken van het wetenschappelijk onderzoek. John Tierney, wetenschapsjournalist bij The New York Times, zorgde voor de toegankelijke en vlot leesbare tekst.

© Minervaria

Lees over hetzelfde onderwerp ook: De kracht van wilskracht

donderdag 20 februari 2014

De dromenwever

DRAAISMA, D. De dromenwever. Groningen, Historische Uitgeverij, 2013, 212 pp. – ISBN 978 90 6554 060 7

Kunt u ’s ochtends vertellen wat u gedroomd heeft? Als het niet lukt hoeft u niet te wanhopen. Van de meeste dromen blijft na het wakker worden nog amper iets over. Maar als je wakker wordt met de herinnering aan een droom is die niet gemakkelijk van je af te zetten. Het is alsof je die nacht een bericht is gestuurd.

De ongrijpbaarheid van dromen maakt ze tot een intrigerend onderwerp. Ze werden geduid door orakels, priesters en goeroes. De fascinatie voor de droom leefde algemeen tot ver in de twintigste eeuw. Aan droombeelden werd een speciale status toegeschreven. Talloze mensen hielden hun dromen bij in een dagboek. Van de droomjournaals van notoire figuren als Frederik Van Eeden maakt Douwe Draaisma dankbaar gebruik.

Wat valt er eigenlijk te zeggen over een vluchtig fenomeen als de droom? De studie van dromen was lang het domein van de psychoanalyse. Door de psychologie werden dromen lang afgeschreven als te subjectief om onderzocht te worden. Pas toen men in staat was om hersengolven te meten werden overal slaaplaboratoria opgericht. Daar werd de afgelopen halve eeuw veel opgehelderd over hoe onze hersenen erin slagen ons te laten dromen.

In De dromenwever onderneemt u een reis door de fascinerende wereld van de droom. U krijgt een inkijk in de keuken van het wetenschappelijk droomonderzoek, dat probeert dit raadselachtige fenomeen te ontcijferen. Wat is er gekend over typische dromen als vliegdromen, naaktdromen en examendromen? Kunnen dromen soms werkelijk de toekomst voorspellen? Hoe zit het met de lucide droom waarin je weet dat je droomt? Waar komen nachtmerries en erotische dromen vandaan? En wat zie je eigenlijk als je droomt?

Bij iedere revolutie in het droomonderzoek flakkerde de hoop op eindelijk vat te krijgen op dit nachtleven. Maar deze hoop blijkt ijdel. Over de inhoud van de droom hangen nog altijd nevels. De hypothesen en theorieën van de droomwetenschap worden bepaald door historische en culturele factoren. Dat blijkt trouwens evengoed het geval voor de droom zelf.

De dromenwever leidt u rond in een mysterieuze wereld waarvan u de rijkdom wellicht niet vermoedde. Dit leerzame en grondig gedocumenteerde boek laat zich bovendien lezen als een roman. De kleine druk en compacte bladspiegel zijn echter een minpunt.

© Minervaria

vrijdag 25 oktober 2013

De vrije wil bestaat niet

LAMME, V., De vrije wil bestaat niet. Over wie er echt baas is in ons brein. A’dam, Uitg. Bert Bakker, 2010, 333 pp. – ISBN 978 90 351 3539 0

“Ik mag helemaal geen krentenbollen, waarom koop ik die troep?”, zuchtte mijn vriendin. Ze weet dat ze achteraf de tol zal betalen voor haar uitspatting. Toch kon ze het niet laten om er liefst drie te kopen. In het algemeen kan mijn vriendin nochtans geen gebrek aan wilskracht verweten worden. Die heeft haar al meermalen geholpen om het hoofd te bieden aan zware tegenvallers.

Begrippen als bewustzijn, vrijwillig handelen, intentie en vrije wil zijn diep verankerd in het westers denken over de mens. In alles wat we doen gaan we ervan uit dat ‘wij’ het zijn die de keuzes maken en dat we daarin vrij kunnen beslissen. Toch moeten we geregeld toegeven dat die aanname niet vanzelfsprekend is. Hoe komt het anders dat we spullen kopen in een impuls of geen weerstand kunnen bieden aan voedsel waarvan we weten dat het ons later zuur kan opbreken?

Waarop zijn deze beslissingen dan wél gebaseerd? Wie trekt er aan de touwtjes van ons gedrag? Wie is er echt de baas in ons brein? Victor Lamme, hoogleraar cognitieve wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam, windt er geen doekjes om: De vrije wil bestaat niet. In dit boek werkt hij deze stelling grondig en bevattelijk uit, gebaseerd op geavanceerd hersenonderzoek.

Traditioneel worden onbewuste reacties gezien als primitief en instinctief. Maar ondertussen is wel duidelijk dat het tegendeel waar is. Het brein zit tjokvol automatisch gedragsrepertoire. Slaapwandelaars kunnen allerlei ingewikkelde dingen doen zonder dat zij zich daarvan bewust zijn. En hoe vaak rijden we niet op automatische piloot en leggen verstrooid zaken op plaatsen die we ons later niet herinneren?

Ook wanneer iemand bij volle bewustzijn is spelen onbewuste processen een rol. Ons gedrag wordt blijkbaar in grote mate gestuurd door ingebrande patronen van hersenverbindingen. Bewuste processen zoals aandacht, voelen, emoties komen pas nà de actie. We zijn ervan overtuigd dat we ons lichaam aansturen met onze gedachten, maar dat is niet meer dan een illusie. Het bewustzijn loopt achter de feiten aan. We denken dat we vrij beslissen maar schijn bedriegt.

Maar waar komt dan het gevoel van een ‘ik’ vandaan? Doorgedreven hersenonderzoek toont aan dat er geen hogere instantie is die het ‘verkeer’ in onze hersenen regelt. Onze keuzes kunnen niet veel meer zijn dan een optelsom van de indrukken uit het verleden die hun sporen hebben achtergelaten in ons brein. Het ‘ik’ wordt door het brein zelf geconstrueerd.

We hebben een vertekend beeld van de invloed van de gedachten op ons gedrag. In de hersenen worden alle ervaringen vastgelegd in de vorm van zenuwverbindingen. Wanneer er actie moet worden ondernomen wikt en weegt het brein, waarop de sterkste zenuwverbinding wint. De werkelijke reden achter onze beslissingen is de combinatie van erfelijkheid en ervaringen. Daarom valt het de ene moeilijker om weerstand te bieden aan een doos pralines dan de andere.

Niet onze gedachten sturen ons gedrag aan maar het is net andersom. Het brein bepaalt onze acties en onze gedachten hobbelen er achteraan. We nemen beslissingen en verzinnen daar achteraf redenen bij. Met een hersenscan kan beter voorspeld worden wat iemand gaat doen dan door het aan de persoon te vragen. Het ‘ik’ verzint verklaringen voor ons gedrag. De ‘vrije wil’ is niet meer dan een handig middel om onvoorspelbaar gedrag te verklaren.

Maar experimenten gaan altijd over eenvoudige keuzes. Hoe zit het dan met ingewikkelde en moeilijke beslissingen zoals trouwen, studiekeuze, een betrekking aannemen, zelfs oorlog voeren? Dan moet er toch sprake zijn van een vrije wil? Moderne hersenscantechnieken maken zichtbaar hoe ook deze beslissingen genomen worden door de zenuwverbindingen die door de individuele geschiedenis ingebrand werden. Voor sommige aspecten van ons leven is dat beter te pruimen dan voor andere.

Wat betekent dat allemaal voor de vraag van schuld en verantwoordelijkheid? Is een misdadiger dan echt alleen maar het product van opvoeding en sociale omstandigheden en ‘dus’ ontoerekeningsvatbaar? Oppervlakkig gezien lijkt het misschien alsof de hersenwetenschap stelt dat niemand meer verantwoordelijk is voor wat hij doet, maar dat klopt niet. Iemand is in alle omstandigheden verantwoordelijk voor zijn gedrag. Maar dat heeft niets te maken met een vrije wil, wel met het feit dat wij ons brein zijn.

In de rechtspraak heerst ten onrechte een mensbeeld waarin vrije wil, controle van gedrag en de invloed van gedachten op beslissingen een grote rol spelen. De inzichten uit de neurowetenschappen zouden kunnen leiden tot een andere behandeling van delinquenten dan nu gangbaar is, die veel menswaardiger is en positieve resultaten oplevert.

De vrije wil is een kwestie die ons allen aanbelangt en het laatste woord is zeker nog niet gezegd. Grofweg bestaan er twee tegenstrijdige visies over dit controversiële onderwerp: het compatibilisme en het determinisme. Zoals u reeds zult begrepen hebben wordt in dit boek de deterministische visie beargumenteerd.

Het onderzoek van Victor Lamme over de werking van de hersenen wordt internationaal erkend en zijn ideeën over het bewustzijn als baanbrekend beschouwd. Zijn betoog is dan ook zeer degelijk onderbouwd met behulp van ingenieus hersenonderzoek en de verhalen van mensen met beslissingsproblemen. Het biedt tevens een inkijk in experimenteel werk en moderne hersenscantechnieken. En het is goed te volgen want de tekst is zeer inzichtelijk en bovendien onderhoudend geschreven.

© Minervaria

vrijdag 30 augustus 2013

De dronkemanswandeling

MLODINOV, L., De dronkemanswandeling. Hoe toeval ons leven bepaalt. (Vert. The Drunkards Walk- How Randomness Rules Our Lives, 2008) A’dam, Uitg. Nieuwezijds, 2010, 258 pp. – ISBN 978 905712 315 3
Voor mij is de toekomst en in toenemende mate ook het verleden in dichte nevelen gehuld.
Mlodinov, p. 84

Als het team slecht presteert wordt de coach ontslagen. Iedere ramp luidt de start in van een verbeten zoektocht naar schuldigen of verantwoordelijken. En na afloop van gebeurtenissen lijkt het vaak alsof we ze hadden moeten zien aankomen. Toch doen sportteams het doorgaans niet beter met een nieuwe coach, waren de meeste rampen niet te voorzien en konden we vooraf geen zicht hebben op alle factoren die gebeurtenissen in de hand werkten.

Maar mensen kunnen de rol van toeval en willekeur in hun leven moeilijk aanvaarden. Ze zoeken voor iedere gebeurtenis een oorzaak en kennen aan alle voorvallen patronen en betekenis toe. Zo krijgen ze de illusie dat ze controle hebben over hun leven. Veel ontwikkelingen zijn echter net zo goed het resultaat van geluk of pech als van vaardigheid, voorbereiding en hard werken.

Grondig onderzoek toont aan dat, anders dan we graag geloven, de gang van zaken in de wereld en in ons leven in belangrijke mate geregeerd wordt door factoren waarop we geen invloed hebben. Dank zij een aantal knappe koppen in de wiskunde en de statistiek weten we waarom het voorspellen van gebeurtenissen helaas alleen na afloop mogelijk is.

In De dronkemanswandeling neemt Leonard Mlodinov ons mee op een uiterst boeiende ontdekkingsreis door de geschiedenis van de kansberekening. Die start bij de Romeinen. Als eersten schreven zij voorvallen en wendingen niet aan de wil van de goden toe en introduceerden het begrip waarschijnlijkheid. Zo legden ze de basis voor de latere ontdekking van de wetten van de kanstheorie.

De waarschijnlijkheidsberekening werd in de loop van de geschiedenis steeds verfijnder en bood zodoende een beter inzicht in de werking van de natuur en het leven van alledag. Dank zij de ontwikkeling van de statistiek konden metingen correcter geïnterpreteerd worden en werd het mogelijk om menselijke en maatschappelijke fenomenen beter te begrijpen.

In dit boek maakt u kennis met meer en minder bekende coryfeeën in de kanstheorie. Tegelijk krijgt u een grondige cursus in de principes en mechanismen die het rijk van toeval en willekeur regeren. Die manifesteren zich op de meest uiteenlopende terreinen van het maatschappelijk en persoonlijk leven. En u wordt gewaarschuwd voor een groot aantal veelvoorkomende denkfouten die voortspruiten uit misverstanden over toeval.

Die zorgen ervoor dat mensen vaak onjuist oordelen en slechte beslissingen nemen als ze geconfronteerd worden met onzekerheid. Ze negeren de rol van de onvoorziene en onvoorspelbare factoren die onvermijdelijk zijn bij alle inspanningen. De koers van ons leven is als een dronkemanswandeling. Dit is een andere term voor de brownse beweging, die beschrijft hoe deeltjes zich voortdurend verplaatsen in alle richtingen in een schijnbaar willekeurig patroon.

Hebben we dan geen enkele mogelijkheid om ons leven in eigen handen te nemen? Moeten we maar afwachten wat het toeval ons brengt? Als we de alomtegenwoordigheid van willekeurige processen in ons leven onderkennen en begrijpen zijn we volgens Mlodinov al een heel eind. Dan gaan we anders kijken naar de gebeurtenissen in ons leven. En we kunnen meer gepast op gebeurtenissen reageren als we soepelheid, zelfvertrouwen, moed en doorzettingsvermogen cultiveren.

Een belangrijke factor van succes hebben wij trouwens wél in de hand, juist omdat toeval meespeelt: het aantal mogelijkheden dat we benutten. Want zelfs een muntje dat aldoor op mislukking valt, valt af en toe op succes. En als we de toevallige gebeurtenissen accepteren die ons leed berokkenen zullen we de meevallers beter kunnen waarderen.

Ook dit boek van Mlodinov is weer een voltreffer. Hij maakt de resultaten van taai onderzoek in zo uiteenlopende disciplines als de wiskunde, de cognitieve psychologie, de gedragseconomie en de moderne neurowetenschappen voor een groot publiek bereikbaar. Hij maakt abstracte begrippen, zoals de concurrerende wetten van grote en kleine getallen en de theorie van de voorwaardelijke kans, verteerbaar met sprekende voorbeelden en anekdotes. Hij toont met verve aan dat inzicht in statistiek net zo bruikbaar is in het dagelijks leven als in de wetenschap.

En dit alles is zó onderhoudend geschreven dat u bij het laatste hoofdstuk bent vóór u er erg in hebt.

© Minervaria

Over dit onderwerp gaan ook:

zaterdag 13 juli 2013

iDentity

ROSEN, L.D., iDentity. Hoe ons digitaal gedrag ons leven bepaalt. (Vert. iDisorder. Understanding Our Obsession with Technology and Overcoming Its Hold on Us, 2012) A’dam/A’pen, Uitg. Manteau/WPG Uitgevers België nv., 2013, 288 pp. – ISBN 978 90 223 2834 7




Als het zo doorgaat, zal de mens evolueren tot een schepsel zonder ledematen, maar met een vinger om op alle knopjes te drukken.

Frank Lloyd Wright

Zover is het gelukkig nog niet. Toch zie je overal, in restaurants, bioscopen, op de trein, in de auto, op vergaderingen en familiefeesten, mensen druk in de weer met hun mobiel. Ze controleren om de haverklap hun apparaat op nieuwe boodschappen. Blijkbaar is de digitale wereld zo onweerstaanbaar dat velen niet meer zonder kunnen.

Elk jaar weer worden nieuwe gadgets, apps en andere technologische hoogstandjes gelanceerd die als zoete broodjes over de toonbank gaan. Wist u overigens dat er al een speciale jas bestaat met 22 zakken, op maat gemaakt om je volledige gamma draagbare toestellen overal mee naartoe te kunnen nemen? Een van de zakken is zelfs uitgerust met speciale klemmetjes voor de oortjes van een iPod.

De mens mag dan nog over al zijn ledematen beschikken, hij lijkt toch hopeloos verstrikt in het web van de technologie. Steeds meer mensen laten hun dagelijkse leven ernstig verstoren door het obsessieve gebruik van gadgets en websites. In iDentity laat Larry Rosen, professor psychologie aan California State University, zien dat het moderne mediagedrag frappante gelijkenissen vertoont met enkele ernstige psychiatrische aandoeningen zoals ADHD, narcisme, voyeurisme, hypochondrie en verslaving.

De moderne technologie kan een bestaande stoornis versterken of de ontwikkeling ervan bevorderen. Ze kan een gezonde persoon echter ook opzadelen met een e-stoornis die even ernstige proporties kan aannemen. En als je geboren bent tussen 1980 en 1998 is er een behoorlijke kans dat je zo’n e-stoornis hebt of ontwikkelt.

Moet je het gebruik van de moderne communicatietechnologie dan maar afzweren? Helemaal niet, ze is er immers om te gebruiken. Je bent trouwens niet zonder meer overgeleverd aan de technologische vloedgolf. Als je je bewust bent van de wijze waarop je omgaat met technologie kun je een goede balans vinden tussen gebruik en afhankelijkheid.

Er bestaan trouwens efficiënte strategieën waarmee je kunt vermijden dat je in de val loopt en een e-stoornis ontwikkelt. Die kun je er ook mee te lijf gaan als je al verslaafd bent aan scrollen, tikken en klikken of geen blijf weet met jezelf als je je mails niet aldoor kunt checken. De methodes zijn bovendien zeer eenvoudig toe te passen en ze kosten nagenoeg niets. En ouders vinden in dit boek zeer zinvolle suggesties hoe hun kinderen te helpen om technologische snufjes oordeelkundig te gebruiken.

Rosen is in dit domein niet aan zijn proefstuk toe. Hij verrichtte al langer onderzoek naar de invloed van de moderne technologie op ons leven en staaft zijn inzichten met onderzoeksresultaten uit de psychologie, neurologie, sociologie, antropologie, biologie en communicatiewetenschappen. Zijn beweringen lijken af en toe vergezocht, want niet iedereen die gek is op de moderne communicatietechnologie kun je zomaar een psychiatrische stoornis toedichten. Maar als je goed rond je kijkt merk je dat zijn stelling toch niet zo onzinnig is.

Dit boek leert je niet alleen kritisch kijken naar je eigen mediagedrag, het verschaft ook praktische raad om er doordacht mee om te gaan. En dankzij de zwierige tekst laat het zich bovendien zeer vlot lezen.

© Minervaria

Nomofobie: angst om niet bereikbaar te zijn neemt toe


woensdag 29 mei 2013

Koop mij


LINDSTROM, M., Koop mij. Waarheid en leugens over ons koopgedrag. (Vert. Buy.ology, 2008) Utrecht, A.W. Bruna Uitgevers B.V., 2008, 215 pp. – ISBN 978 90 229 9483 2

Reusachtige billboards, banners op je computer, onderbroken televisiedocumentaires, paginagrote advertenties in kranten en tijdschriften, … Recent onderzoek wees uit dat je als consument dagelijks meer dan 3.000 reclameboodschappen te verwerken krijgt. Zou die opdringerige reclame écht werken? Zou er echt meer dure lingerie gekocht worden omdat men niet naast de blote vrouwen kan kijken terwijl men op de bus staat te wachten?

Voor bedrijven die jaarlijks astronomische bedragen spenderen aan reclame is dat natuurlijk een prangende vraag, des te meer omdat 80% van de nieuwe producten binnen de 3 maanden mislukt. Om uit te vissen hoe ze hun producten beter in de markt kunnen zetten, huren grote bedrijven dan ook branding experts in zoals Martin Lindstrom. Die merkendokters moeten aan de weet komen hoe consumenten denken, waarom ze bepaalde producten kopen of laten liggen, en wat marketingdeskundigen en reclamebureaus kunnen doen om de minder aantrekkelijke producten nieuw leven in te blazen.

De meeste gangbare onderzoeksmethoden bevragen de mensen rechtstreeks over hun voorkeuren. Maar wat mensen in onderzoek zeggen onthult niet veel over wat ze werkelijk doen. Meer dan de helft van de beslissingen over een aankoop gebeurt spontaan en onbewust. De rationele verantwoording komt in veel gevallen slechts daarnà. Om te weten wat consumenten aantrekt in bepaalde producten of merken kunnen we beter kijken naar wat er in de hersenen gebeurt, meent Lindstrom.

Hij voorspelt dat traditioneel marktonderzoek een steeds kleinere rol zal gaan spelen. Marketingmensen zullen hersenonderzoek gebruiken om te weten te komen welke onbewuste gedachten, gevoelens en verlangens spelen achter de aankoopbeslissingen die we elke dag nemen. Neuromarketing staat nog in de kinderschoenen, maar zal het belangrijkste middel worden om het succes van een product te voorspellen.

De hersenen zijn onafgebroken bezig met het verzamelen en filteren van informatie. Sommige stukjes bereiken de daarvoor bestemde opslagplaats, maar het meeste verwordt tot overbodige rommel die geruisloos wordt afgevoerd. Dit is het jammerlijke lot van het overgrote deel van reclame. Als men kan zien welke informatie door het filter van de hersenen glipt en welke blijft hangen, zal het reclamebudget beter besteed zijn.

Heeft sluikreclame werkelijk effect? Hoe sterk zijn merklogo’s? Werkt seks in reclames? Wat is de invloed van gezondheidsclaims en –waarschuwingen op het consumentengedrag? Welke rol spelen onze verschillende zintuigen bij advertenties? Wat is de gelijkenis tussen religie, consumptieproducten en merken? Waarom maken rituelen en bijgeloof onze aankopen waardevoller? Heeft subliminale reclame werkelijk invloed op ons koopgedrag? In dit boek vindt u de antwoorden die hersenonderzoek oplevert. Dat haalt een aantal mythes, aannames en overtuigingen onderuit over de wijze waarop mensen zich door reclame laten beïnvloeden.

Maar als reclamemakers beter weten waarom mensen dingen kopen, zullen ze dan ook niet nóg bedrevener worden in het bespelen van de onbewuste wensen en verlangens van de consumenten en in het opwekken van hun kooplust? Lindstrom maakt zich niet echt zorgen. Als je doorgrondt hoe reclame je aantrekt en je aanspoort tot kopen, ben je misschien geen slaaf meer van de mysterieuze werking van je onderbewuste. Dan denk je even na voor je naar de winkel rent voor die nieuwe huidcrème of bezwijk je niet zonder meer voor dat aantrekkelijke aanbod dat je eigenlijk niet nodig hebt. Zo is de balans hersteld.

Ik vind dit optimisme toch wat naïef. Het klopt dat je minder snel in de valkuilen van de producenten zult trappen als je hun trucjes en tactieken doorziet die je tot kopen verleiden. Maar niet iedereen is even goed toegerust om de stortvloed aan emotionele informatie ook rationeel in te schatten. En hoe weet je dat je rationele overwegingen niet net kaderen in een reclamestrategie die gebruik maakt van hersenonderzoek om producten te slijten?

Toch is er wellicht geen andere keuze. En dan ben je met een boek als Koop mij zeker beter gewapend om weerwerk te bieden aan de onweerstaanbare verleidingen van alom aanwezige reclame. Lindstrom hoopt alvast dat hij daartoe een steentje kon bijdragen, al zal hij als branding expert wel een dubbele agenda hebben. In ieder geval krijg je in dit boek een intrigerende inkijk in de wijze waarop je hersenen met reclameboodschappen omgaan. En je hebt tevens een prettig leesbare handleiding om je koopgedrag onder controle te houden.

© Minervaria

dinsdag 12 maart 2013

De lessen van de psychopaat

DUTTON, K., De lessen van de psychopaat. Levenslessen van heiligen, spionnen en seriemoordenaars. (Vert. The Wisdom of Psyhopaths, 2012) A’dam, De Bezige Bij, 2012, 284 pp. – ISBN 978 90 234 7619 1

Psychopaten zijn geslepen oplichters en gewetenloze seriemoordenaars, ze jagen je de daver op het lijf. Dit wijd verspreide beeld klopt echter niet. Psychopaten zijn niet noodzakelijkerwijs gewelddadig. De meesten komen nooit in contact met het gerecht. Ze zijn, zo wijst onderzoek uit, gewoon aan het werk. Sommigen, zoals topchirurgen, ondernemers en reddingswerkers, bewijzen de samenleving zelfs onmisbare diensten.

In de loop van zijn onderzoek naar conflictbeheersing en –oplossing kwam Kevin Dutton met heel wat psychopaten uit alle lagen van de bevolking in contact. Hij ontdekte dat wij zelfs van de meest verstokte misdadigers iets kunnen opsteken. Psychopathie omvat, behalve een aantal ongewenste kenmerken, immers ook eigenschappen die zo nu en dan goed van pas kunnen komen. Als we deze in onze eigen set van psychologische vaardigheden opnemen, kunnen we er ons voordeel mee doen in het dagelijkse leven.

Wat zijn dan de kenmerken van psychopathie? Aan de ene kant staan de ongewenste en onaangepaste eigenschappen zoals meedogenloosheid en gewelddadigheid. Aan de andere kant bevinden zich nuttige, zoals onbevreesdheid, onverstoorbaarheid en innerlijke rust in moeilijke omstandigheden. Of een psychopaat maatschappelijk succesvol wordt dan wel antisociaal, hangt onder meer af van de combinatie van die eigenschappen.

Aangezien ze nog steeds in ons genenmateriaal zitten, moeten die kenmerken een zeker nut gehad hebben voor de evolutie. In precaire omstandigheden kan psychopathie als ‘normale’ variant de overleving gediend hebben. Het is zelfs best denkbaar dat psychopathie nog verder evolueert. In een samenleving zal er immers altijd behoefte zijn aan mensen die risico’s durven nemen.

Wetenschappelijk onderzoek wijst verder uit dat een aantal psychopathische trekjes verrassend voordelig kunnen zijn op het werk en in het leven van alledag. Sommige persoonlijkheidstrekken van psychopaten zijn te vinden bij mensen die best meelevend of zelfs spiritueel zijn, maar die hun aandacht op scherp kunnen zetten en zich zeer goed kunnen concentreren. Bij Tibetaanse monniken bijvoorbeeld, politiemensen, militairen en reddingswerkers.

We maken een uitstapje naar een Britse detentie-eenheid die gespecialiseerd is in psychopaten. Die vertellen over hoe zij de problemen, dilemma’s en uitdagingen van het dagelijkse leven aanpakken. En in een eenmalig experiment waagt Dutton zich persoonlijk aan een psychopathische make-over. Met behulp van transcraniële magnetische stimulatie simuleert een wereldberoemde deskundige een psychopathische hersentoestand bij hem. Zo krijgen we een verslag uit de eerste hand hoe het voelt om psychopaat te zijn.

Alhoewel we psychopaten niet moeten idealiseren, kunnen we in bepaalde omstandigheden best wat van hun onverschrokkenheid, koelbloedigheid en tegenwoordigheid van geest gebruiken. I
n situaties waarin we niet over ons heen willen laten lopen zijn ook meedogenloosheid en enige charme best handig. Misschien zijn er wel enkele parallellen tussen de wijze waarop psychopaten de uitdagingen van het leven aangaan en een stoïcijnse levenshouding? 

Dit boek biedt een verfrissende en onconventionele kijk op een persoonlijkheid die doorgaans alleen afgrijzen oproept. Die visie wordt bovendien degelijk onderbouwd met wetenschappelijk onderzoek uit verschillende disciplines. De auteur had echter meer moeite mogen doen voor de modale lezer. Die moet heel aandachtig zijn om de soms warrige gedachtegang, met lange en ingewikkelde zinnen en veel verwijzingen, te volgen. De luchtige en humoristische schrijfstijl kan daar slechts zeer ten dele aan verhelpen. Jammer, want uit deze originele invalshoek valt voor iedereen iets te leren.

© Minervaria

Bekijk hetinterview met Kevin Dutton.

vrijdag 30 november 2012

De kracht van wilskracht

McGONIGAL, K., Wilskracht. Hoe zelfbeheersing werkt en wat je eraan kunt doen. (Vert. The Willpower Instinct – How Self-Control Works, Why it Matters, and What You Can Do to Get More of It, 2012) A’dam, Uitg. Nieuwezijds, 2012, 295 pp. – ISBN 978 90 5712 365 8

Sprong u deze ochtend bij het eerste wekkersignaal uit bed of hebt u zich nog even omgedraaid? Pakte u op uw werk meteen die lastige taak aan of nam u eerst een uitgebreide koffiepauze? Kon u weerstand bieden aan dat aantrekkelijke koopje dat u zich eigenlijk niet kon veroorloven?

Te veel geld uitgeven, je tijd verlummelen, je geduld verliezen, het zoveelste calorierijke toetje. Veel mensen zouden graag ‘nee’ kunnen zeggen wanneer ze beter ‘nee’ zouden zeggen en ‘ja’ wanneer ze ‘ja’ moeten zeggen. Ze weten wat ze werkelijk willen - een slanke lijn, een vollere portemonnee, een afgewerkte agenda - maar slagen er niet in dit te bereiken. Ze stellen zichzelf en anderen teleur en voelen zich schuldig over hun gebrek aan wilskracht.

Een wilskrachtuitdaging is een conflict tussen twee tegenstrijdige doelen. Wie te vaak kiest voor de korte termijn komt in de problemen. Zelfbeheersing blijkt een goede graadmeter voor onze gezondheid, voor ons succes in relaties en op het werk en voor onze financiële zekerheid. Maar valt daar iets aan doen en hoe?

Kelly McGonigal is gezondheidspsycholoog en docent bij het programma gezondheidsverbetering van de Stanford School of Medicine. Ze leert mensen hoe verleidingen te weerstaan en beter met stress om te gaan. In dit boek brengt ze de beste wetenschappelijke inzichten en praktische oefeningen uit haar cursus samen. Ze ontkracht gangbare misvattingen over zelfbeheersing en reikt strategieën aan om wilskrachtuitdagingen succesvol aan te gaan.

Wilskracht is een persoonlijkheidskenmerk, een goede eigenschap, iets wat je nu eenmaal hebt of niet en waar je weinig kunt aan doen. Dit wijdverbreide misverstand gaat als eerste voor de bijl. Uit wetenschappelijk onderzoek komt een heel ander beeld naar voor. Iedere mens is van nature tot zelfbeheersing in staat. Het is een eigenschap die ons door de evolutie werd toebedeeld. Doordat we in de groep moesten passen, samenwerken en langdurige banden onderhouden, werd ons vroegmenselijke brein immers gedwongen strategieën voor zelfbeheersing te ontwikkelen.

Zelfbeheersing is diepgeworteld in de hersenen. Die oefenen invloed uit op een hele reeks lichamelijke processen. Inzicht in de biologie achter zelfbeheersing verheldert hoe belangrijk de invloed van stress is voor je wilskracht en waarom de moderne wereld deze vaak dwarsboomt. Beter met stress leren omgaan is dan ook een van de beste manieren om je wilskracht te vergroten.

Behalve stress hebben ook angst en schuldgevoel een nefaste uitwerking op zelfbeheersing. We zijn meer geneigd te zwichten voor verleiding als we ons rot voelen. We kunnen echter dingen doen waarbij we ons goed voelen zonder toe te geven aan verleidingen die op termijn nog meer stress, angst en schuldgevoel geven. We kunnen ook te moe zijn om weerstand te bieden. Wilskracht is immers beperkt en kan uitgeput geraken. Maar ook dit inzicht kunnen we gebruiken om onze wilskracht weer aan te vullen en onze zelfbeheersing te trainen en te versterken.

Ook onze hang naar beloning kan ons in de tang nemen. Het beloningssysteem in ons brein draait ons een rad voor de ogen en zet ons aan om steeds meer en opnieuw te willen. Van die wetenschap maakt de neuromarketing handig gebruik om ons koopgedrag te beïnvloeden en ons verslaafd te maken aan sociale media en computerspelletjes. Maar als we die trucjes doorzien zijn we beter gewapend om echte beloningen te onderscheiden van schijnbeloningen, die alleen afleiding en verslaving brengen.

En we leren nog veel meer. Over hoe het gevoel het ‘goed’ gedaan te hebben ons ertoe kan brengen om daarna een beetje ‘slecht’ te zijn. Over hoe we geneigd zijn ons geld eerder nu uit te geven dan te sparen voor later, omdat we ons de toekomst moeilijk kunnen voorstellen. Over sociale besmetting en hoe we die kunnen aanwenden om slechte gewoontes op te geven en goede aan te nemen. Dat we gemakkelijker van verboden voedsel kunnen afblijven als we de gedachte eraan aanvaarden en niet onderdrukken. En over het nut van de tienminutenregel.

Wij hebben niet één ik, maar meerdere. Er is het ik dat onmiddellijke bevrediging wenst en het ik dat naar een hoger doel leeft. Zelfbeheersing is een kwestie van inzicht in deze verschillende aspecten van onszelf, niet van een fundamentele verandering van onze persoonlijkheid. De mensen met de meeste zelfbeheersing zijn dan ook niet voortdurend tegen zichzelf aan het vechten, zij hebben juist geleerd deze strijdige ikken te accepten en een plaats te geven.

Ook al gaat ons irrationele zelf maar al te vaak met ons op de loop, toch kan inzicht in de processen achter wilskracht en wilszwakte helpen om jezelf in handen te nemen. En je hoeft niet eens alles echt te onthouden of toe te passen. De basisregel die overal geldt is bewuste aandacht. Door bewuste aandacht leer je keuzemomenten herkennen in plaats van op de automatische piloot te kiezen en houd je voor ogen wat je werkelijk wilt en waar je je werkelijk beter van gaat voelen.

Dit boek richt zich niet tot asceten in de dop, maar tot gewone mensen zoals u en ik, die in een wereld vol verleidingen leven en daar niet zomaar willen aan toegeven. Het is een van die zeldzame werken die een hoog wetenschappelijk gehalte paren aan praktische bruikbaarheid. Ik kreeg een inkijk in recent onderzoek over zelfbeheersing en wilskracht in de psychologie, economie, neurowetenschappen en geneeskunde. Ik leerde mijn eigen uitdagingen beter begrijpen en kreeg bruikbare tips om mijn uitstelgedrag aan te pakken.

Voor een absolute leek in de wetenschap is dit werk bovendien zeer toegankelijk. De tekst is onderhoudend geschreven en geïllustreerd met sprekende voorbeelden, en begrippen worden duidelijk en eenvoudig uitgelegd. De hoofdstukken zijn afzonderlijk te lezen, zodat je de tijd krijgt om de inhoud ervan goed te kunnen opnemen en in de praktijk te brengen.

© Minervaria

Deze recensie verscheen ook op Noorderlicht

dinsdag 6 november 2012

Dans met kans

MAKRIDAKIS, S, HOGARTH, R & A. GABA, Dans met kans. Meer zekerheid door minder controle. (Vert. Dance with Chance: Making Luck Work for You, 2009)A’dam, Maven Publishing B.V., 2010, 325 pp. – ISBN 978 94 9057 904 3

Het enige zekere in het leven is onzekerheid. 
Mark Kamstra 

Uit een onderzoek van de filosoof Julian Baggini blijkt dat mensen het meest klagen over pech, het lot. Mensen hebben het moeilijk met toeval. Het lezen van handlijnen, tarotkaarten, Lenormandkaarten, orakelkaarten en andere waarzeggerij is dan ook een lucratieve bezigheid. De waarheid is echter dat niemand de toekomst kan voorspellen, ook niet Madame Soleil. Er zijn nu eenmaal gebeurtenissen waar je geen controle over hebt, “shit happens”. Het is een kwestie van puur geluk.

Toch gedragen we ons vaak alsof de toekomst voorspelbaar is en we geloven graag dat we toevallige gebeurtenissen kunnen beïnvloeden door ons eigen handelen. Zo behouden we het gevoel dat we ons leven in handen hebben. Die geruststellende illusie van controle kan ons echter blind maken voor risico’s en ons beletten om doordachte beslissingen te nemen.

Drie gedegen wetenschappers uit verschillende disciplines betogen dat we juist meer grip krijgen op ons leven als we de illusie van controle loslaten. Accurate voorspellingen zijn op veel gebieden gewoon niet mogelijk. Zelfs de beste experts hebben geen kristallen bol. We kunnen dus maar beter de grenzen van voorspelbaarheid kennen en aanvaarden dat sommige zaken buiten onze macht liggen.

Voor wie daaraan twijfelt tonen zij eerst uitgebreid aan hoe het toeval ons bij de neus kan nemen, zelfs waar zich een keur van deskundigen beweegt. In de eerste plaats waarschuwen ze ons niet blindelings te vertrouwen op het oordeel van artsen. De medische wetenschap zit vol onzekerheden. Een kritische en meer wetenschappelijke houding stelt ons in staat betere beslissingen te nemen over onze gezondheid.

In financiële zaken kan je je beter niet laten leiden door de valse hoop op gemakkelijk geld. Het kan een hele tijd meezitten, maar het kan evengoed plots en dramatisch tegenvallen. Misschien is het minder spannend, maar je kunt beter niet bezwijken voor hebzucht maar realistische investeringsdoelen nastreven. Voor de geïnteresseerden geven de auteurs een paar efficiëntere beleggingsstrategieën.

Ze doorprikken ook de managementpeptalk van alwetende goeroes, die beweren ons leven of bedrijf in een handomdraai succesvol te maken. En ze doen ons een paar strategieën aan de hand om met meer kans op succes een onderneming in goede banen te leiden, zonder coaches en hoogdravende managementtheorieën.

In de tweede helft van het boek verklaren de auteurs waarom we ons zo gemakkelijk door voorspellingen laten beïnvloeden. Ze maken ons wegwijs in de elementaire waarschijnlijkheidsleer, verschillende soorten onzekerheden en waarom we ons erdoor bij de neus laten nemen. En ze tonen aan waarom het zo gemakkelijk is om het verleden te verklaren en zo moeilijk om de toekomst te voorspellen.

Maar de boodschap is niet dat je slechts kunt afwachten wat het toeval je brengt. Je krijgt een aantal strategieën aangereikt om die inzichten effectief te benutten. Die kunnen helpen om de onzekerheden op je pad beter in te schatten en beslissingen te nemen die meer kans hebben op succes. Zo vond ik onder andere een handig lijstje met vragen die je kunt stellen aan de arts om de wenselijkheid van een behandeling beter te kunnen inschatten.

Dit boek is een aansporing om nuchter en realistisch te blijven in nagenoeg alle beslissingen die je neemt. Wie Misleid door toeval of De Zwarte Zwaan van Nassim Taleb gelezen heeft zal misschien niet veel echt nieuwe inzichten opdoen. Dit werk is echter toegankelijker geschreven en minstens even goed onderbouwd. De vele herkenbare voorbeelden en anekdotes maken het geheel licht verteerbaar. Ik heb dit werk met plezier gelezen en kan het iedereen van harte aanbevelen.

© Minervaria

zaterdag 7 juli 2012

Het idee M/V


ten BROEKE, A., Het idee M/V.  Ontmaskering van een hardnekkig denkbeeld. A’dam, Maven Publishing B.V., 2010, 246 pp. – ISBN 978 94 9057 404 8

Jongens zijn beter in wiskunde dan meisjes. Mannen verwerken hun problemen liever op hun eentje, vrouwen willen vooral praten. Vrouwen kunnen beter multitasken dan mannen. Mannen weigeren de weg te vragen en vrouwen kunnen niet kaartlezen. Vrouwen zijn empathischer dan mannen en daardoor beter geschikt voor zorgende beroepen en bezigheden.

Verschillen tussen mannen en vrouwen blijven sexy en worden derhalve nog steeds breed uitgesmeerd in populaire bladen. Uiteraard verschillen mannen en vrouwen lichamelijk van elkaar. Dat is echter niet waar mensen op kicken. Ze blijven gefascineerd door emotionele en psychische verschillen. Maar zijn die wel zo groot als ze vaak voorgesteld worden? En waar komen ze vandaan?

Hierover wordt al een paar decennia lang door twee partijen geruzied. In het ene kamp zitten de feministen, die vinden dat alle man-vrouwverschillen aangeleerd zijn tijdens de opvoeding of bepaald worden door de cultuur. Het andere kamp herbergt diegenen die ervan uitgaan dat de verschillen tot stand gekomen zijn tijdens de evolutie en dus ingebakken zitten in onze natuur.

In dit uitermate vlot geschreven boek legt Asha ten Broeke deze populaire theorieën onder de loep. Talloze waarnemingen tonen aan dat het steentijdscenario van de uithuizige jagende man en de thuisblijvende zorgende vrouw niet klopt. Een kritische analyse van wetenschappelijke gegevens toont aan dat de stereotiepe denkbeelden over man-vrouwverschillen ons door onze omgeving ingeprent zijn. De verschillen tussen individuen zijn veel groter dan de groepsverschillen tussen mannen en vrouwen.

Maar hoe zijn die hardnekkige denkbeelden dan ontstaan? Asha ten Broeke heeft daar haar eigen visie op. Ze maakt duidelijk hoe die vooroordelen zich konden nestelen in de periode, inmiddels dertienduizend jaar geleden, waarin de mensheid het nomadische jager-verzamelaarbestaan ruilde voor een landbouwsamenleving. De landbouw veranderde de relatief egalitaire jager-verzamelaargemeenschap in een hiërarchische samenleving zoals we die nu kennen. En we rechtvaardigen die sociale ongelijkheid door haar uit te leggen als de onvermijdelijke consequentie van natuurlijke verschillen.

Die hardnekkige onbewuste ideeën beperken onze kansen en keuzevrijheid. We doen iedereen tekort met onze vooroordelen, omdat we de helft van het potentieel kortwieken voordat het aan hoogvliegen toekomt. Het goede nieuws is dat we niet tot die tradities veroordeeld zijn. In onze moderne maatschappij is er al veel meer gelijkheid tussen mannen en vrouwen dan pakweg 50 jaar geleden. Maar onze vooroordelen, ons onderbewustzijn, onze meningen en ideeën willen nog niet zo mee.

Hoe komen we af van die vooringenomen ideeën over mannen en vrouwen? Hoewel het niet gemakkelijk is en het moeite, tijd en oefening kost, zijn vooroordelen gewoontes die doorbroken kunnen worden. Daarvoor is alleen nodig dat mensen zich bewust anders gaan gedragen en op verschillende manieren hun stereotiepen te lijf gaan. Op termijn vormen we dan wellicht een samenleving waarin niet de sekseverschillen tellen, maar de échte verschillen tussen mensen. Die vinden we niet tussen groepsgemiddelden, maar tussen individuen.

Het optimisme van Asha ten Broeke is hartverwarmend. Als ik dan echter de commentaren lees op nieuwsberichten over maatregelen voor meer evenwichtige genderverhoudingen in bedrijven of aan universiteiten, ben ik heel wat minder hoopvol gestemd. Er is nog heel veel werk aan de winkel voor de ingebakken ideeën over man/vrouwverschillen en oude rolpatronen verleden tijd zullen zijn.

Voor dit warme pleidooi om onze vooroordelen over man-vrouwverschillen om te buigen heeft Asha ten Broeke zich gebaseerd op gedegen wetenschappelijk onderzoek. Ten behoeve van de leesbaarheid heeft ze geprobeerd om vaktaal zo veel mogelijk te vermijden. Ze is erin geslaagd om complexe kwesties zeer inzichtelijk en toegankelijk voor te stellen. Zelden heb ik een werk gelezen waarin bijvoorbeeld de werking van de genen zo duidelijk en inzichtelijk wordt voorgesteld.

Met zijn pittige en bijwijlen humoristische stijl heeft dit boek mij van begin tot eind weten te boeien. Het leest als een roman. Zo zouden er veel meer concurrenten moeten zijn voor  de verzameling Mars en Venusliteratuur.

©  Minervaria
Hou jezelf niet voor de gek, je kan niet alles hebben

donderdag 1 maart 2012

Nul empathie

BARON-COHEN, S., Nul empathie. Een theorie van de menselijke wreedheid. (Vert. Zero Degrees of Empathy – A new theory of human cruelty, 2011) A’dam, Uitg. Nieuwezijds, 2012, 239 pp. – ISBN 978 90 5712 343 6

Een kampbewaker dwingt een man om de strop rond de hals van zijn vriend te leggen, dokters amputeren de handen van een vrouw en hechten ze verkeerd-om weer aan, rebellen slaan kinderen voor de ogen van hun moeders dood tegen de muur, een man verkracht zijn dochter bijna dagelijks terwijl hij haar meer dan 20 jaar in een kelder gevangen houdt. Bij zoveel horror staat ons verstand stil, we kunnen er niet bij. Hoe is het mogelijk dat mensen andere mensen zo beestachtig kunnen behandelen?

Door zijn Joodse achtergrond maakte Simon Baron-Cohen reeds vroeg in zijn leven kennis met de gruwelijke gevolgen van de nietsontziende barbaarsheid waarmee mensen andere mensen kunnen behandelen. De verklaring van filosofie en religie, het ‘kwaad’ zit in de mens, heeft hij altijd ontoereikend gevonden. Als je de menselijke wreedheid echt wilt begrijpen dan moet je inzien waarom mensen elkaar als objecten behandelen.

Gedurende dertig jaar deed Baron-Cohen onderzoek naar empathie. In Nul empathie presenteert hij een wetenschappelijke invalshoek voor het debat over de menselijke wreedheid. Mensen zijn onverschillig voor het leed van anderen omdat hun natuurlijke gevoelens van medeleven met een lijdende medemens uitgeschakeld zijn. Wanneer iemand een ander mens als een object behandelt, komt dat niet door het ‘kwaad’ maar door afwezigheid van empathie.

Empathie is ons vermogen om ons in te leven in de gedachten of gevoelens van anderen. Dat vermogen is niet bij iedereen even groot. We bevinden ons allemaal op een empathiespectrum dat van hoog naar laag loopt. Deze verschillen kunnen teruggebracht worden tot de werking van een aantal gebieden in de hersenen, het empathiecircuit.

Het vermogen tot empathie is vrij stabiel maar kan veranderen naargelang de omstandigheden. Als we opgeslorpt worden door ons werk zijn we meer bezig met onszelf dan met anderen. In een vlaag van woede of een dronken bui kunnen we iemand kwetsen. Dit zijn tijdelijke toestanden van empathie-erosie.

Er zijn echter mensen die altijd moeite hebben om zich in anderen in te leven. Voor hen is het zeer lastig, soms bijna onmogelijk om bevredigende relaties te onderhouden. Ze behandelen hun medemensen nagenoeg altijd als objecten en zijn bijna uitsluitend op zichzelf gericht. Deze mensen bevinden zich aan het laagste uiteinde van het empathiespectrum, ze hebben nul empathie.

Voor sommigen van hen heeft dit tekort uitsluitend negatieve gevolgen. Hun leven is bezaaid met moeilijkheden en mislukkingen. De psychiatrie noemt hun probleem een persoonlijkheidsstoornis. Vanuit het empathieperspectief zijn zij nul-negatief. Bij anderen is het gebrek aan empathie de tegenpool van een positieve eigenschap. Mensen met Asperger en klassiek autisme missen empathie, maar munten vaak uit in het systematiseren en het herkennen van patronen. Zij zijn nul-positief.

Baron-Cohen exploreert uitgebreid hoe deze mensen in het leven staan en maakt ons attent op de problemen waarmee zij geconfronteerd worden. Hij stelt vast dat bij hen het empathiecircuit inderdaad anders functioneert dan bij de modale mens, en wel met een specifiek patroon bij iedere vorm van nul empathie. De oorzaak ligt in een ingewikkelde wisselwerking van erfelijkheid met de omgeving, meer bepaald in de mogelijkheid om een veilige hechting te ontwikkelen.

Tenslotte zet Baron-Cohen zijn bevindingen op een rijtje. Aan de resultaten van zijn onderzoek koppelt hij een aantal interessante bespiegelingen over de menselijke wreedheid. We hoeven geen genoegen te nemen met machteloze verzuchtingen over het ‘kwaad’ in de mens. De wetenschap biedt een veel hoopvoller perspectief dan religie of filosofie.

Een aantal psychiatrische stoornissen, zoals borderline, psychopathie en anorexia nervosa, worden begrijpelijker en beter te behandelen als je ze bekijkt vanuit het standpunt van empathie. De bril van empathie zou kunnen leiden tot meer menselijke en effectieve vormen van rechtspraak en straf. In de plaats van mensen te laten rotten in gevangenissen zouden we hen trainingsprogramma’s in empathie kunnen laten volgen. Er zijn immers aanwijzingen dat iemand ook op latere leeftijd nog empathie kan ontwikkelen.

Het boek bevat twee interessante bijlagen. De eerste is de empathievragenlijst voor volwassenen en voor kinderen, waarmee je je eigen empathiequotiënt kunt berekenen. De tweede is een handleiding waarmee je kunt herkennen of iemand tot de groep mensen met nul empathie behoort. Wie zich verder in het onderwerp wil verdiepen zal heel zeker inspiratie vinden in de uitgebreide literatuurlijst.

Net als Frans de Waal is Baron-Cohen ervan overtuigd dat empathie een van de meest waardevolle hulpbronnen van onze wereld is. Begrip voor de positie van de andere partij is de enige manier om voortslepende conflicten op te lossen. Hij eindigt daarom met een emotionele oproep om meer medeleven te betonen en te gebruiken. ‘Ondergedompeld in empathie wordt ieder probleem oplosbaar.’, stelt hij. ‘Het is gratis en kan niemand onderdrukken.’

Nul empathie is geen horrorboek en verdrinkt niet in de verontwaardiging. Op een serene wijze laat het ons kennis maken met een reeks vernieuwende inzichten over gedrag dat voor de meesten van ons onbegrijpelijk is. Daarnaast worden oude, vertrouwde begrippen, zoals gehechtheid, door een wetenschappelijke onderbouwing uit de intuïtieve sfeer gehaald. Zo krijgen ze een rechtmatige plaats in een frisse benadering van het menselijk gedrag. Dit is de grote verdienste van dit boek.

Daarom is het jammer dat het betoog nogal slordig opgebouwd is en warrig geschreven. Ten behoeve van de leesbaarheid had de vertaling de oorspronkelijke tekst bovendien wat meer mogen loslaten. Een belangwekkend en actueel onderwerp als dit verdient een betere uitwerking.

@ Minervaria


Deze recensie verscheen ook op Noorderlicht

donderdag 8 december 2011

Er zijn fouten gemaakt (maar niet door mij)

TAVRIS, C. & E. ARONSON, Er zijn fouten gemaakt (maar niet door mij). Waarom we dwaze overtuigingen, slechte beslissingen en kwetsend gedrag rechtvaardigen. (Vert. Mistakes were mad (but not by me) – Why we justify foolish beliefs, bad decisions and hurtful acts, 2007) A’dam, Uitg. Nieuwezijds, 2011, 280 pp. – ISBN 978 90 5712 339 9
De mens is ingewikkeld. Hij is tot alles bekwaam en bovendien in staat zichzelf telkens gelijk te geven. Yehudi Menuhin
Toen bleek dat Irak geen massavernietigingswapens bezat, geen banden had met Al Quaeda, het Amerikaanse leger niet op gejuich werd ontvangen en de oorlog na zes weken niet was afgelopen, verklaarde president Bush: “Ik ben er meer dan ooit van overtuigd dat de beslissingen die ik heb genomen de juiste zijn.”

Met de regelmaat van een klok vernemen we hoe politici en andere belangrijke publieke figuren hun fouten en verkeerde beslissingen goedpraten of onder de mat proberen te vegen. Wij kijken geamuseerd toe of reageren geschrokken of ontzet. In wezen is wat zij doen psychologisch niet anders dan wat de meesten van ons weleens hebben gedaan.

We vergoelijken of bagatelliseren ons eigen aandeel in een misser. We voeren heftige echtelijke ruzies over wie gelijk heeft. We beschuldigen anderen van hypocriete beslissingen maar zien de onze niet. Zelfs als we beseffen dat we fout waren, zijn we vaak niet in staat het toe te geven. Maar meestal zijn we er ons helemaal niet van bewust dat we op die manier ons gedrag of standpunt proberen te rechtvaardigen.

Waarom is het voor de meeste mensen zo moeilijk om een fout toe te geven of te bekennen dat ze zich vergist hebben? Waarom blijven ze soms tegen alle evidente bewijzen in hardnekkig vasthouden aan hun opvattingen en handelwijze? En hoe kunnen we dit herkennen en voorkomen?

Geregeld houden we er verschillende opvattingen op na die elkaar uitsluiten. Het gebeurt ook dat ons handelen strijdig is met een belangrijke opvatting over onszelf of over de groep waartoe we behoren. Dat bezorgt ons een onprettig gevoel, dat in de psychologie cognitieve dissonantie wordt genoemd.

Als we onze mening of gedrag zouden veranderen, dan zou dat vervelende gevoel eenvoudig verdwijnen. Maar dan moeten we toegeven dat wij ons vergist hebben of iets stoms hebben gedaan. En dat vinden we nog minder prettig. Zelfrechtvaardiging stelt ons in staat om die spanning op te heffen en onze innerlijke rust te hervinden.


Op zich is daar niets mis mee. Het is goed voor onze nachtrust. Zonder zelfrechtvaardiging zouden we gebukt gaan onder schaamte of spijt. Maar er kleven ook ernstige nadelen aan. We maken van onze verkeerde beslissingen niet alleen een bagatel, we worden er blind voor. Daardoor blijven we dezelfde fouten maken. Als we begrijpen hoe zelfrechtvaardiging werkt, zullen we er beter van kunnen leren.

De auteurs, beiden doortimmerde sociaal-psychologen, nemen ons mee op een boeiende tocht langs de verschillende wijzen waarop zelfrechtvaardiging ons bij de neus neemt, en onszelf en anderen schade berokkent. Met talloze voorbeelden maken ze duidelijk hoe hardnekkige vooroordelen en misplaatste trots gegrond zijn in zelfrechtvaardiging. Ze tonen aan hoe topmanagers erdoor aangezet worden tot hebzucht, en dictators aangespoord hun bevolking steeds meedogenlozer te onderdrukken.

Zelfrechtvaardiging is de droevige achtergrond van hardnekkige gerechtelijke dwalingen en nefaste beleidsbeslissingen. Omwille van zelfrechtvaardiging doden fanatieke gelovigen in naam van God, en worden kinderen door geestelijken misbruikt. Wetenschappers negeren nieuwe gegevens en blijven vasthouden aan achterhaalde theorieën. En tegen beter weten in blijven zorgverleners schadelijke behandelingen toepassen.

Wij leren hoe zelfrechtvaardiging partners uit elkaar drijft en familieruzies in de hand werkt. Herinneringen worden onbewust vervormd en houden oud zeer in stand. Mensen blijven zich wentelen in hun slachtofferrol. Oeroude conflicten tussen volkeren worden levendig gehouden.

In het laatste hoofdstuk krijgen we handvatten aangereikt om de valkuil van de zelfrechtvaardiging te vermijden. Vergissen is menselijk, maar we kunnen kiezen of we onze fouten toegeven of toedekken. Onze diepgewortelde neiging om onze miskleunen te ontkennen en met de mantel der eigenliefde toe te dekken maakt dat zeker niet gemakkelijk. Maar er zijn frappante voorbeelden van werkelijk grote mensen die er, zij het met moeite, in geslaagd zijn.

“Uiteindelijk is ‘geen fouten maken’ niet de toetssteen waaraan het karakter van een volk of de integriteit van een individu wordt afgemeten. Bepalend is wat we doen nadat we een fout hebben gemaakt.”, aldus de auteurs.

Hebt u zich ooit hebt afgevraagd waarom politici evidente blunders blijven herhalen of hoe het mogelijk is dat fatsoenlijke mensen zich laten omkopen? Vindt u het moeilijk te begrijpen dat sommige mensen nog hardnekkiger geloven als de profetie van hun leider niet uitkwam? Had u weleens een hoogoplopende discussie met uw partner of een vriend over een herinnering? In dit boek leest u er alles over.

Het is gebaseerd op gedegen wetenschappelijk onderzoek, zeer onderhoudend geschreven en met talloze sprekende voorbeelden geïllustreerd. Het kon me van begin tot einde boeien.

@ Minervaria

Deze recensie verscheen ook op Noorderlicht. Aansluitend:

vrijdag 21 oktober 2011

De Zwarte Zwaan

TALEB, N.N., De Zwarte Zwaan. De impact van het onwaarschijnlijke. (Vert. The Black Swan 2e ed. 2011) A’dam, Uitg. Nieuwezijds, 2011 (2e ed.), 399 pp. – ISBN 978 90 5712 325 2

In het begin van de vorige eeuw kon de Belgische bourgeoisie zich geen veiliger belegging dromen dan een investering in de tramlijnen van Sint-Petersburg. De Russische economie was net geliberaliseerd en in steile opgang, en de trams werden gebouwd door Belgische bedrijven. Toen greep Lenin de macht.

De Oktoberrevolutie van 1917 is een typische Zwarte Zwaan. Deze uitzonderlijke gebeurtenis met zeer ingrijpende gevolgen had niemand zien aankomen. En pas achteraf werden er verklaringen gevonden die de totaal onverwachte wending van de geschiedenis begrijpelijk en voorspelbaar moesten maken. Ook in het afgelopen jaar hebben zich verschillende ‘ondenkbare’ gebeurtenissen voorgedaan die de wereld veranderd hebben.

Nagenoeg alles in onze wereld is volgens Nassim Taleb te verklaren aan de hand van een relatief klein aantal Zwarte Zwanen. Het succes van ideeën en religies, het verloop van de geschiedenis, wetenschappelijke ontdekkingen, de verkoop van boeken en films, en nog veel andere gebeurtenissen konden in de meeste gevallen op het moment zelf niet voorspeld worden. En met bijna alle belangrijke dingen in ons persoonlijke leven gaat het net zo.

Het is niet zo dat we geen oog hebben voor de zeldzame gebeurtenissen. We aanvaarden dat ze zich voordoen en dat ze de belangrijkste bron van onzekerheid zijn. Toch zijn we tuk op voorspellingen. We laten er ons gemakkelijk door leiden en zijn dan telkens weer verrast. Hoe komt het dat we niet zien dat belangrijke gebeurtenissen ons bijna altijd volslagen onverwacht overvallen?

De belangrijkste reden waarom de toekomst ons steeds weer overrompelt, is dat we alleen rekening houden met Zwarte Zwanen die zich werkelijk hebben voorgedaan. We zien wat er gebeurd is en negeren wat er had kunnen gebeuren, maar niet heeft plaats gevonden. Onzekerheid en gebeurtenissen die zich niet voordoen zijn te abstract voor onze geest. En dus leren we uit het verleden alleen wat onze ervaringen bevestigt, niet wat ze logenstraft. Zo vergeten we dat iets het product is van toeval.

De menselijke geest is er bovendien op gebrand om gebeurtenissen te verklaren en begrijpelijk te maken. Zo scheppen we orde in onze wereld. Maar de intuïtieve modellen die we daarvoor gebruiken stellen de complexe werkelijkheid eenvoudiger voor dan ze is. Uitschieters beschouwen we als ongewoon. We zien ze als toevallige varianten die niet in ons model passen. Zo zit de menselijke geest nu eenmaal in elkaar.

Veel erger is echter dat ook de wetenschap werkt met modellen die niet stroken met de werkelijke ervaring. Het leven staat bol van de uitzonderingen. Onze wereld wordt gedomineerd door het extreme, het onbekende en het zeer onwaarschijnlijke. Bijna alles in het sociale leven vloeit voort uit zeldzame en ingrijpende gebeurtenissen. Toch richten wetenschappers, die beter zouden moeten weten, zich in elke studie van het sociale leven op het ‘normale’ en het ‘gemiddelde’.

Als beurshandelaar heeft Nassim Taleb het vooral gemunt op de economen, die mensen op het verkeerde been zetten met onrealistische modellen van de grillige geldhandel. De toekomst is immers onvoorspelbaar, zo stelt hij. Ze vergast ons net zo goed op onverwachte meevallers of positieve, als op negatieve Zwarte Zwanen met een vernietigende werking.

Zijn we dan zonder meer overgeleverd aan een onvoorspelbare toekomst? Heel zeker zal niemand de meevallers erg vinden. Tegen de nefaste invloed van negatieve Zwarte Zwanen kunnen we ons echter wapenen. En van beide kunnen we leren. Taleb doet ons uit eigen keuken een aantal suggesties aan de hand hoe we met een, per definitie onbekende, toekomst kunnen omgaan. Hij waarschuwt ons voor goedgelovigheid, zelfs al komt de informatie van deskundigen. En we kunnen ons beter zorgen maken over verborgen risico’s dan over gekende, want op de laatste kunnen we ons voorbereiden.

Nog meer dan in zijn vorige boek, Misleid door toeval, haalt Nassim Taleb conventionele wijsheden onderuit en toont hij overvloedig aan dat ze niet bruikbaar zijn in onze moderne en complexe leefwereld. Vooral zijn originele inzichten over de oorsprong van ongelijkheid en over de steeds grotere invloed van extremen door het cumulatieve voordeel, hebben mij geboeid.

De beurs is het domein bij uitstek van de onverwachte gebeurtenissen met grote gevolgen. Als succesvolle beurshandelaar is Taleb dan ook de geschikte gids om ons wegwijs te maken in de dynamiek van de Zwarte Zwanen. Minder geslaagd zijn de nodeloze uitweidingen, de moeilijke woordkeuze en de dikdoenerij. De gretigheid waarmee hij anderen als schlemielen bestempelt doet vermoeden dat de auteur zich ver verheven acht boven de modale onkundige sterveling en de meerderheid van de wetenschappers. Desondanks houd ik aan de lectuur heel wat waardevolle inzichten over.

© Minervaria

Many Black Swans make the metaphor menaingless