zaterdag 6 februari 2010

De valkuil van het egoïsme



NUBER, U., De valkuil van het egoïsme. Zelfverwerkelijking en eenzaamheid. (Vert. Die Egoismus-Falle – 1993) A’dam, Ambo, 1994, 172 pp. - ISBN 90 263 1296 2

Na de rampzalige aardbeving op Haïti schoten alom de benefietconcerten en –evenementen als paddenstoelen uit de grond. Nog geen maand later is het feestgedruis helemaal verstomd en moet je weer naar de vijfde pagina in de krant om nog iets te vinden over de getroffen mensen in het straatarme Haïti.

Twee decennia geleden was het niet anders. Het typeert de huidige samenleving, zegt Ursula Nuber, psychologe en psychotherapeute. Een van de redenen waarom catastrofen onze hulpvaardigheid aanzwengelen is dat iedereen dan ziet hoe groot ons hart wel is. Het kost ons echter bitter weinig en vraagt slechts een minimale inspanning. Zolang onze leefstijl en onze gemakzuchtige welstand niet echt worden ingeperkt, zijn we graag bereid iets voor anderen te betekenen. Maar als we echte offers moeten brengen, hoe gering ook, worden we algauw onwillig. Voor een serieus medemenselijk engagement ontbreekt het ons aan tijd, we hebben het per slot van rekening veel te druk met onszelf.

Natuurlijk zijn er in onze maatschappij mensen die zich op ethische gronden inzetten voor anderen, die een engagement aangaan en hun leven in dienst stellen van een sociaal ideaal. Maar de meerderheid in het Westen is vooral met zichzelf bezig en laat zich aan de noden van anderen weinig gelegen liggen. Onrustbarend is ook de toegenomen politieke onverschilligheid voor flagrante schending van mensenrechten of ernstige sociale ongelijkheid. Dan wordt er algauw gezegd ‘De boot is vol’, ‘Wie echt wil vindt wel werk’ of ‘We betalen al zoveel belastingen’.

In de afgelopen decennia is het individu het gouden kalf van onze maatschappij geworden en individuele vrijheid, zelfverwerkelijking en autonomie de hoogste doelstellingen van ons leven. Bindingen van familiale of institutionele aard zijn barrières op de weg naar het te verwerkelijken Zelf en moeten overwonnen worden. Op het podium van ons leven werken wij aan ontplooiing, persoonlijke welstand en persoonlijk geluk. We hebben daarbij volledig uit het oog verloren dat we zonder de anderen niet eens kunnen bestaan. En onze samenleving is getuige van een toenemende onverschilligheid en vereenzaming van de zelfverwerkelijkte individuen.

Het klinkt als de slaapverwekkende klaagzang van een oerconservatieve zeur over de ‘goede oude tijd’, toen de wereld zogenaamd nog goed was. Aan dat soort doemdenken wil Ursula Nuber niet doen. Met dit boek probeert ze enige afstand te nemen en te onderzoeken hoe wij egoïsten zijn geworden.

Ze beschrijft hoe de strijd voor vrijheid en het recht op zelfstandig denken en handelen, die een overwinning was op beperkende traditionele bindingen en instellingen, haar doel voorbijgeschoten is. Het oorspronkelijke individualisme is verworden tot propaganda voor een opgeblazen en onrealistisch Zelf dat de eigen behoeften centraal stelt. Een van de belangrijkste redenen is ongetwijfeld dat de vorm van onze maatschappij en economie groot belang heeft bij mensen die met zichzelf bezig zijn. De moderne psychologie en psychotherapie stelden de individuele ontplooiing centraal en weekten de mens los uit zijn sociale omgeving. Hiermee sloten ze naadloos aan bij het heersende economische systeem.

Op weg naar zelfverwerkelijking en autonomie hebben we iets belangrijks overboord gezet: het vermogen om leven en lot met andere mensen te delen. Het lijkt erop of de vroegere heerschappij van Staat en Kerk over het individu vervangen is door de tirannie van een economisch systeem dat de enkeling regelrecht conditioneert tot egoïstisch denken en handelen.

Nuber toont aan hoe deze evolutie een nefaste invloed heeft gehad op de waardering van verantwoordelijkheidszin en zorg, de typisch vrouwelijke inbreng in een samenleving. Vrouwen én mannen in zorgverlenende beroepen worden onderbetaald, en de onbetaalde zorg wordt schromelijk ondergewaardeerd. In een samenleving waar competitie en individuele prestaties je maatschappelijke status bepalen, delft echter iedereen het onderspit. Want de voordelen van concurrentie en consumptie zijn op de lange duur schadelijk voor elke afzonderlijke burger van die maatschappij.

Wij geloven daarbij graag dat wij die zelfverwerkelijking nastreven uit vrije wil. In werkelijkheid zijn we, veel meer dan we zelf willen toegeven, marionetten in een toneelstuk waar de regie door andere personen en instanties wordt gevoerd. Vrijwel al onze beslissingen zijn slechts in schijn individueel. Ze maken deel uit van een collectieve trend. Wij definiëren onszelf meer dan ooit als individu, als anders dan de anderen, maar we realiseren ons niet dat we ook dààrvoor van de anderen afhankelijk zijn.

Tenslotte roept Ursula Nuber op tot herwaardering van verbondenheid en gemeenschapszin. Alleen een ethiek van individuele en maatschappelijke verantwoordelijkheid kan het tij keren. We moeten ons weer bewust worden van de samenhang van ons eigen geluk en dat van anderen. Het is jammer dat ze erg vaag blijft over hoe dat concreet te realiseren valt.

Zoals alle analyses van een maatschappelijke evolutie is ook deze onvolledig en inaccuraat. Ursula Nuber laat een aantal alternatieve zienswijzen onbenut. Was de mens ‘vroeger’ dan altruïstischer? Kan meer egoïsme ook een reactie zijn op de overvloed aan ellende in de wereld?

Het is altijd interessant om een maatschappijkritisch boek ‘te laat’ te lezen. Het hindsight-voordeel stelt je in staat om een aantal stellingen op hun waarde te toetsen. Op twee decennia tijd is onze maatschappij natuurlijk veranderd. De cocooning rage ligt alweer een paar jaar achter ons, we hebben nu een klimaatprobleem en een economische crisis. In een aantal opzichten is dit boek inderdaad gedateerd.

Maar het fundamentele probleem is volgens mij nog altijd actueel. De inflatie van het individu gaat niet minder stevig door. Het consumentisme scheert ongeziene toppen, de algemene betrokkenheid bij de wereldproblematiek blijft erg lauw en maatregelen om de klimaatverandering in te dijken mogen ons niet teveel kosten. Op het podium van de netwerksites moeten je talrijke vrienden vooral aantonen hoe populair je zelf bent. En de profilering van het individu is in de eenentwintigste eeuw geëvolueerd tot een soort groepsegoïsme. De vraag is dan minder wie je zelf bent maar of je wel ‘bij ons’ hoort.

Dit dunne boekje is vlot leesbaar en mag er, gelezen door een geactualiseerde bril, nog best zijn.

© Minervaria

Geen opmerkingen: