maandag 31 oktober 2011

De prijs van een slecht geweten

BOEKESTIJN, A.J, De prijs van een slecht geweten. Waarom hulp in haar huidige vorm niet werkt. Soesterberg, Uitg. ASPEKT, 2010, 339 pp. – ISBN 978 90 5911 950 5

Grauwe kinderen op rokende afvalbergen, zoekend naar dingen die nog een beetje geld zouden kunnen opbrengen. In verschillende derde wereldlanden kijken mensen er niet van op. De Westerse landen hebben de afgelopen 50 jaar grote sommen geld beschikbaar gesteld voor ontwikkelingshulp. Maar dit heeft blijkbaar niet kunnen voorkomen dat de armen armer werden. Vooral in Afrika vallen de resultaten tegen.

Hoe komt het dat het rijke Westen niet in staat is geweest om het lot van deze allerarmsten te verbeteren? In dit boek licht Arend Jan Boekestijn, historicus en ex-kamerlid van de VVD, het Nederlandse beleid inzake ontwikkelingssamenwerking kritisch door. Hij wil tevens een aanzet geven tot een effectiever beleid, meer specifiek voor de ontwikkelingshulp aan Afrika. Daar stellen zich de problemen zich het scherpst.

Algemeen beleidsuitgangspunt is dat ontwikkelingssamenwerking uiteindelijk moet afgerekend worden op zijn bijdrage aan economische ontwikkeling. Daarbij wordt aangenomen dat ontwikkelingshulp de arme landen helpt om de armoedeval te ontstijgen en om de weg op te gaan van duurzame economische groei, die zichzelf in stand houdt.

Feiten en cijfers spreken dat echter tegen. Geld geven aan regeringen is als het vullen van een bodemloze put. Hulp aan arme landen leidt tot hulpafhankelijkheid en de bestendiging van dubieus beleid, doordesemd met graaien, corruptie en nepotisme. Goed bestuur is echter een wezenlijke voorwaarde voor economische groei.

Het Westen denkt dit probleem op te lossen, door hulp te koppelen aan voorwaarden voor goed beleid. Het mag intussen echter duidelijk zijn dat van buitenaf opgelegde hervormingen niet werken. Waarom dat zo is, wordt inzichtelijk gemaakt door de interessante theorie van Nobelprijswinnaar Douglas North. Samenlevingen worden niet gemaakt, maar evolueren volgens bepaalde wetmatigheden. Het model van de ene samenleving valt dus niet zonder meer naar de andere te exporteren. In dit licht wordt het ook begrijpelijk waarom zelfs hulp aan landen met goed bestuur corruptie in de hand kan werken.

China heeft dit beter begrepen. Het land geeft geen hulp en stelt geen voorwaarden, maar voert handel en investeert. De toenemende Chinese belangen in Afrika zetten de Westerse optie onder druk om geen hulp te verlenen aan landen met slecht bestuur. We kunnen alleen maar leren van de Chinezen.

De beste manier om de arme landen te helpen, bestaat erin voorwaarden te scheppen voor economische groei. De steun moet naar de burgers gaan en niet naar de regering. Ondersteuning van microfinanciering en stimulering van het bedrijfsleven hebben bewezen dat ze effectief bijdragen tot groei en armoedebestrijding. Als rechtgeaarde liberaal is Boekestijn natuurlijk ook voorstander van liberalisering van de handel. Hij erkent wel dat die in het nadeel van de Afrikaanse landen uitvalt, maar ziet heil in technische assistentie. Dit lijkt mij wel erg eenvoudig voorgesteld.

Met de bevordering van democratie in ontwikkelingslanden moet, in overeenstemming met de inzichten van North, omzichtig worden omgesprongen. Als we de middenklasse versterken komt het geld bij de elites terecht, en komt het precaire politieke evenwicht in het gedrang. Meer economische groei is uiteindelijk de enige weg die kan leiden tot democratisering. Verder kunnen de Westerse regeringen op substantiële manier bijdragen tot het verhogen van de veiligheid. Ontwikkeling kan immers niet plaatsvinden als er onveiligheid heerst in een land.

De Westerse ontwikkelingshulp is nog teveel gefundeerd op schuldgevoel en goede bedoelingen. Dat betekent echter niet meteen dat er ook resultaten worden geboekt. Hij pleit voor een rationeel ontwikkelingsbeleid, gebaseerd op verantwoordelijkheid, autonomie en creativiteit.

Ontwikkelingshulp wordt doorgaans beschouwd als een item voor politiek links. In dit boek maakte ik kennis met een rechts-liberale visie, geïnspireerd door de gevolgenethiek. Het heeft mijn inzicht in het ingewikkelde ontwikkelingsbeleid verruimd en verdiept. Ik heb er ook kennis gemaakt met de boeiende theorie van Nobelprijswinnaar Douglas North. Die levert een plausibele verklaring voor de moeizame en soms ronduit teleurstellende economische en politieke ontwikkeling in ontwikkelingslanden.

Toch vind ik de benadering van Boekestijn in een aantal opzichten eenzijdig. Veel ontwikkelingshulp lijkt inderdaad op dweilen met de kraan open. Economische groei ís belangrijk voor de duurzame ontwikkeling van een land. Maar dit werkt vooral op de lange termijn. Intussen leven miljoenen mensen in doffe ellende en zonder perspectief op verbetering van hun situatie. Zij hebben zeer weinig invloed op het dubieuze graaibeleid van hun corrupte regeringen. De auteur heeft duidelijk niet veel op met NGO’s, maar ze zijn voorlopig wel de enige organisaties van wie deze arme mensen bijstand kunnen verwachten.

© Minervaria

Aansluitend:

Geen opmerkingen: